Maandblad Vriend des Vaderlands van juli 1829 over de Belgische kolonies

Uit KolonieWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De pdf van dit nummer staat hier op delpher.nl

Sjabloon:Maandblad Vriend des Vaderlands over de Belgische kolonies Pagina 465. Le Philanthrope, récucit publié par ordre de la Comm. Perm. de la Société de Biensaisance, établie dans les Proy. Mérid. du Royaume des Pays- Bas. Vile année. 5° Livraison. Bruxelles, chez weiSSENBRUCH. Juin 1829

Over den toestand der landbouwende koloniën bij Wortel, Merksplas en Rijkevorsel in de Provincie Antwerpen, gedurende de maanden April en Mei 1829.[bewerken | brontekst bewerken]

Al de verslagen, welke uit de koloniën komen, geven hoop op eenen overvloedigen oogst. Lieden, die dit jaar reeds de gelegenheid gehad hebben om de koloniën te bezoeken, verzekeren, dat het niet mogelijk is ergens elders velden aan te treffen, die beter bebouwd zijn en grooter hoop geven, zoo dat



(pagina 466)

men reden heeft om op eene aanzienlijke vermeerdering der jaarlijksche inkomsten te kunnen rekenen, indien geen onheil zulke schoone vooruitzigten komt verstoren. Het schijnt dat de proeve, met het uitzaaijen van zaad van witte moerbeziënboomen, gelukken zal, en dat de grond zeer geschikt is voor deze aankweeking. De ridder DE BERAMENDI, intentant van het Spaansche leger, gewezen consul-generaal van Zijne Katholijke Majesteit en Bestuurder van de koninklijke instelling voor de zijdeteelt op het kasteel Manage bij Ath, heeft een ontwerp aan Z. K. H. Prins FREDERIK aangeboden, om deze teelt even als die van den moerbeziënboom in de koloniën der Maatschappij in te voeren, ten einde alzoo een' nicuwen tak van nijverheid bij de reeds aldaar bestaande te voegen.

Daar de Heer de BERAMENDI reeds het vertrouwen van Z. M. had verworven, en de vergunning had verkregen, om in dit koningrijk eene koninklijke instelling op te rigten voor de vervaardiging der zijde, heeft zijn ontwerp de aandacht van Prins FREDERIK getrokken, die țen dien opzigte het gevoelen der Perm. Comm. inwon. Alle berigten, door deze ten aanzien van dat ontwerp ingezameld, waren gunstig voor de uittvoering; echter vond zij het voorzigtig van te beginnen met dit jaar een zc ker aantal kleine moerbeziënboomen, te doen planten, om zich meer stellig te verzekeren van de slaging dezer teelt in de koloniën. Zeventien duizend moerbeziënbooinen van één tot twee jaren oud, werden aan de Maatschappij geleverd door den Heer ALEX. SCHNEIDER, boomkweeker van de koninklijke instelling, die zelve het toezigt hield over de planting in de koloniën. Indien de Maatschappij van Weldadigheid in deze nieuwe onderneming eenmaal konde rekenen op eene uitkomst, gelijk aan die, welke de Heer de BERAMENDI in de instelling heeft verkregen, welke hij bestuurt, is



(pagina 467)

het waarschijnlijk, dat zij alsdan alle mogelijke uitbreiding aan dit plan zoude geven. Wij zullen onze lezers steeds met deze zaak bekend houden.

De Perm. Comm. heeft kortelings naar de koloniën opgezonden maískorrels of Turksch koren, aan de Maatschappij, vergezeld door eene beschrijving van de wijze van aanbouwing, aangeboden door den Heer ALEX. SCHNEIDER.

Deze korrels dienen tot voedsel van menschen, beesten en gevogelte. In het noorden van Amerika, in Italië en Duitschland, maken de armen er hun brood van.

Op den 14 April heeft er een verschrikkelijke storm in de koloniën plaats gehad; dezelve heeft een gedeelte van eene schuur omvergeworpen, waardoor twee schapen gedood en drie gekwetst zijn geworden; de schade wordt op ƒ 150 begroot.

Op den 26 April hebben 37 kinderen van vrije kolonisten hunne eerste communie gedaan, en op den 10 Mei hebben 31 jonge bedelaarskolonisten dezen zelfden pligt vervuld in de kapel van het gesticht, waar bij die gelegenheid eene mis en een te Deum met muzijk zijn uitgevoerd; twee geestelijken uit naburige gemeenten zijn komen medewerken tot den luister dier plegtigheid.

De Heer DE MUNTER, geestelijke in de kolonie tot wering der bedelarij, heeft eene leerrede in het Nederduitsch uitgesproken, welke voor de omstandigheden geschikt was; — in den namiddag had het salut plaats, gevolgd van eene leerrede in het Fransch, (waarschijnlijk uit hoofde, dat sommige Waalsche kolonisten de Nederduitsche taal nog niet genoeg magtig zijn). Deze daadzaken, getrokken uit de brieven der koloniale geestelijken aan de Perm. Comm., toonen aan, dat door de Maatschappij niets verzuimd wordt om de jonge



(pagina 468) lieden, welke aan hare zorg toevertrouwd zijn, te doen onderrigten in de pligten van de godsdienst; en te gelijker tijd, dat de Heeren geestelijken zich lofwaardig in hunnen post gedragen.

Door de zorg van den Heer DE MUNTER heeft er in de koloniën eene inzameling plaats gehad ten voordeele der weduwen van de in de dienst der Nederlanden gesneuvelde krijgslieden; dezelve heeft ƒ 20 opgebragt.

Alles gaat geregeld in de verschillende stichtingen der Maatschappij; de landbouw maakt er snelle vorderingen en de gezondheidstoestand der kolonisten is even als hun gedrag voldoende.

Gedurende de maand April heeft er niet één sterfgeval in de vrije koloniën plaats gehad en slechts één in het bedelaarsgesticht.

Het weeskind van Doornik, dat heimelijk de koloniën verlaten had, is daarin terug gebragt geworden.

Het huisgezin van Hellewaert, door de sub-commissie van Brugge geplaatst, heeft op den 10 April zijne hoeve verlaten.

Gedurende de maand April zijn er 6 bedelaars in vrijheid gesteld. Op den 1 Mei waren er in de vrije koloniën 563 inwoners en in het bedelaarsgesticht 736