Aaltje Mooij

Uit KolonieWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Aaltje Mooij behoort tot de vrouwen in het provinciaal werkhuis te Hoorn, beschreven in De bedelaarskolonie blz 90-92, die door kapitein Hoff worden geselecteerd en daarna door hem over de Zuiderzee naar de Ommerschans worden gebracht, waar ze 10 oktober 1822 aankomen.

Aaltje Mooij wordt in het ‘boek gemerkt A’ (Drents Archief, toegang 0137.01, invnr 422) ingeschreven onder bedelaarsnummer 47. Volgens die inschrijving is zij geboren 7 april 1783 te Hoorn als dochter van Pieter Mooij en Pietje Kol, en heeft zij het laatst gewoond te Hoorn. Zij heeft een lang aangezicht, rond voorhoofd, bruin haar en blauwe ogen, spitse neus, kleine mond, spitse kin en geen bijzondere kenmerken.

Aaltje Mooij wordt 22 oktober 1824 ontslagen.

Maar later keert ze diverse keren terug en krijgt zij de bedelaarsnummers:

  • C 1825,
  • T 1235,
  • G 627,
  • G 352.