Maandblad Vriend des Vaderlands van januari 1829 over de Belgische kolonies

Uit KolonieWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De pdf van dit nummer staat hier op delpher.nl


Sjabloon:Maandblad Vriend des Vaderlands over de Belgische kolonies

Le Philanthrope, recueil publié par ordre dela Comm. Perm. de la Société de Biensaisance, établie dans les Proy. Mérid. du Royaume des Pays-Bas. VIIe Annéē 20. Livraison. Bruxelles ; ' chez WEISSEN BRUCH. Decembre ' 1828.[bewerken | brontekst bewerken]

Over den toeſtand der vrije armenkoloniën te Wortel, in de provincie Antwerpen, gedurinde October en November 1828.[bewerken | brontekst bewerken]

Inn vroegere verſlagen hebben wij dikwijls melding ge maakt van de moeijelijkheden, welke de Maatschappij had ontmoet, en van de zwarigheden, die het goed ſlagen harer ſtichtingen hadden doen vertragen ; de tijdingen, welke wij echter thans uit de koloniën ontvangen, zijn van dien aard, dat dezelve alle ongerustheid ten opzigte der duurzaamheid van die inſtellingen doen verdwijnen., Deze meer gunſtige ſtaat is een gevolg der in het be ſtuur gemaakte veranderingen ; men weet, dat, tijdens de daarſtelling dezer ſtichtingen, een huisgezin, hetwelk in de koloniën kwam, dadelijk geplaatst werd in eene woning, omringd met 31 bunder lands, voor welks be bouwing hetzelve zorg moest dragen ; men weet daaren boven, dat aan hetzelve ééne os 2 koeijen, alsmede ſcha werden gegeven, en dat de kolonisten het land bebouwbaar moesten maken, en in ſtaat, om in hun onderhoud te voorzien, alsmede om het vee, te voeden, behalve nog de voorſchotten, welke zij van de Maat ſchappij ontvingen in het eerſte jaar van hunne aan, komst, en waarvoor zij als ſchuldenaars werden aange, teekend. De ondervinding leerde. weldra,. dat eene zoodanige wijze van beheer het geheele beders der Maatschappij, en zells hare geheele vernietiging zoude hebben medege bragt, want om te kunnen hopen, dat de vrije ſtich-, tingen met eene dergelijke zamenſtelling zouden hebben gebloeid, had het behoord, dat de huisgezinnen, welke men voor de vrije koloniën beſtemde, eerst eenigermate voor hunne toelating eene zekere proes hadden ondergaan, ten einde te bewijzen, dat zij kennis van den akker bouw, alsmede ijver en orde bezaten ; het verleden nu bewijst genoeg, dat zeer weinig perſonen ; welke door de ſubkommisſiën gezonden zijn, in zoodanig geval zou den zijn toegelaten geworden, en hunne onkunde, hunne onverſchilligheid en ſlecht gedrag zouden hen bijna altijd hebben doen aswijzen. De in het beſtuur dezer koloniën gemaakte verande ringen, waarover wij reeds vroeger onze lezers onder houden hebben, hebben den meest voldoenden uitſlag gehad, en ſedert dat de Maatschappij het vee teruggeno men heeft, in welks voeding de kolonisten moesten voorzien, alsmede sedert dat zij niet meer belast zijn met voor eigene rekening de 31 bunder lands te bebou wen, die thans aan de Maatschappij behooren ; eindelijk sedert dat de kolonisten hun aanzijn als hoevenaars met dat van eenvoudige daglooners hebben verwisſeld, ver. toont alles ' zich over het algemeen onder een meer vol doend uiterlijk ; de landen worden beter bebouwd, de beesten volmaakt wel gevoed, en de kolonisten, voor welke al deze zorgen lastig waren, zijn meer tevreden met hun lot en maken geene ſchulden meer bij de Maat schappij. Zoodra