Maandblad Vriend des Vaderlands van september 1829 over de Belgische kolonies
| De pdf van dit nummer staat hier op delpher.nl |
|---|
Sjabloon:Maandblad Vriend des Vaderlands over de Belgische kolonies
Pagina 638. Le Philanthrope, recueil publié par ordre de la Comm. Pcrm. de la Société de Biensaisance, établie dans les Proy. Mérid. du Royaume des Pays - Bas. VI[e année. be Livraison. Bruxelles >, chez WEISSENBRUCH. Juil. lét 1829.[bewerken | brontekst bewerken]
Over den toestand der landbouwende koloniën bij Wortel, Merksplas en Rijkevorsel in de Provincie Antwerpen[bewerken | brontekst bewerken]
De bouwgronden geven sedert de maand Junij de beste hoop op eenen overvloedigen oogst in dit jaar ; men zal hierna zien, uit het verhaal van een op den 30 dier maand aan de koloniën gegeven bezoek, hoezeer de Perm. Comm. der Maatschappij tevreden is geweest over den landbouw in het algemeen en over de orde, welke zoo wel in de woningen der vrije kolonisten als in het bede laars -gesticht heerscht. De gezondheidstoestand in de twee vrije koloniën en in die tot wering der bedelarij laat niets te wenschen overig. Behalve eenige weinige uitzonderingen kan hetzelsde ge zegd worden van het gedrag der kolonisten, Er heeft, gedurende de maand Junij slechts één sterfgeval in de vrije koloniën plaats gehad. In de bedelaarskolonie is, gedurende dien tijd, niemand overleden.
Verslag eener reis naar bovengemelde koloniën 30 Junij 1829.[bewerken | brontekst bewerken]
De Perm. Comm., zamengesteld uit de Heeren P. LAU wers, Ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw, Hennessy, Penningmeester der Maatschappij, den Baron VAN VOLDEN DE LOMBERE, Secretaris, en E. GILLISSEN, tweeden Secretaris, heeft zich den 30 Junij 1829 naar de koloniën begeven, om er de verschillende stichtingen te onderzoeken, den voortgang waar te nemen van den land bouw op de kortelings ontgonnene gronden, en eindelijk, om te oordeelen over de ondernemingen der Maatschappij. De Heer HEYVAERT PAUWELS, Secretaris der subkom missie van Brussel, vergezelde de Perm. Commissie. Dit onderzoek is begonnen met de twee vrije koloniën, waar deze Heeren eene aanmerkelijke verbetering hebben gevonden, in den aard van den grond, vooral, wanneer men zich herinnert, wat dezelve drie jaren geleden was, toen de landbouw geheel aan de kolonisten alleen was overgelaten. De aanmerkelijke verbetering van den grond blijkt ove rigens uit den rijken oogst, welke dezelve van alle kan ten aanbiedt. De schoonheid van de rogge, het ylas, de aardappelen en de klayer heeft bijzonder de verwondering der Commissie tot zich getrokken.Ten aanzien yan de boomen, welke langs de wegen geplant zijn, en die voor het grootste gedeelte jonge beuken, eiken en berken zijn, dezelve schijnen niet zoo gegroeid te wezen als men verwacht had. Gemelde Heeren bezochten daarna de verschillende ge bouwen in de koloniën, 200 als de school, de werk plaats der jonge meisjes, de kapel, het magazijn van kleedingstukken, de winkel enz., In de school vonden zij een zeer groot aantal kinderen, hun voordeel doende met het onderwijs, dat gegeven werd door den Heer PouILLO, onderwijzer der koloniën. De Heer LAUWERS, Lid der Perm. Comin, en schoolop ziener deed verschillende vragen aan de jonge kolonisten, ten einde te oordeelen over de vorderingen, welke zij gemaakt hadden, en hij was tamelijk tevreden over hun Dle antwoorden. In de werkplaats der jonge meisjes, toevertrouwd aan het bestuur eener vrouw, bevonden zich verscheidene kinderen bezig met naaijen os breijen. i De Perm. Comm. heeft vervolgens de nieuwelings 'op gerigte kapel bezocht, welke alleen bestemd is ten dien Ite der kolonisten. Zij heeft dezelve volkomen geschikt voor dat oogmerk bevonden ; de netheid ', welke mer er in bemerkte, even als in alle de andere gestichten en wo. ningen, was merkwaardig. Het magazijñ' van kleedingrtukkénis en de winkel, waar de kolonisten zich voorzien ' yan allerlei soort van voora werpen welke tot hun tiuishouden dienen ', waren ge noegzaam gevuld met waren. Dit onderzoek gaf de Perm. Comm. gelegenheid om inlichtingen in te winnen over den prijs van verschillende voorwerpen, welke men er verkoopt, en verscheidene opmerkingen te doen, strek. kende om eenige souten te herstellen, welke de onder vinding alleen heeft kunnen doen ontdekken, De Heeren leden der Commissie sloegen ook hunne aandacht op den staat van het vee, hetwelk zich in de stallen der vrije koloniën bevindt, en ten dien opzigte was hunne voldoening niet zoo volmaakt. De meeste koeijen waren mager ; echter moet men bekennen, dat die, welke toe vertrouwd zijn aan de zorgen van JANSSENS, de onder directeur der vrije koloniën," zeer" schoon zijn, Men "moet hier opmerken, dat de andere koeijen de zoodanige zijn, welke den kolonisten asgenomen zijn ge worden, omdat zij dezelve verwaarloosden, toen ze aan hunne zorgen waren toevertrouwd; en dien tot gevolge is het niet te verwonderen, dat, sedert hunne vereeniging in stallen, zij nog niet hersteld zijn uit den ellendigen staat, waarin het bestuur dezelve gevonden had. Voor dat de Perm. Comm, de