Raad van Tucht van Veenhuizen-3 in augustus 1835
Sjabloon:Tuchtraad Veenhuizen-3
Extract uit de notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht op 13 Augustus 1835[bewerken | brontekst bewerken]
De Leden zijn allen tegenwoordig en de Raad wordt door den President geöpent.
De weezen Hk. Meijer, Alb. Hk. de Boer en Johanna Kistner op den 20 Julij en 1 Augustus JL gedeserteerd, zij op den 4e, 10e en 13e dezer, de beide eerstgenoemden door politie dienaren en de laatstgenoemde door hare zuster terugebragt.-
De opgenoemde weezen worden binnen gelaten; doch hebben niets in te brengen, alleen zugt tot losbandigheid schijnt hun tot desertie aangevoerd te hebben.-
De Wees Hk. Meijer heeft zich bovendien schuldig gemaakt aan het ontvreemden van een pakje goed eene waarde van f 13,46 in zich bevattende, hetwelk hij uit de Amsterdamsche beurtman, waar mede hij is terug gekomen op Steenwijk, heeft mede genomen, doch welke goederen den eigenaar zijn terug geworden.-
De President brengt Meijer op eene gepaste wijze zijne dubbelde misstappen onder het oog, edoch waar van hij weinig gevoel schijnt te hebben.-
Gezien Art 4 Sub 2 van het Reglement van Tucht voor weezen luidende
“Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden. Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeijen aan”
De president vraagt het gevoelen van ieder lid in het bijzonder.-
Allen stemmen tot de volle straf voor A. H. de Boer en J. Kistner doch voor 14 dagen arrest voor H. Meijer de laatste acht dagen om den anderen dag te water en brood en wel voor zijne gedane diefstal, wordende hierbij toegepast het 2e gedeelte Sub 8: van het hierboven aangehaalde 4e artikel.-
De president vereenigt zich met het gevoelen der Leeden en de strafbepaling wordt alzoo aangenomen.
De Weezen Meijer, de Boer en Kistner komen binnen.-
Het vonnis wordt hun voorgelezen, waarna zijl. wederom aftreden.
Het vonnis zal dadelijk ter executie worden gelegt.-
Op rondvraag van den President niemand der leeden iets meerder hebbende in te brengen zoo wordt de Raad gesloten.-
Aldus gedaan op dato als boven
De President & Leeden
Was getekend, S. B. Drijber, C. W. Rensing, L. Nijenbandering, C. Brecheizen, J. Emmelot
Voor Extract Conform, De Secretaris, Haarman
| Notitie(s) bij de transcriptie |
|---|
| ● Deze zitting is volgens het 'Reglement van Tucht voor de Gestichten van Weezen, Vondelingen en verlatene kinderen van den 8 july 1829'. |
Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht op den 25 Augustus 1835[bewerken | brontekst bewerken]
De raad is vergaderd en geopent.
De veteraan Smit heeft den veteraan Blanke op eene verraderlijke wijze aangepakt en geslagen, en verschijnt daarom voor de raad van Tucht.
De President beveelt dat Smit gehoord wordt alsmede de getuigen.
De veteraan Smit kan zich in geenen deele verontschuldigen.
Men doet de huisvrouw van den Schapenherder vrouw Rijmsma binnen komen.-
De President vraagt haar wat zij gezien heeft.-
Zij verklaart gezien te hebben, dat de veteraan Blanke voor zijn deur in eene bukkende positie hout kapte en dat Smit als zoodanig hem aangapakt had, dat daarop vrouw Blanke was toegesneld om haar man te ontzetten, doch dat ook deze door Smit wierde aangegrepen en deerlijk geslagen.-
De Huisvrouw van den Kolonisten Arbeider Brouwer wordt binnen geroepen.-
De President vraagt haar wat zij gezien heeft.
Verklaart dat Smit met een schoen in zijn hand de woning van Blanke naderde, en ziende in welke positie zich Blanke voor zijn deur bevond, hem met dien schoen van achteren eenige slagen aan het hoofd toebragt, waarop Blanke opstaande de Bijl uit de hand werd gerukt door Smit, en die Bijl de vrouw van den veteraan Braxhoofden die om hulp riep, na wierp, zoo zelfs dat zij even binnen de deur was toen de bijl er voor bij vloog.-
ook zegt zij gezien te hebben dat Smit vrouw Blanke op de grond wierp en haar bij het haar vast hield en zeer mishandelde.-
De derde getuige vrouw Klok huisvrouw uit het kolonisten bedelaars Huisgezinnen van dien naam verklaart gezien te hebben dat Smit een schoen in zijn hand had, waarin groote spijkers waren en hiermede haar woning was gepasseerd, vervolgens was zij buiten de deur gekomen, en als toen zag zij dat Smit een bijl in de hand had, en vrouw Braxhoofden dien nawierp.
Eindelijk getuigt de kolonist Foon dat Smit eenige dagen te voren tegen hem gezegd had “wees verzekert dat ik den ouden (namenlijk Blanke) op zijn smoel zal slaan ik heb het nog niet vergeten dat hij mij aangedaan heeft.”
De getuigen treden af.
Het is beweezen dat de veteraan Smit zich werkelijk zoodanig gedragen heeft als zijne aanklagte was inhoudende.
De Raad gaat over tot de bepaling van zijne straf.
Gezien Art 2 Lett. b van het Regelement van Tucht voor de Arbeiders Huisgezinnen mede van toepassing in het onderhandigde geval op de Veteranen Huisgezinnen luidende- “Onderling schelden, kijven, vechten of op eenigerleij andere wijze de rust verstoren”
alsmede
Gelet op Art 3 het 1e gedeelte van hetzelfde regelement zijnde van den volgenden inhoud “De straffen op de in het vorig artikel uitgedrukte verkeerdheden en misdrijven zijn
1e: Opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer naar gelang der omstandigheden van hem die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder a tot c vermeld heeft schuldig gemaakt.”
Overwegende dat de Veteraan Smit een door en door lastig sujet is, die immer ontevreden is, en waarmede men gestadig onaangenaamheden heeft.
Overwegende dat hij één acht dagen te voren door den Kapitein voor drie dagen provoost arrest is gestraft geworden, uit hoofde hij Blanke op eene brutale wijze gescholden heeft en waar van hij zich nu heeft gewroken.
De President stemt voor acht dagen strafkamer arrest.
= Aangenomen-
De Leden vernemend dat aan de Permanente Commissie een voorstel moest gedaan worden dat Smit uit de Kolonien verwijderd worde; omdat men dagelijks onaangenaamheden met hem heeft.
De President vereenigt zich hiermede.-
De Raad steld alzoo mits dezen aan de Permanente Commissie voor, om den Veteraan Smit, naar zijn Corps te doen teruggaan.
De veteraan Smit die in de strafkamer voor acht dagen zal worden opgesloten wordt van dit fonnis geinformeerd.
De Raad is geëindigd.
Aldus gedaan op dato als boven
De President & Leden
Was getekend S. B. Drijber, J. Thonhauser, L. Nijenbandering, N. de Vooght, C. Blanke
Voor Extract conform, De Secretaris. Haarman
| Notitie(s) bij de transcriptie |
|---|
| ● Deze zitting is volgens het 'Reglement van Policie en Tucht voor de kolonisten huisgezinnen van 8 july 1829', wanr daar vallen militaire veteranen onder. |