Raad van Tucht van de Ommerschans in december 1837
Het overzicht van
alle tuchtzittingen
op de Ommerschans
staat op
deze pagina
Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in den raad van Tucht te Ommerschans.
Zitting van Zaturdag den 2e December 1837[bewerken | brontekst bewerken]
De raad is tesamen geroepen, en de Voorzitter opent de Vergadering.-
de Kolonist Henrich Selk N. deserteur voor de 2e maal met bezwarende omstandigheden, zijnde voerman geweest bij den Bouwboer Vossebelt, is met wagen en paarden buiten de Kolonie gereeden, daar van afgestapt, en als zodanig ontvlugt.-
De President vraagt hem om welke redenen hij ontvlugt is, en zoo schandelijk de wagen en paarden, welke hem toevertrouwd waren, ten prooij heeft gelaten, waarop hij evenals bij zijne 1e desertie antwoorde dat hij naar zijn Vrouw te Emmerik wilde gaan.-
Men laat hem buiten staan.-
Gezien Art: 11 van het Reglement van Tucht, luidende als volgt:-
Hij die voor de eerste maal ontvlugten wil en daarin wordt gehindert of ontvlugt en weder terug gebragt is zal met opsluiting in boeijen tot tien dagen toe de twee eerste te water en brood, worden gestraft; met medeneming van goederen buiten de aanhebbende kleeding of andere verzwarende omstandigheden, als ook ontvlugting voor de tweede maal met opsluiting in boeijen gedurende 14 dagen, waarvan de drie eerste en drie laatste te water en brood en met verzwarende omstandigheden voor de tweede of volgende malen benevens meervoudige ontvlugting voor de derde en volgende malen met vijftien tot veertig rietjesslagen en opsluiting als voren, zullende al de ontvlugt geweest zijnde of die dit kennelijk hebben willen doen na de ondergane straf, voor tien dagen lang eene onderscheidene kleeding moeten dragen en in de disciplinezaal worden geplaatst.
De Raad neemt in overweging dat het schijnd hij zijn vorige Straf gaauw vergeten is, ten minste weinig invloed op hem heeft gehad. Besluit alzoo den beschuldigden te Straffen met Veertien dagen opsluiting om den anderen dag in de boeijen, twintig rietslagen en het dragen van een distinctief pak.-
Hij wordt wederom binnen gelaten, de Secretaris leest hem zijn vonnis voor, en wordt ter opsluiting weg gebragt.-
Niemand op rondvraag van den Voorzitter iets meer hebbende voor te stellen, wordt de vergadering gehouden voor geslooten.-
Aldus gedaan op dato als boven
/was getekend/ Ads. De Geus, Adj. Directeur, President, J. F. Krieger, A. J. Wijkstra OnderDirecteuren, G. Steenbeek, fabrieksbaas, Borman en Delphos Zaalopzieners, alle Leden van den Raad
In kennisse van
Stous
Secretaris