hun het geringſte voorſchot in levens middelen wordt gedaan, houdt de Maatschappij het be drag daarvan van hun loon as, hetwelk wekelijks uitbe taald wordt. Deze in het beſtuur der vrije koloniën gemaakte ver andering heeft echter niet belet, dat men aan eenige ko Ionisten het vrije beheer hunner kleine hoeve gelaten hebbe, alsmede de zorg voor hun vee ; maar deze vrij heid wordt ſlechts aan die huisgezinnen verleend welke, in alle opzigten, het vertrouwen verdienen, het welk zij genieten. Aldus vermeerdert het beſtuur het geral dier kleine hoevenaars, door hen uit te kiezen, onder de ijverige en zorgvuldige huisgezinnen, en welke de in den land bouw noodzakelijke kennis hebben verkregen. Eene andere plaats gehad hebbende verandering is, dat de Perm. · Comm. beſchikt heeft over een der vier hoosdgebouwen, welke zich op het plein der Welda-. digheid in het midden der vrije koloniën bevinden, om er eene kapel van te maken, waarin al de kolonisten op zon- en seestdagen de mis kunnen hooren. De inwijding dezer kapel heeft op den 21 Nov. 1828 plaats gehad, met al den godsdienſtigen toeſtel, welken men bij derge lijke gelegenlieden gewoon is. Hieruit volgt, dat de kolonisten niet meer verpligt zijn, om zich naar de kerk der gemeente van Wortel te begeven, ten einde hunne godsdienſtige pligten te vervullen. De Perm. Comm. heeft mede voorzien in eene meer geſchikte woning, dan die, waarmede zich de Heer aerts, Pastoor der vrije koloniën, tot dus verre voor loopig had moeten vergenoegen. Een fraai huis, gele. gen op gemeld plein der Weldadigheid, en digt bij de kapel, dient z. E. thans tot woning. De grootſte los is tot de Perm. Comm. gekomen om trent de wijze, waarop die eerbiedwaardige geestelijke zijne werkzaamheden als herder vervult. Hij ſpaart geene moeite hoegenaamd, om de kolonisten, die van de goede orde en gehoorzaamheid aswijken, daartoe terug te brengen, en het vertrouwen, hetwelk hij zich verwor. ven heeft, alsmede de eerbied, welken hij inboezemt, maken, dat het hem bijna altijd gelukt. De geestelijke, die', buiten en behalve zijne werk zaamheden als herder, aldus medewerkt,, om de orde onder de kolonisten te handhaven, is waarlijk de dank, baarheid der Maatschappij in het algemeen waardig. Wij vernemen ook, dat de Heer DE MUNTER, geeste, lijke van de bedelaarskolonie, voortgaat, met in de uit oesening zijner bezigheden eenen ijver te toonen, welke allen lus waardig is. Gedurende de maanden Oct. en Noy. 1828 bestond de voornaamſte arbeid der kolonisten in liet oogſten, der aardappelen, alsmede in het bezaaijen der landen, met winter koren. Het ſchoone weder gedurende het najaar heeft deze werkzaamheden zeer begunſtigd. De yrije koloniēn hebben dit jaar 3829 N. mudden aardappelen opgebragt ; deze opbrengst zoude nog veel aanmerkelijker geweest zijn zonder de regens, die gedu ſende dit jaar zoo lang hebben aangehouden. Eerst wanneer het koren gedorscht zal zijn, zullen wij de juiste hoeveelheid van den oogst daarvan kunnen opgeven. De grond der koloniën verbetert zich oogenschijnlijk, en de teelt der gewasſen levert van jaar tot jaar betere uitkomſten op. Sedert de nieuwe inrigting, ſchijnen de ingezetenen zich met meer lust aan den arbeid over te geven, en hou gedrag is over het algemeen goed. Men zoude misſchien daaruit kunnen asleiden, dat hunne ſchulden, die te voren