Raad van Tucht van de Ommerschans in april 1838
Het overzicht van
alle tuchtzittingen
op de Ommerschans
staat op
deze pagina
Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht te Ommerschans,
Zitting van Maandag den 2e April 1838.[bewerken | brontekst bewerken]
De Raad tesamen geroepen zijnde, zoo wordt de vergadering door de President geopent.-
Verschijnd voor den zelve:
Carel de Hoop N. 731deserteur voor de 2e maal, zegt ontvlugt te zijn omdat het hem alhier in het geheel niet aanstond.-
Men laat hem buiten gaan
Gezien Art: 11 van het Reglement van Tucht luidende als volgt:
Hij die voor de eerste maal ontvlugten wil en daarin wordt gehindert of ontvlugt en weder terug gebragt is zal met opsluiting in boeijen tot tien dagen toe de twee eerste te water en brood, worden gestraft; met medeneming van goederen buiten de aanhebbende kleeding of andere verzwarende omstandigheden, als ook ontvlugting voor de tweede maal met opsluiting in boeijen gedurende 14 dagen, waarvan de drie eerste en drie laatste te water en brood en met verzwarende omstandigheden voor de tweede of volgende malen benevens meervoudige ontvlugting voor de derde en volgende malen met vijftien tot veertig rietjesslagen en opsluiting als voren, zullende al de ontvlugt geweest zijnde of die dit kennelijk hebben willen doen na de ondergane straf, voor vier maanden lang eene onderscheidene kleeding moeten dragen en in de disciplinezaal worden geplaatst.
De Raad besluit hem te straffen met 14 dagen opsluiting om den anderen dag in de boeijen, te water en te brood, en het dragen van een distinctief pak.-
Ten tweeden wordt voor den Raad gebragt Jacob Engelman N. 2428 schuldig aan dronkenschap voor de 1e maal.-
De President vraagt hem vanwaar hij dezen drank bekomen heeft, waarop hij antwoorde hij een borrel van de schipper gehad heeft bij gelegenheid van lossen van magazijn goederen, hetwelke hem bevangen heeft.-
Hij wordt buiten gelaten.-
Gezien Art: 10 van het Reglement van Tucht, luidende als volgt:
Dronkenschap voor de eerste maal zal met opsluiting tot vijf dagen- en voor de tweede maal met opsluiting in boeijen tot tien dagen toe worden bestraft en indien dezelve is gepaard gegaan met verzwarende omstandigheden als ook meervoudige dronkenschap voor de derde maal en volgende met opsluiting in boeijen tot tien dagen toe met water en brood om den anderen dag.
De President en Leden besluiten eenparig hem te straffen met 5 dagen opsluiting.-
Zij worden wederom binnen gelaten, de Secretaris maakt hun het Vonnis bekend, waarna zij aftreden.
Niemand op rondvraag van den President iets meer hebbende Voortestellen, wordt de vergadering gesloten.
Aldus gedaan op dato als boven
/was getekend/J. F. Krieger, fungerend Adj. Directeur President, P. Postema Onder Directeur, G. Steenbeek fabriekbaas, Delphos & Blijstra Zaalopzieners alle Leden van den Raad
In kennisse van mij
De Secretaris
Stous
Zitting van Donderdag den 19e April 1838.[bewerken | brontekst bewerken]
Daar alle Leden tegenwoordig zijn, opent de President de Vergadering.-
Wordt voor den Raad gebragt
Arnoldus Domhof N. 858, deserteur voor de 2e maal, zegt dat hij weder ontvlugt is, omdat hij geen zin in het landwerk had.-
Gezien Art:11 van het Reglement van Tucht hier voren omschreven.-
Men laat hem aftreden.-
Wordt besloten den beschuldigden te straffen met Veertien dagen opsluiting in boeijen te water en brood en het dragen van een distinctief pak.-
ten tweede verschijnd voor den Raad
Nicolaas van Beekhuizen N. 789 deserteur voor de 2e maal en wel desnagts uit de Vlasschuur.
Hij wordt buiten gelaten.
Gezien Art: 11 van het Reglement van Tucht hier voren vermeld.
De Raad besluit hem insgelijks te straffen met 14 dagen opsluiting in boeijen te water en brood, en het dragen van een distinctief pak.
Ten derden wordt voor den Raad gebragt
Johannes Kraaijenvanger N. 852, schuldig aan dronkenschap voor de 1e maal, met het verlaten van zijn post als nagtwagt, zijnde hij smorgens vroegtijdig weder van zelfs terug gekomen, met agterlating of verlies van zijn Sabel.-
De President onderhoudt hem over zijne slegte handelwijs, waarop hij antwoorde dat het nooit weer gebeuren zoude.-
Hij wordt buiten gelaten.
Gezien art: 10 van het Reglement van Tucht hier voren omschreven
De Raad besluit hem te Straffen met acht dagen opsluiting, en afzetting uit zijn post als Veldwachter of Nagtwagt.-
Zij worden alle weder binnen gelaten, de Secretaris leest hun het vonnis voor, waarna zij aftreden en ter opsluiting worden weg gevoerd.-
Op rondvraag van den Voorzitter niemand der Leden iets meer hebbende voor te stellen, houdt men de Vergadering voor gesloten.-
Aldus gedaan op dato als boven.
/was getekend/ J. F. Krieger, fungerend Adjunct Directeur & President, P. Postema onder Directeur, G. Steenbeek fabriekbaas, Muller en Delphos Zaalopzieners, alle Leden van den Raad.
In kennisse van mij
De Secretaris. Stous