Fenner: 07 Door het stof-2
Sjabloon:FennerNadat zijn eerdere excuses door de permanente commissie nog waren opgevat als 'beleedigend', zie hier, onderneemt Fenner op 10 augustus 1821 (invnr 58 scan 472) een nieuwe poging:
De Heeren Leeden der Permanente Kommissie vergeven mij, dat ik zoo vrijborstig ben, mij noch eens te adresseeren.
Den 6 dezer heb ik mij aan Zijne HoogEdGest. den Heer den 2ten Assessor per missive geadresseerd, en vergiffenis verzogd, wegens mijnen door de pen gedaanen driftigen uitdrukkingen; hetzelfde doe ik ook bij den overigen Heeren Leeden der Permanente Kommissie, en verzoeke die daardoor aan de Heeren gedaane beledigingen, mij groodmoedelijk te vergeven.
De drijfveer daarvan heb ik openhartig aan Zijne HoogEdGest. den Heer den 2ten Assessor mede gedeelt; en die ik niet twijfele van Zijne HEdGest., aan de Heeren Leeden der Permanente Kommissie zal medegedeelt worden.
Ik herhaale het eerste, verzoekende om groodmoedige vergiffenis van gedaan misstap, door de pen gepleegd;
ik bekenne schuld en zeg dat de Permanente Kommissie niet anders handelen konde:
maar verzoeke oodmoedig het besluit van den 1 aug: ll. terug te willen neemen, en mij in mijnen voorigen post te willen herstellen; met die beloofde nooid weder om een of het ander te verzoeken, maar enkel aan het wijze bestuur der Permanente Kommissie te overlaaten;
indien de Heeren voor goedvinden mij met iets, volgens verdiensten te begunstigen, t welk voor mijne perzoon dienlijk is.
Dat is de juiste toon. Het ontslag wordt teruggedraaid en hij wordt in zijn functie van onderdirecteur hersteld. Een blije Fenner bedankt daar op 28 augustus 1821 hartelijk voor (invnr 58 scan 615):
Het was heeden dat ik het geluk had de bouche van den WelEdlen Heer! Faber van Riemsdijk, namens de Maatschappij van Weldadigheid te vernemen, dat het hun Edle goedgunstiglijk behaagd heefd mij weder in mijn post als ond:Direct: van koll: de Ommerschanz te herstellen.
Bij dezen ben ik zo vrij mijn waare opgregte dank te betuigen, en zal mij zoeken te beijveren mijn post naar behooren waar te neemen, ook steeds met leedwezen herdenkende de uit de pen gevloeide beledigingen, zoo als ondergeteekende heefd de eer zich te tekenen, met de meest verschuldigte hoogachting
De Heeren Leeden der Permanente Kommissie van Weldadigheid gehoorzaamste Dienaar
De Onder-Directeur der Koll: Ommerschanz
Fenner
Dit bericht wordt volgens de notitie op de achterkant van de brief, scan 616, voor 'notificatie' aangenomen. Maar in het jaarverslag dat is afgedrukt in het nummer van september 1821 van het maandblad de Star krijgt hij op pagina 674 nog wel een oneervolle vermelding:
De Onder-Direkteur FENNER, fungerende in het etablissement en de kolonie de Ommerschans, is provisioneel in zijne betrekking binnen de Schans gekontinueerd; hebbende de Kommissie voor ditmaal, uit hoofde zijner ernstige sollicitatiën, en van zijn betoond berouw, niet willen ter harte nemen de onbescheidene uitdrukkingen, die hij zich in eenige zijner brieven, ten aanzien zijner betrekking, veroorloofde.
Later, in 1823, blikt Fenner nog eens terug op deze toestanden, omdat hij denkt dat het te maken heeft met zijn uiteindelijke ontslag.