telken dage vermeerderden, hun tegenzin inboezemden en hen ontmoedigden. De ondervinding, welke de Maatschappij nu opgedaan heeft, bewijst, dat, om den mensch tot eenigen ſtaat te verhessen, het niet genoeg is, om hem daartoe de gele genheid te verſchassen, en dat hij daartoe nooit zal ko men, indien hij, bij de goede geſchiktheid, waarmede hij is toegerust, niet dien lust, tọt verder komen voegt, die zich weldra doet herkennen door den 1]ver en de orde in alles, wat hij verrigt. Een ongevoelig en on wetend ' wezen doet zijn voordeel niet met de middelen om gelukkig te zijn, welke ' men het aanbiedt : plaats het in den gelukkigſten ſtaat, het zal er zich niet in kunnen handhaven. Het was dus te vergeess, dat de Maatſch. yan Weld. eene helpende hand tot zulke we zens uitſtak, in de hoop van hen tot eenen eervollen ſtand te verhessen. Zij zouden altijd in de armoede en de verdierlijking teruggeſtort zijn, waarin hunne onver beterlijke ondeugden hen te voren gedompeld hadden. Men zal zonder twijsel oordeelen, dat de Maatschappij, volgens de ondervinding, welke zij ten haren koste heeft opgedaan, door voorbeelden te volgen, die zij eerder had moeten vermijden, volmaakt reden heeft ge had, om de inrigting harer vrije kolonjën te veranderen, en dat deze nu eene oneindig meer verzekerde uitkonst zullen opleveren. : leder perſoon neemt de plaats in, welke hem volgens zijne natuurlijke en zedelijke middelen past, zoodat er zich tegenwoordig in de koloniën werklieden en hoeve naars bevinden ; onder deze laatſte zijn er, die een os twee koeijen hebben, welke aan de Maatschappij behoo ren ; anderen zelfs zijn tot eenen genoegzamen graad van voorſpoed gekomen, om uit hunne eigene penningen eene koe te kunnen aankoopen. Het dunkt ons genoegzaam te zullen zijn, om eene eenvoudige vergelijking daar te ſtellen tusſchen deze. kleine hoevenaars, welke eene koe in eigendom bezitten, en die huisgezinnen, waarin de ellende zich aankondigt door de weinige orde, welke er heerscht om de juist heid van de redenering te bewijzen, welke wij zoo even aanvoerden, en en van het onderſcheid, hetwelk, men tys ſchen de verſchillende perſonen moet maken. Hoteller Thans ` kunnen de kolonisten niet meer van die ſchul. der hebběn ; welke op zuiver' verlies voor de Maatschap pij uitliepen, en die aan haar eene aanmerkelijke ſchade veroorzaakt hebben. a Men merkt ook op, dat, ſedert de nieuwe inrigting, de door de kolonisten aan het beſtuur gedane klagten aanmerkelijk verminderd zijn, dat overal eene betere orde heerscht, en dat de uitgaven ten laste der Maatschappij ongevoelig verminderen i 11. De kinderen volgen geregeld de lesſen ' van den onder Wijzer, alsmede her godsdienſtig onderrigt, herwelk hun door den Sleer geestelijke' AERTS 'wordt gegeven. De gezondheidstoěſtand kan niet voldoender zijn ; get durende ! Oct. en Nov. heeft er Pechts één ſtersgeval plaats gehad en zijn er 3 kinderen geboren. - Eén huisgezin, beſtaande uit vader, moeder len 8 kinderen, uit Grevenmacher, in het Groot-Hertogdom Luxemburg, is in October opgenomen. In November 6 verlatene kinderen, gezonden door het beſtuur der burgerlijke godshuizen te-Doornik, alsmede een huisgezin, beltaande uit vader, moeder en 5 kindes reh, komende uit de gemeente Sichem, arrondisſement Leuyen." ** Dé bevolking beltond op den 30 Nov. uit 570 zielen. :: P *** )

