Raad van Tucht van Veenhuizen-3 in augustus 1829

Uit KolonieWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sjabloon:Tuchtraad Veenhuizen-3

Raadsvergadering van den 30 Augustus 1829[bewerken | brontekst bewerken]

Present de Leden

Adjunct Directeur de Geus president

Onder Directeur binnen C. Hulst

Zaalopziener J. Emmelot

Zaalopziener N. V. van der Kamp

Door den Adjunct Directeur & Onder Directeur wordt aan den Raad kennis gegeven dat door hun aan de onderstaande Weezen zijn opgelegd, de navolgende straffen ter zake daarbij omschreven,

als aan

Willem Bruin, om twee nagten in de Strafkamer te worden opgesloten, als hebbende zig schuldig gemaakt aan het toevoegen van beledigende uitdrukkingen aan den Zaalopziener J. Emmelot vergezeld met den zwaarsten Vloek.

J. Houthuizen, F. J. Barene, J. Bos, Johs. Van Gelderen, voor drie nagten in de Strafkamer te worden opgesloten voor het ontvreemden van Tuinvrugten.

En zulks overeenkomstig art. 5 van het Reglement van Tucht voor Weezen, vondelingen en verlatene kinderen, gearresteerd bij Resolutie van de Permanente Kommissie dd 8 July 1829 N. 19-

Overigens geene aanklagten gedurende de afgelopene week bij den Raad ingekomen zijnde, zoo wordt de Vergadering gehouden voor gesloten.

De President & Leden A. De Geus, C. Hulst, J. Emmelot, N. V. van der Kamp.

Notitie(s) bij de transcriptie
● Adjunct-directeur Adriaan de Geus heeft de bedoeling van het tuchtreglement van 8 juli 1829 toch niet helemaal begrepen. In plaats van als Raadsleden te overleggen welke straffen er moeten worden opgelegd, wordt slechts mededeling gedaan van al uitgevoerde straffen.