Maandblad Vriend des Vaderlands van juni 1829 over de Belgische kolonies

Uit KolonieWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De pdf van dit nummer staat hier op delpher.nl


Sjabloon:Maandblad Vriend des Vaderlands over de Belgische kolonies

Pagina 404. Le Philanthrope, recueil publié par ordre de la Comm. Perm, de la Société de Bienfaisance, ' établie dans les prov. mérid. du Royaume des Pays Bas, 6e année, 3e livr. Bruxelles, chez WEISSENBRUCH. Avril 1829.[bewerken | brontekst bewerken]

Dit nummer bevat:

Over den toeſtand der landbouwende armen - kolonien bij Wortel en Merksplas- Rijkevorſel, in de Provincie Antwerpen, gedurende de maanden Februarij en. Maart 1829.[bewerken | brontekst bewerken]

De kolonisten verwachteden met ongeduld den terugkeer van het aangename jaargetijde, om de winterwerkzaamhe den te laten varen en de veldelijke te hervatten, en ſedert de maand Maart hebben zij zich weder op de laatſte toege tegd. ""Men wachtte naar de eerste fraaije dagen, om te beginnen met de planting van aardappelen ', en het zaai jen van haver, vlas enz. * De rogge, het koolzaad en de klayer zijn goed door den ſtrengen winter gekomen, en de hoop moet thans den angst vervangen, welken men ten dien opzigte had kunnen hebben ; want indien men de toevalligheden uit zondert, welke plaats kunnen hebben voor den oogst, Heeft -men alle mogelijke reden, om dit jaar op cene goede inzameling te kunnen hopen. Over het algemeen bemerkt men, dat de landbouw in dè yrije koloniën verwonderlijke vorderingen maakt, en dat de grond zich aanmerkelijk verbetert ; deze voordee len zijn het gelukkig uitwerkſel der kundigheden, welke de Kapitein VAN DEN BOSCH, Inſpecteur der koloniën, in den landbouw bezit, het verheugt ons hem openlijk dezen los te kunnen geven . ' !' " 103 10 Onze lezers zullen zonder twijsel op prijs weten te ſtellen, van hoe veel belang de vorderingen, welke wij hier vermelden, voor de belangen der Maatschappij moe ten zijn, en hoezeer het beſtuur aangemoedigd moet wors den, om deszelfs ondernemingen te vervolgen, vooral, wap neer het al de: zwarigheden te boven is gekomen gi welke het bij de daarſtelling dịer ſtichtingen heeft ondervondens Zij, die drie, à vier jaren geleden de koloniën gezien hebben, zullen, indien de belangſtelling ben aanſpoorde om zich dezen zomer derwaarts te begeven, gemakkelijk in eigen perſoon kunnen, oordeelen over de verbetering van den grond ; echter raden wij aan de perſonen ardie dit plan gemaakt hadden, aan, om te wachten, tot het eind der maand Junij, welke de tijd des jaars is waarop zij gelijkelijk kunnen oordeelen over de hoedanigheid der gewasſenIcy, Welke. die gronden bedekkene sish 9940 Wij hebben vernomen, dat verſcheidene landlicden in den omtrek der kolonien veel aardappelen hebben verlo ren ten gevolge der harde vorst, welke wij dezen winter gehad hebben, en dat de. zorgen, door þet beſtuurder koloniale ſtichtingen genomen, om eene dergelijke ſchade voor te komen, volmaakt gelukt zijn, en dat dezelve al 200 de geheele opbrengst ivan, haren aardappel oogst,, die aanmerkelijk was, behouden heeft. Hoewel de ke lonisten over het algemeen des winters niet zo0 yeel als in den zomer,, van de opbrengst van hunnen, arbeid trekken ; belet zulks niet dat, op weinige uitzonderin gen na, dezelve niet over het algemeen in bunne be hoeste hebben kunnen voorzien.g.,en dat de ſchulden welke anderen bij de Maatschappij, gemaakt hebben, ſlechts van weinig aanbelang zijn . De gezondheidstoe ſtand is in de yrije koloniën buitengemeen voldoende ; even eens is het met het gedrag der kolonisten. De jotta ge lieden gedragen zich zeer geregeld naar de lesſen det onderwijzers, en maken vorderingen in het lezen, ſchrij Ven en rekenen . De kolonisten vervullen ook zeer gezet hunne gods dienſtige pligten, en doen hun voordeel met het onders wijs, dat hun gegeven wordt door den Heer AERTS, Geestelijke, wiens ijver niet verslaauwt. : Er zijn, gedurende de maanden Februarij en Maart, a kinderen geboren ; er is Nechts 1 perſoon geſtorven, en dat wel gedurende eenen tijd, waarop anders de meeste menſchen ſterven . Een weeskind, geplaatst door het beſtuur der godse huizen té Doornik ', heeft de koloniën heinielijk verlas ten . Op den saatſten Maart 1829 bevonden er zich 571 in gezetenen der vrije kolonien.