Over de þedelaars-kolonie, tusſchen de dorpen Merks plas en Rijkevorſel, in de provincie Antwerpen.[bewerken | brontekst bewerken]

De oogst der aardappelen heeft dit jaar in deze ko. lonie 8,000 zakken os 6,850 Ni mudden bedragen. De wortelen en knollen zijn volkomen geſlaagd, en léveren een gezond en overvloedig voedſel op, zoo wel voor de bedelaars in het geſticht, als voor het vee, hetwelk zich in deze kolonie bevindt. Daarenboven bieden 31 bunders klayer aan de Maat ſchappij, voor het volgende jaar, eene nieuwe hulpbron aan ter voeding der koeijen. Na het dorsehen van het koren zal de juiste hoeveel heid ', welke er geoogst. is, kunnen opgegeven worden. od De bedelaarskolonisten gedragen zich, over het alge meen, zeer welt; zij begeven zich dagelijks naar de plaats, welke hun voor den arbeid is aangewezen, en zij kwijten zich daarvan allen met den best mogelijken wil. " Hun gezondheidstoeſtand laat. niets te wenſchen ovet ; er zijn, gedurende Oct, eo Nov., ' weinig zieken : geweest en Nechts' II. sterfgevallen ; 4 bedelaars zijn in, vrijheid geſteld, en er zijn 6 weggeloopen. Op den 30 November bedroeg de bevolking 709 pero sonen. Wij meenen het geſchikt, om onzen lezers hier eene vrij buitengewoner omſtandigheid te doen opmerken ; zij zullen zich herinneren, dat bedelaars, welke uit de ko loniën ontſnapt waren, op de banken van de hoven van Assises, te Antwerpen en Brusſel, waren verſchenen, aangeklaagd van misdaden te hebben gepleegd, waarvan zij zich zelven beſchuldigd hadden, ten einde uit het geſticht te geraken ; waar zij het zoo ſlecht ſchenen te hebben, om naar eene gevangenis overgebragt te wor den, waar zij niet zouden behoeven te werken. De Courrier des Pays-Bas, van den 17 Maart 1828, kenschetſte het geteekende shoosd van een dezer beden laars, die, op de banken van het hos van Asſiſes van Brusſel, verſcheen. Wel nu, deze zelsde man, met het geteekende hoosd, werd naar de koloniën gezonden, in het ſtraspeloton geplaatst, met de roode muts op het hoosd, en al de andere onderſcheidingsteekenen, welke de wegloopers moeten dragen ; niet alleen gelukte: het, hem van zijne souten 'te verbeteren, maar hij go droeg zich 200 goed, dat hij kortelings benoemd is tot zaalopziener, om de orde onder de bedelaars te handha * ven. Dit voorbeeld ſchijnt te pleiten voor het iſtessel, hetwelk in de geſtichten “gevolgd wordt....... Lanvin

De Perm Commisſies houdt zich in dezen oogenblik pl Miet- goedkeuring van den doorluchtigen Voorzitter der Maatschappij, bezig met eend.tweede overeenkomst y tusas ſchen haar en de regering, aan te gaan, wegens het ons derhoud ' in hare koloniën van invalide-bédelaars, welke zonden toegelaten worden, om het getal van rooq be delaars aan te vullen ; voor het onderhoud van welke den regering zich door vroeger contract verbonden had, jaar lijks! per. boosd s 35 te zullen betalen. Volgens het ontwerp dezer tweede overeenkomst, zal de regering jaarlijks is 25:-meer betalen voor iederen invalide, en s 17,50 voor de kinderen onder de 13 jaren ; maar er: ! zullen zich nimmer meer dan 500 onwerkvatbare, os in valide bedelaars in het geſticht bevinden. De regering ſtaat ook aan de Maatschappij, te rekenen. van den 1 Januarij 1827, eene ſchadevergoeding toe van s. 25, voor de bedelaars, welke invalide geworden zijn sedert hunne opnening in de koloniën ; alsmede: s 17,50 voor de kinderen, die den leestijd van 13 jaren nog niet : bereikt hebben. 03. UN SD. 2.... Deze ſchadeloosſtelling wordt toegekend, uit aanmerking van de verliezen, welke de Maatschappij heeft ondergaan door het onderhoud van invaliden, die niet in ſtaat waren, om, door hunnen arbeid in de kosten van hunne voeding., enz., te voorzien. men !!

---

De Perm. Comm. nder Maatſch. van Weld der zuid. - provinciën kan niet anders dan; zich beroemen, op den ijver, der, provinciale raden van toezigt over der Subkommisſiënd Deh ! Hi Generaals, militaire Commandanten, der provinciën alsmede de l H. Directeuren van de directe belastingen, in en uitgaande regten en accijnsen, hebben mede regt op de geheele dankbaarheid der beſtuurders van de Maatschappij en wij geloven het zelfs dienſtigs om hier bijzonder te vermelden de directie der belastingen in de provincier Henegouweni, waar 596 ambtenaren hebben ingeſchreven voor s 549,56 -De menschlievende gevoelens, welke die heeren bezielen voor de koloniën door Z.K. H. Prins FREDerik der Nederlanden daargesteld ", verdienen zonder twijsel deze eervolle melding. - De Perm. Commy neemt deze gelegenheid waarom in het openbaar aan den Heer DE PUYDT. en de H..H. ambtenaren nu onder deszelfs directie haren opregten darik te betuigen.