De kleding tot op het bloote ligchaam nagezien

Uit KolonieWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

EmbleemVerhaalVrijeKolonien.jpg

Kijk voor meer verhalen op
deze pagina.


Zelf een verhaal plaatsen?
Kijk op de hulppagina's bij de
'Handleiding - Een verhaal plaatsen'
hoe dat kan.

door Wil Schackmann

Met hun aankomst op woensdag 4 juli 1821 behoren Hendrik Jans Duijker en zijn gezin tot de eerste bewoners van Wilhelminaoord. Duijker is ongeveer 34 jaar, evenals zijn echtgenote Wijtske, en ze hebben acht  kinderen. Ze komen uit Workum en daar had Hendrik vroeger het beroep 'kuiper' uitgeoefend en Wijtske dat van 'spinster'.

Omdat de kinderen nog klein zijn is er wat weinig arbeidskracht in huis en daarom wordt er een wees aan toegevoegd uit het weeshuis van het Zuid-Hollandse Oudewater. De 11-jarige Arie Roesteen is blijkbaar een harde werker en omdat Hendrik Jans 'zelfs een man is, die door sterken arbeid veel geld wint', behoren de inkomsten van het samengestelde huisgezin tot de hoogste van de kolonie. Maar na een half jaar komen er klachten.

De Regenten van het Weeshuis te Oudewater hebben over de Duijkers vernomen dat die 'door het vloeken, de slegtste voorbeelden' geven en dat zij de jonge Arie er zeer armetierig laten bijlopen. Hij zou 'somwijl zonder koussen en als in lompen gehuld' gaan. Verder is vernomen dat hij bij zijn gastgezin 'zoo veel honger lijdt, dat hij bij andere kolonisten een stuk brood moet vragen'.

Zulke klachten worden serieus genomen en de directeur van de kolonie gaat op onderzoek uit. Dat het jongentje Arie in lompen loopt is geheel onwaar, meldt hij. 'Zoo zelfs, dat ik het gisteren onverwagt bij de spinzaal aantrof en aangenaam wierdt verrast, daar het zelve zodanig te vinden, dat slechts de linnen broek aldien behoorde te zijn gerepareerd.' De directeur houdt niet van half werk: 'Niet te vreden met het uitwendige heb ik de kleding tot op het bloote ligchaam nagezien, en zelfs het hemd schoon en zonder de minste verzuiming hersteld gevonden.'

Vervolgens wil hij rond etenstijd een kijkje nemen bij het gastgezin, maar hij komt te laat. 'Toen ik gisteren bij Duijker kwam, was daar reeds gegeten.' Maar de vrouw des huizes toont hem 'het overschot, bestaande in een grote portie gort, waar over vet en stroop' en dat lijkt de directeur een goede en voedzame maaltijd.

Alleen bij één aspect heeft hij twijfels, hij kan zich voorstellen dat Arie 'door te hoog vloeken' een slecht voorbeeld krijgt. 'Duijker en derzelver vrouw bij wien dit kind is ingedeelt zijn menschen enigsints ruw.' Maar voor de rest is zijn conclusie dat de klachten onterecht zijn. En hij heeft ook een vermoeden hoe ze in de wereld gekomen zijn.

Tegelijk met de klachten over de behandeling van Arie had Oudewater ook klachten opgevangen over de behandeling van een meisje bij huisverzorger Reedijk. De directeur wijst erop dat er in Wilhelminaoord ook twee gezinnen uit Oudewater wonen (Bouwman en Van Puffelen). Hij denkt dat die graag die twee harde werkers in huis zouden willen hebben en dat zij daarom 'de kinderen tot het inbrengen van klagten hebben aangespoort'. Dat plannetje gaat dus niet door. De directeur plaatst Arie wel over, want de regenten in Oudewater moeten te vriend gehouden worden en hij weet nog wel een gezin (Jan van der Lugt) waar minder 'hoog' gevloekt wordt. Maar niet naar die kolonisten  uit Oudewater!