Over de bedelaars-kolonie tusſchen de dorpen Merksa plas en Rijkevorſel, in de Provincie Antwerpen, gedurende Februarij en Maart 1829.[bewerken | brontekst bewerken]

De landelijke werkzaamheden in deze kolonie hebbet Insgelijks die van den winter in de werkzalen vervan - gena 16 De bedelaars-kolonisten zijn gelukkig de ſtrengheid va het laatſte jaargetijde doorgekoinen ; gedurende de zes jongſte maanden zijn er weinig zieken geweest ; 'hetgeeni daaruit blijkt, dat men van October as, op eene middel bare bevolking van 725 zieten, slechts 14 dooden, os vier in de maand lreest gehad . Dit getal is voorzeket zeer gering, indien men in aana merking neemt, dat er onder de bedelaars zich personen bevinden, die verzwake zijn, het zij door de jaren, het zij door den arbeid os door het ellendige aanzijn, ħet welk zij hebben voortgeſleept, alvorens in de koloniën te komen . Indien de Maatschappij reden lieest, om tevre I den te zijn over den uitdag harer groote ondernemingen in de vrije kolonien moer, zij nog meer aangemoedigd I worden door de gelukkige Plaging van haren arbeid in de kotonie tot wering der hedelarij ; want het is daar voor at, dat ieder zich zal kunnen overtuigen, dat de Iteiden, welke in ons Koningrijk nog overig zijn, ſlechts de nij verheid en de hand van den mensch verwachten, om ze aan hunne onvruchtbaarheid te ontrakken, en hem ten 1. volle voor zijnen arbeid te beloonen . De Maatschappij meent zich eindelijk te kunnen vlei. | Jen, dat de gronden, welke bij de kolonie tot wering der bedelarij bebouwd zijn, dit jaar; ten aanzien van den rijkdom harer voortbrengseten'; met de beste sanden ſ in den omtrek vergeleken zullen kunnen worden . - De bevolking van het bedelaars-geſticht was op het einde van Maart 726 perſonten. 11 bedelaars zijn gedue rende de e laatſte maanden in vrijheid geſteld ; 36 zijn aangenomen tot de krijgsdienst in de Indien, 4 zija Coverleden en 3 weggeloopen . Misſchien heeft de een os ander onzer lezers, in de dagbladen, opgemerkr de aankondiging van een Engelsch werk, getiteld1 : Voorlezing over de aardrijkskunde der planten, door JOHN BARTON, in het Sransch vertaald door den Heer J. MARCHAL te Brasſel. De vervaardiger heeft bij zijn werk eenige aanteekeningen gevoegd ter verbetering der Nationale nijverheid ; ' eene maakt onder andere melding van de volgende daadzaak : In de heiden tusſehen Antwerpen en Breda hebben els topinambours bij de derde inoogſting vijs zeer groo ., te zakken opgeleverdl, hoewel men er, te rekenen van het eerſte jaar, eenige gebruikt had.” .

