Van Nieuwenhoven: 1821 Schelen als bijverdienste
Op 27 september 1821 (invnr 59 scan 234) schrijft de subcommissie van weldadigheid leiden aan de permanente commissie:
De vrouw van Cornelis van Nieuwenhoven, dezen zomer, met haren man en kinderen, uit Leyden naar de koloniën der Maatschappij vertrokken, en in de kolonie N4 geplaatst, plagt alhier, in den slagttijd, gedurende een week of zes, bij een varkensslager het werk van scheelster te verrigten.
Gaarne had de slager wederom voor dezen dienst, en zij zelve kwam er niet minder gaarne voor over.
Op beider aandrang, vervoegen wij ons alzoo tot UWEd. met het verzoek, dat, door UWEds. tusschenkomst, indien er geene bedenkingen tegen zijn, aan de vrouw van Cornelis van Nieuwenhoven, in kolonie N4, tegen november een verlof van anderhalve maand moge gegeven worden, om te Leyden als scheelster te gaan dienen gedurende de slagttijd.
Eenig antwoord hierop zal ons aangenaam wezen.
In de notulen van de permanente commissie (invnr 38) kan gekeken worden wanneer deze brief is besproken en bij de uitgaande post (invnr 352) zou dan het antwoord aan Leiden gevonden kunnen worden. Het vermoeden os dat zulke ijver wel op prijs gesteld zal worden en dat er toestemming gegeven wordt.
Schelen is het vet van de darmen afschrapen.Van_Nieuwenhoven:_Hoofdpagina
