Van Nieuwenhoven: 1831 Vertrek Martinus

Uit KolonieWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Volgens scan 48 van het stamboek met invnr 1354 vertrekt Martinus van Nieuwenhoven van hoeve 49 van Wilhelminaoord en van de kolonie op 14 mei 1831. Diezelfde dag in het buurhuis, hoeve 48 op scan 47, vertrekt Willemina Maria Elsing, dochter van de Haagse kolonist Pieter Elsing (in de kolonie-administratie vaak geschreven als Elzing). En inderdaad, op 20 mei 1831 trouwen zij te Weststellingwerf.

De adjunct-directeur voor het onderwijs en de ondrdirecteur van Wilhelminaoord hebben voor zowel bruid als bruidegom een certificaat van onvermogen geregeld, zodat zij geen zegelrechten hoeven te betalen. De volgende dag, 21 mei 1831, wordt het huwelijk kerkelijk ingezegend in de kerk te Vledder.

Hun eerste kind wordt vierenhalve maand later geboren te Noordwolde en die geboorteplaats staat ook bij de kinderen die daarna nog volgen. De kans is dus heel groot dat Martinus en zijn gezin wonen in dezelfde semi-legale 'hutten onder Noordwolde' waar ook Jacoba Cornelis van Nieuwenhoven met haar gezin waarschijnlijk woont.

Martinus staat op de 'Naamlijst der in 1831 ontslagen kinderen' op scan 538 van invnr 124 met de vermelding 'Arbeider buiten de kolonie'.

Ingedeelde[bewerken | brontekst bewerken]

Twee dagen na zijn vertrek, op 16 mei 1831, komt er voor het eerst een ingedeelde bij het gezin. Johanna van der Groef is een van de (meerdere) kinderen van Cilia van der Groef en onbekende vaders. Zij is geboren 18 september 1815 en zij zal meer dan een jaar bij de familie van Nieuwenhoven blijven. Zij wordt 21 juli 1832 overgeplaatst naar een andere hoeve.

Bij de Kleine Raad van 6 augustus 1831 wordt in de 'maandelijksche opgaven van de staat des werks op de hoeven' geconstateerd dat bij de familie Van Nieuwenhoven 'het werk bij en om huis niet in orde' is. De wijkmeester en de onderdirecteur krijgen opdracht hen aan te sporen alles in orde te maken.

Schuld[bewerken | brontekst bewerken]

Als in januari 1832 de balans over het jaar 1831 wordt opgemaakt, invnr 121 scan 229, wordt vastgesteld dat het gezin dat jaar voor 132 gulden aan verstrekkingen heeft ontvangen, te weten ƒ 107,80 aan kleding en ƒ 24,20 aan huisraad en gereedschappen. Op hun verdiensten is dat jaar ingehouden ƒ 104,51, dus ze hebben over 1831 een schuld gemaakt van ƒ 27,49.

Vergelijking met de andere kolonisten op deze en de scan ervoor maakt echter duidelijk dat dat geen extreem bedrag is. Er zijn families die het beter doen, maar ook een heleboel die het minder doen.