Daar het bekend is, dat de topinambours een uitſte kend voedſel voor het vee zijn, heeft de Maatschappij zich beijverd er de aanbieding van aan te nemen, van haren penningmeester den Heer hennessy, en dezelve te zenden aan . den Kapitein VAN DEN BOSCH, Inſpecteur der.. koloniën, - om er de teelt van te,beproeven. De daadzaak, welke in de aanteekening op het werk van den JOHN BARTON voorkomt, ſchijnt aan de Maat ſchappij dezekerheid van de goede Naging, te kunnen geven .

De Perm . Comm . heeft ook naar de koloniën gezon. den zaad van witte moerbezięboomen, om hetzelve daar uit, te zaaijen ; eindelijk, er wordt niets verwaarloosd om deze ſtichtingen genmaal, de ſtandvastige, beſcherming van derzelver doorlucb :igen grondvester, waardig, te maken, die, nog,onlangs,aan, de Zuidelijke Moaiſchappü yan Weldadigheid, een nieuw bewijs., van zijne welwillende bezorgdheid i peers heeft gegeven, door zich . tot borg aan te bieden in eene leening van s 150,000, ten behoeve van gemelde Maatschappij gedaan.

Deze leening is te Amſterdam op den 1. April 1829 geſloten, ter rente van 41 ten honderd en ten hon derd premię..., te.. yoegen bij de açrſte aslosſing ; 1 ten honderd bij de tweede aslosſing, altijd ten honderd ieder jaar vermeerderende, tot aan het 25€, waarop de hoosdſom van s 150,000 geheel zal moeten zijn asgelost. De Maatschappij verwacht, dat 2.M. vrijdom zal wil den geven van de kosten van registratie der ſtukken en van het zegel, met betrekking tot deze leening.

Onze lezers zullen zonder twijsel deze edelmoedige daad van z. K. H. Prins FREDERIK der Nederlanden niet vernemen, zonder in de bewondering te 'deeten, welke deze ſtandvastige bezorgdheid van Z : K. H. voor al' lietgeen "het lot der 'behoestige volksklasſe kan verbete ren, doet geboren worden .. Mogt het voorbeeld ; gege ven door den Zoon van onzen geliesden Vorst, nog den menschlievendheid vermeerderen, welke het Nederland sche volk kenichetst, en hetzelve eenmaal den roem doen deelen van toegebragt te hebben tot de uitvoering van zulke nuttige werkzaamheden. menschlievendheid vermeerderen, welke het Nederland sche volk kenichetst, en hetzelve eenmaal den roem doen deelen van toegebragt te hebben tot de uitvoering van zulke nuttige werkzaamheden.

De Heer a, Clavareau te Maastricht heeft, eenige maanden geleden, in het licht gegeven: Lts Batayes a la nouvelle Zemble, poëme traduit de tollens, suiyi de quelques poësies du traducteur. Het plan van dien Heer was om de opbrengst der inteekening op dit werk te bededen als gift voor de beide Maatfchappijen van Weldadigheid. Na aftrek der kosten heeft de Heer clavareau de fom van zeventien honderd guldens overgehouden, en hoewel deze fom voor de Noordelijke en Zuidelijke Maatfchappij van Weldadigheid elk voor de helft beftemd is, dezelve aanvankelijk bij de laatlte geftort» Wij zijn verzekerd, voegt de Redactie van de Philanthrope ten (lotte er bij, dat allen, die kennis zullen dragen van eene zoo fchoone en prijzenswaardige daad, met ons de achting zullen deelen, welke hij, die eene weldaad doet, altijd inboezemt, en wij meenen ook, dat men nimmer de vertaling van het dichtftuk van tollens Zal lezen zonder eenen regtmatigen lof toe te bréngen aan het talent van den Heer clavareau, en zonder zich het edele gebruik in het geheugen te roepen, hetwelk hij daarvan maakt. Mogten andere letterkundigen een zoo fchoon voorbeeld navolgen eii zich met even weldadige gevoelens bezielende, zich niet bepalen tot het bewonderen derzeïve!