Maandblad Vriend des Vaderlands van maart 1837

Uit KolonieWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sjabloon:Maandblad Vriend des Vaderlands

Pagina 225. Berigten wegens den staat der Maatschappij en uit de koloniën (Maart)[bewerken | brontekst bewerken]

Ook in de Gestichten van de Maatschappij is de algemeen heerschende griep, in de vorige maand ontstaan, ten gevolge waarvan de sterfte, die zich echter meerendeels tot bejaarde of aan bijzondere kwalen lijdende personen heeft bepaald, in die maand ongewoon groot is geweest, zoo als in den hier achter gevoegden mutatie-staat te zien is. Thans heeft die ziekte, waardoor menige honderden zijn aangetast geweest, genoegzaam opgehouden, terwijl dezelve in de gewone Koloniën in het geheel niet is opgemerkt geworden.

Het weder was, sedert mijne vorige berigten, meest droog en ook stil, na den laatsten storm van 23 op 24 Februarij, welke in de Koloniën gelukkiglijk geene schade van eenige beteekenis veroorzaakt heeft. Thans vriest het gedurende acht dagen zoo buitengewoon, dat de veldarbeid er niet wel om kan worden voortgezet en de scheepvaart gestremd is. De winterrogge, inzonderheid de laat gezaaide, staat, zoo uit dien hoofde als ter oorzake van den veelvuldigen fellen wind, die er dezen winter gewaaid heeft,



(pagina 226)

schraal, alhoewel dat gewas desniettemin, gelijk meermalen gebleken is, zich nog wel kan herstellen bij gunstiger voorjaarsweder, daar de rogge slechts door groote nattigheid beschadigd wordt, maar anders ongunstig weder wel verdragen kan.

Men is dezer dagen bezig met het scheuren van oud klaver en ander groenland, het doorploegen van zulk en ander stoppelland en het verder bereiden van een en ander tot zomervruchten. De overmesting van het klaverland te Ommerschans is genoegzaam reeds volbragt.

Verder gaat men voort met de ontginning van 25 morgen heideveld te Ommerschans, hetwelk nog in dit voorjaar beteeld zal worden, en van 100 morgen te Veenhuizen, dewelke nog maar voor een gedeelte in het volgende najaar, met rogge bezaaid, en overigens eerst in het voorjaar van 1833, met aardappelen beteeld zullen worden. Daarenboven wordt er in de gewone Koloniën en te Veenhuizen, eene aanzienlijke oppervlakte, vroeger reeds eenige malen beteelden, doch sedert verlaten gronds, op nieuw zorgvuldig bereid en geschikt gemaakt, ter beteling in dit voorjaar.

Daarmede zal eerlang ook te Veenhuizen een begin kunnen worden gemaakt, alwaar de verbetering aan de Hoofdvaart, uit de Norgervaart, bijna afgewerkt is, terwijl de nieuwe schutsluis in de maand Mei staat voltooid te worden, waarna de gemeenschap te water met deze belangrijke Gestichten hersteld zal wezen op eenen deugdzamen voet, waarmede ook nog andere verbeteringen aan de verschillende wijken binnen deze Koloniën gepaard gaan.

De veestapel in de Koloniën blijft, bij voortduring, in een' gewenschten gezonden staat.



(pagina 227)

De ijver is onder de bevolking der gewone Koloniën, sedert het begin dezes jaars, toen er eene wijziging in de administratie is daargesteld, opmerkelijk toegenomen. Alle voor den arbeid ligchamelijk geschikte huisgezinnen, ontvangen het effect hunner gemaakte verdiensten tot op de hoogte van alle verstrekte noodwendigheden, benevens de helft van hetgeen zij nog daarboven kunnen verdienen, blijvende de andere helft dezer oververdiensten een fonds van reserve uitmaken. De gebrekkigen of voor den arbeid minder geschikten zijn in 3 klassen verdeeld, en genieten bij het beloop hunner verdiensten nog 1/3, 2/3 of 3/4 gedeelten van hetgeen zij verdiend hebben, welke toelagen derhalve grooter zijn, naar geland zij zelve meerdere verdiensten hebben gemaakt, hetgeen voor hen eene krachtige aansporing is om nog te doen wat zij kunnen. Men ziet hen dan ook nu van den vroegen morgen, tot in den laten avond met eenen ongewonen werklust gestadig bezig, terwijl er aan huis door vrouwen en meisjes, ja zelfs nog wel door mannen, des avonds vlijtig gesponnen wordt.

Ten gevolge hiervan, neemt de weverij, bij het bekomen van meerder vlasgaren, nog dagelijks toe, zijnde er geweven in

Januarij.................... 8342 ellen

en in Februarij......... 8652 ellen

Zamen 16,994 ellen

dat in die maanden van 1836, slechts 14355 ellen geweest is, terwijl de ongesteldheid van vele Kolonisten hierop nog nadeelig gewerkt heeft. De weverij van katoen is thans ook in betere werking sedert



(pagina 228)

dat hierin laatst verbetering met het kettinggaren ingekomen, kunnende kinderen van 12 tot 15 jaren thans wekelijks tot ƒ 2.— verdienen. Het gedrag der Kolonisten levert steeds weinig reden tot ontevredenheid op. Evenwel heeft er in de laatste dagen van 1836 een diefstal op het magazijn van kleeding van het 2e Gesticht te Veenhuizen plaats gehad, door zes bedelaars-kolonisten, welke allen aan dén gewonen regter zijn overgeleverd, en die kortelings ook hun vonnis bekomen hebben.

Frederiksoord, 23 Maart 1837.

De Directeur der Koloniën,

J. VAN KONIJNENBURG, C. Z.



(tegenover bladz. 228)

Slaat van de sterkte der Bevolking in de Koloniën der Maatschappij van Weldadigheid, met aanwijzing van de veranderingen, daarin voorgevallen, gedurende de Maand Februarij 1837.


De namen der Overledenen

Gewone-Kolonisten.

A. VEGTERS, overgenomen uit Haarlem.

Bedelaars-Kolonisten.

C. D. HANAU.

J. C. PRINS.

J. NIEUWBOER.

H. E. GANS.

J. KOPPERS,

B. VAN HOUTUM.

H. MOL,

J. VAN WOEREKOM.

E. VAN KAMPEN.

J. KAAlMOLEN.

B. TIELEMAN.

K. HAVENSTROOM.

M. MAST.

J. KOGENHOP.

H. VERHOEVEN.

J. D. MEURS.

C. LlGTEVOET.

J. GERMEROTH.

Kinderen te Veenhuizen.

L.J. ZWART.

A. MEULMAN.

D. DE BOER.

N. BOOT.

H. M. L. KROESEN.

F. H. MOESELAAR.

F. ROEBEL,

D. VAN HEEK.

Arbeiders Huisgezinnen.

J. RENS.

M. VAN GEMERT.

Veteranen Huisgezinnen.

M. C. WEST, Wed. P. VOLKERS.

S. C. BRAKSHOOFDEN.


Slaat van het voorhanden zijnde Vee in de Koloniën der Maatschappij van Weldadigheid, op den 1 Maart 1837. Niet opgenomen.