vrije koloniën verliet, om die tot wering der bedelarij te bezoeken, ontving zij de klagten der kolonisten. Wanneer dezelve regtvaardig schenen, werden ze dadelijk gunstig aangenomen, en in het tegenovergestelde geval poogde men hen te doen begrijpen, dat hunne klagten, welke overigens van weinig aanbelang waren, niet gegrond konden gerekend worden. De Commissie onderhield zich lang met den Heer AERTS, geestelijke der vrije koloniën, die het goede ge drag der kolonisten over het algemeen zeer prees. Na asscheid genomen te hebben van den geestelijke en de ambtenaren der stichtingen, begaf zich de Commissie naar de kolonie tot wering der bedelarij, waar zich het gesticht voor duizend bedelaars bevindt. Het is vooral daar, dar die Heeren de groote voldoening hebben gehad van te zien, dat de uitslag der door de Maatschappij on, dernomene werkzaamheden hunne hoop verre overtrossen had. : Men kan zonder overdrijving verzekeren, dat iedere stap, welke zij in die schoone stichting deden, hun een nieuw voorwerp van verwondering aanbood. Het bedelaarsgesticht naderende, ontdekten zij koolzaad en ylas, herwelk, door deszelfs schoonheid, kan verge leken worden met dat, hetwelk met de meeste zorg en goeden uitslag in Vlaanderen gebouwd is. De teelt der aardappelen, rogge, en voornamelijk van de klaver, heeft insgelijks hunne verwondering opgewekt ; eindelijk, alles beloost dit jaar groote voordeelen aan de Maat, schappij. De Perm. Comm. heeft insgelijks met groot genoegen de kweekerij opgemerkt, welke tegen over het belelaars gesticht is daargesteld geworden ; het is niet mogelijk, om een schooner gewas te zien ; deze Heeren hebben den Heer inspecteur verzocht om dezelve bij voortduring in 't bijzonder te verzorgen, en ze te vermeerderen door de teelt van nieuwe zaden. Na het onderzoek der velden, heeft de Commissie zich doen geleiden in de groote hoeven, waar zij de orde en netheid bewonderd heeft, welke zich deden opmerken, Zij heeft ook met voldoening gezien, dat het vee in die kolonie in veel beteren staat was dan in de vrije koloniën ; eindelijk heeft zij haar onderzoek met het groote gebouw geëindigd, hetwelk tot bedelaarsgesticht dient, waar zij, de slaapplaatsen, de keukens, het waschhuis, de werk plaatsen, de school, de kapel, de winkels, de zieke zaal, de magazijnen, den artsenijwinkel en de bureaux be zocht ; overal heerschten dezelsde orde en dezelsde net heid. De Commissie liet zich ook de gevangenis ope nen waarin zich slechts twee vrouwen opgesloten be vonden ; de eene, dewijl zij uit het gesticht had willen ontvlugten, de andere uit hoosde van hardnekkige weige ring om te arbeiden. Den De Commissie heeft deze gelegenheid waargenomen, om eene daad van edelmoedigheid en goedertierenheid uit te oesenen ; zij noodigde den Heer Inspecteur uit, om de vrijheid te hergeven aan deze twee vrouwen, welke aan gemelde Heeren beloosd hadden van niet meer in hunne sout te zullen vervallen. i In de ziekenzaal bevond er zich slechts een klein aantal zieken, welke voor het grootste gedeelte niet dan ligte ongesteldheden hadden. De andere bewoners, die op de velden werkten, sche nen allen eene goede gezondheid te genieten en zich met ijver op den arbeid toe te leggen. [ Volgens het verhaal van de reis derr leden van de Perm. Comm. naar de koloniën, zullen onze lezers kun. nen oordeelen, hoezeer zij reden hebben, om tevredente zijn van hun onderzoek, zij betuigden daarover hun De volkomene tevredenheid aan den Heer Kapitein van den BOSCH, Directeur dier stichtingen, door hem te verzekeren, dat, bij hunne terugkomst te Brussel, zij de eer zouden hebben van aan Z. K. H. Prins FREDe RIK, Voorzitter der Maatschappij, een verslag in te le veren over alles, wat zij in de koloniën gezien hadden. (Dit verslag is den 4 Julij 1829 aan Z. K. H. inge diend. ) De Perm. Comm. durst zich vleijen, dat allen, die door hunne inschrijvingen bijdragen tot het onderhoud dezer koloniën, met haar zullen deelen in het genoegen, hetwelk deze reis hun heeft doen ondervinden. De goe de Naging, welke de Maatschappij verkregen heeft in ondernemingen, welke eerst sedert zes à zeven jaren dagteekenen, en de hulpmiddelen, welke de menschlieid reeds in deze nuttige instelling gevonden heeft, zijn eind uitkomsten, welke ten minste al de ingezetenen van het koningrijk moesten overhalen, om het getal der leden van de Maatschappij te komen vermeerderen. De oposse ring, welke inen van hen verlangt, is van weinig betee. kenis,.dewijl men lid der Maatschappij wordt, door jaarlijks s 2,60 te betalen. Wie is dan de weldadige mensch, welke deze geringe bijdrage zoude kunnen wei geren, wanneer hij het edele gebruik weet, hetgeen men er val maakt ? Ten Notte hoopt de Perm. Comm., dat de opbrengst der inschrijvingen voor 1829, haar de belangstelling zal bewijzen, welke de inwoners van het Koningrijk toonen in het onderhoud, en den voorspoed der stichtingen van de Maatschappij, en dat dezelve haar het middel zal be. zorgen, om eenige huisgezinnen te kunnen plaatsen in de 30 hoeven der vrije kolonie Nº. 2, welke tot op dezen dag open zijn gebleven.