Raad van Tucht van Veenhuizen-2 in oktober 1829

Uit KolonieWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sjabloon:Tuchtraad Veenhuizen-2

Notitie
● Het is niet zeker of dit alle bewaard gebleven verslagen uit oktober 1829 zijn, dat moet nog worden nagekeken in invnr 1620


Zitting van 5 oktober 1829[bewerken | brontekst bewerken]

Op heden den 5 October word bij het 2e Etablissement te Veenhuizen door den Heer S: B: Drijber de Raad van Dissipliene belegd bestaande in de President voornoemd, den Onder Direkteur Binnen, den Onder Direkteur buiten en den Onder Direkteur der Fabriekmatige arbeid, voorts de zaalopzieners van Eck en Unverzagd, om te onderzoeken en te vonnissen over zaken betrekkelijk een ingekomen Proces verbaal van den zaalopziener Nieuwenhuis ten bezware opgemaakt van de Bedelaars kolonist Adriaan Nuijs, als hebbende zich schuldig gemaakt aan desertie, doch zonder medeneming van goederen.

Den beschuldigden A: Nuijs word voor den Raad gebragt –

Het Proces verbaal word door den voorzitter voorgelezen –

Den voorzitter ondervraagt de waarheid van het Proces verbaal aan den Bedelaars kolonist A: Nuijs welke verklaard dat hij zich aan gemelde Desertie heeft schuldig gemaakt door dien hij verlangde daar door zijn vrijheid te bekomen, met oogmerk  zich naar het Haagje bij Breda te begeven alwaar zijn famielje woonde –

De Raad doet de Beschuldigde  buiten gaan. De voorzitter steld voor op grond van art: 11 van het Reglement van tugt, tengevolge bewezene gepleegde Desertie van den kolonist A: Nuijs hierop de straf te laten vallen van tien dagen Prevoost arrest de twee eerste en laatste dagen te water en Brood –

De Onder Direkteur der fabriekmatige arbeid steld voor om aan gemelde A: Nuijs de straf toe te wijzen van vijf dagen Prevoost arrest de eerste en de laatste dag te water & Brood, in aanmerking nemend dat hij zich wederom vrijwillig heeft aangegeven –

Den Onder Direkteur van Buiten steld voor om aan gemelde A: Nuijs de straf toe te wijzen van agt nachten Prevoost arrest, doordien hij als dan in staat zoude zijn de voeding te kunnen verdienen, en de overige straffen ingevolge art: 11 van het Reglement van tugt.

Den Onder Direkteur binnen houdt zich aan het voorstel van den Onder Direkteur buiten. De zaalopzieners van Eck en Unverzagd houden zich insgelijks aan het voorstel van den Onder Direkteur buiten.

Zijnde alzoo aan den Bedelaars kolonist A: Nuijs de straf toegewezen van agt nagten Prevoost arrest, gepaard met het dragen van een Deserteurspak, te beginnen op heden den 5 october 1829. De beschuldigde A: Nuijs word binnen geroepen en hem het vonnis voorgelezen –

Aldus opgemaakt door de Raad van Decipliene ten dage en jare voorschreven

S: B: Drijber voorzitter

J.Kluvers Onderdirecteur   

?? Onderdirecteur

J: D: Unverzagt zaalopziener

Van Eck zaalopziener

L. N. Bandering Onderdirecteu

van Marle, secretaris



Zitting van 21 oktober 1829[bewerken | brontekst bewerken]

Op heden den 21 october 1829 word bij het 2e Etablissement te veenhuizen door den Heer S: B: Drijber de raad van dezipliene belegd bestaande uit de President voornoemd, den Onder Direkteur binnen, den Onder Direkteur buiten, den Onder Direkteur der fabriekmatige arbeid, voorts de zaalopzieners van Eck en Kloppenburg om te onderzoeken en te vonnissen over zaken betrekkelijk een ingekomen Proces verbaal van den zaalopziener Buck ten bezware opgemaakt van de Bedelaars kolonisten J: Ides(?) en E: Nietman als hebbende zich schuldig gemaakt aan Desertie –

De beschuldigden J: Ides en E: Nietman worden voor den Raad gebragt –

Het Proces verbaal word door den voorzitter voorgelezen –

De voorzitter ondervraagt de waarheid van het Proces verbaal aan de Bedelaars J: Ides en E: Nieman welke eenparig verklaren zich aan de Gemelde Desertie te hebben schuldig gemaakt –

De Raad doet de Beschuldigden Buiten gaan.

De voorzitter steld voor op grond van art: 11 van het Reglement van tugt, tengevolge bewezen gepleegde Desertie van de kolonisten J: Ides en E: Nietman, op ieder de straf te laten vallen van tien dagen Prevoost arrest, de eerste twee dagen te water & Brood, gepaard gaande met het dragen van een Deserteurspak gedurende de tijd van vier maanden en, te beginnen op heden den 21 october 1829.

De overige leden stemmen in de strafbepaling van den voorzitter over een, waarop de beschuldigden worden binnen geroepen, en hun het opgelegde vonnis voorgelezen –

Aldus opgemaakt door de Raad van Dezipliene ten dage en jare voorschreven.

S: B: Drijber, voorzitter

L:N: Bandering, Onder Direkteur

J: Kluvers Onder Direkteur

?? Onder Direkteur

Kloppenburg zaalopziener

Van Eck zaalopziener

van Marle, secretaris