Raad van Tucht van de Ommerschans in november 1837

Uit KolonieWiki
Versie door Nieuwenhoven (overleg | bijdragen) op 1 sep 2023 om 11:12 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het overzicht van
alle tuchtzittingen
op de Ommerschans
staat op
deze pagina

Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht te Ommerschans

Zitting gehouden op Zaturdag den 11 November 1837.-[bewerken | brontekst bewerken]

De Raad is tesamen geroepen, en de Voorzitter opent de Vergadering.-

Albert Euwes Rinkema N. 499 . Deserteur voor de 1e maal door een policie Beambten van Groningen terug gebragt.-

Op de vraag van den Voorzitter naar de redenen zijner ontvlugting, weet hij niets dan onbeduidende zaken tevoorschijn te brengen.-

Gezien Art. 11 van het Reglement van Tucht luidende als volgt;

Hij die voor de eerste maal ontvlugten wil en daarin wordt gehindert of ontvlugt en weder terug gebragt is zal met opsluiting en boeyen tot tien dagen toe de twee eerste te water en brood, worden gestraft met medeneming van goederen buiten de aanhebbende kleeding of andere verzwarende omstandigheden, als ook ontvlugting voor de tweede maal  met opsluiting in boeIJen gedurende veertien dagen, waarvan de drie eerste en drie laatste te water en brood en met verzwarende omstandigheden  voor de tweede of volgende malen benevens meervoudige ontvlugting voor de derde en volgende malen met vijftien tot veertig rietjesslagen en opsluiting als voren, zullende al de ontvlugt geweest zijnde of die dit kennelijk hebben willen doen na de ondergane straf, drie maanden lang eene onderscheidene kleeding moeten dragen en in de disciplinezaal worden geplaatst.

Men laat hem buiten gaan.-

De Raad overweegt en Besluit den beschuldigden te Straffen met 8 dagen opsluiting de twee eerste te water en brood, en het dragen van een distinctief pak.-

Men laat hem weder binnen komen, de Secretaris maakt hem zijn Vonnis bekend, waarna hij wederom aftreed.-



Bart Eitinger N. 561 poging tot desertie, door de Veldwachters daarin verhindert en weder binnen gebragt.-

Op de vraag naar de reden zijner ontvlugting, geeft hij te kennen dat hij naar zijn ouders naar Utrecht wilde gaan, doch om vergeving verzoekt onder belofte het nooit weder te zullen doen.-

Men laat hem buiten gaan.-

Gezien Art. 11 van het Reglement van Tucht hier boven omschreven.-

Besluit gemelden Kolonist te Straffen met 8 dagen opsluiting de 2 eerste te water en brood en het dragen van een distinctief kleed.-

Hij wordt wederom binnen gelaten, de Secretaris leest hem zijn vonnis voor, en wordt ter opsluiting weg gebragt.-



Ten derden verschijnd voor den Raad Catharina Bretelerkamp N. 597 schuldig aan desertie voor de 1e maal, door den Veldwachters agtervolgd en weder terug gebragt, als mede schuldig aan het verkoopen van alle hare Koloniale Kleeding Stukken.-

De President vraagt haar naar de reden waarop zij ontvlugt is, en al haar goed heeft verkocht, waarop zij niets beduidende woorden weet in te brengen, als dat zij eens wou gaan zien hoe of het met haar Kinderen in Zwolle was.-

Gezien art: 11 van het Reglement van Tucht hier voren gemeld, als mede art: 13 van gemeld Reglement luidende als volgt:

Ontvreemding of verpanding van koloniale goederen of van mede kolonisten zal worden gestraft met opsluiting in boeijen van drie tot veertien dagen naar gelang der omstandigheden, desnoods te water en brood om den anderen dag en bij herhaling van een dier misdrijven altijd met veertien dagen met opsluiting in boeijen de drie eerste en drie laatste te water en brood.

Men laat haar aftreden.-

De Raad besluit om de beschuldigde te Straffen met 14 dagen opsluiting en het dragen van een distinctief pak.-

Zij wordt wederom binnen gelaten, de Secretaris leest haar het vonnis voor, en wordt weder weg gebragt.-



Ten vierden wordt voor den Raad geroepen Geertruij Melles Koning Strafkoloniste N. 6, schuldig aan het verkopen van een hemd, naar ondervraging zegt zij dat het niet meer gebeuren zal en verzoekt om verschoning.-

Zij wordt buiten gelaten.-

Gezien Art: 13 van het Reglement van Tucht hier voren omschreven.-

Na gehoudene deliberatien komt men over een de beschuldigde te Straffen met 10 dagen opsluiting.-

De beschuldigde wederom binnen gelaten zijnde, zoo leest de Secretaris haar het vonnis voor, waarna zij wederom aftreed.-

Niemand op rondvraag van den President iets meer hebbende voortestellen, houdt men de Vergadering voor gesloten.-

Aldus Gedaan op dato als boven

/was getekend/ Ads. De Geus, Adj. Dir., Pres., J. F. Krieger, A. J. Wijkstra, OnderDirecteuren, G. Steenbeek fabriek baas, Blijstra en Muller Zaalopzieners, alle Leden van den Raad.

Mij Present

Stous

Secr.



Zitting van Zaturdag den 25e November 1837[bewerken | brontekst bewerken]

Daar alle Leden tegenwoordig zijn, zoo opent de President de Raad.-

Verschijnd voor denzelven de Kolonist Nicolaas van Beekhuizen N. 789 deserteur voor de 1e maal, en wel tijdens hij op den 4e Augustus JL met een Veldwachter naar Zwolle was opgezonden om voor den dienst gekeurd te worden.-

De President vraagt hem op welke wijze hij zijn geleider ontvlugt is, waarop hij antwoorde dat zij op de terug reis buiten Zwolle in een Herberg waren gegaan, aldaar is dronken geworden, en toen door iemand was aangeraden om maar weg te loopen, het welke hem door de aldaar veelvuldige menschen was gelukt.-

Men laat hem buiten staan.-

Gezien art: 11 van meergemeld Reglement van Tucht hier voren omschreven.-

Men gaat over tot de deliberatien, en de Raad komt overeen N. Beekhuizen te straffen met 10 dagen opsluiting, de 2 eerste te water en brood en het dragen van een distinctief pak.-



Als nog wordt voor den Raad gebragt Hilletje Modderman N. 1489 schuldig aan het verkopen van een Koloniale rok.-

Op de vraag van de President aan wien zij de rok verkocht heeft, antwoord zij aan een Ontslagen Koloniste; doch dat het nooit weder gebeuren zal.-

Gezien Art: 13 van meergemeld Reglement van Tucht hier voren omschreven.-

Zij wordt buiten gelaten.-

De Leden komen gezamentlijk over een om haar te Straffen met 10 dagen opsluiting om den anderen dag te water en te Brood.-

Zij worden wederom binnen gelaten, en de Secretaris maakt hun het vonnis bekend, waarna zij aftreden en ter opsluiting worden weg gevoerd.-

Op rondvraag van den Voorzitter niemand der Leden iets meer hebbende voor te stellen, wordt de Vergadering gehouden voor gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven.-

/Was getekend/ Ads. De Geus, Adj. Directeur, J. F. Krieger en A. J. Wijkstra OnderDirecteuren, G. Steenbeek fabriek baas, Muller en Boerlaar Zaal opzieners, alle Leden van den Raad.-

Mij Present

De Secretaris

Stous