Brandverzekeringen van de Ommerschans
De polissen van de brandverzekering geven informatie welke gebouwen er op het terrein van de Ommerschans stonden en een indicatie wanneer elk gebouw ongeveer is opgericht, en soms ook waar ze precies stonden. Een overzicht van alle polissen die de Maatschappij van Weldadigheid heeft afgesloten, plus waar ze in het archief te vinden zijn, is te vinden op deze pagina. Daar zijn de hieronder vermelde objecten op de schans uitgehaald.
De transcripties van deze polissen zijn gemaakt door Ans Esselink van de Vereniging de Ommerschans. Cursieve teksten zijn mijn opmerkingen erbij, platte tekst is letterlijke transcriptie. Wat in het origineel onderstreept was, is hier vet gemaakt.
Ter vergelijking kan hierbij gehouden worden een vermoedelijk in 1848 gemaakt overzicht vaste goederen op de Ommerschans, dat zich in invnr 1292 bevindt en waar ook alle gebouwen opstaan.
Het wachten is nu nog op een briljante tekenaar die op basis van deze polissen plattegronden van het terrein van de Ommerschans maakt. Daar is op KolonieWiki al ruimte voor gereserveerd: Plattegronden Ommerschans..
1 mei 1823[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is de ‘Akte van aandeel LG No 596 in dato 1 mei 1823‘.
1. Het dwanggebouw staande in de Ommerschans Colonie no 5 voor zesenveertig duizend en zevenhonderd guldens.
2. De kazerne staande als voren op den binnenwal voor zeshonderd guldens.
3. Eene turfschuur…staande als voren voor vierhonderd guldens.
4. Het huis van den Adjunkt-Direkteur staande als voren voor tweeduizend en vierhonderd guldens.
5. Eene waschhuis staande als voren voor zeshonderd guldens.
6. Twaalf colonisten woningen onder een dak staande als voren voor Eenduizend gulden.
7. Het huis van den onder-Direkteur met een annexschuur staande als voren buiten den wal voor tweeduizend gulden.
8. Het huis van den boekhouder staande als voren voor vijfhonderd gulden.
9. Vier wijkmeesters huisjes staande als voren voor twee duizend guldens.
10. Zes boerenbehuizingen ieder met een schapenhok staande als voren voor zesduizend guldens.
11. Eene oude schuur staande als voren voor twee honderd guldens.
Perceel 6 is de strafkolonie. De werkloodsen op het binnenplein zijn er op dit moment dus nog niet.
Er zijn later enkele dingen op de polis bijgeschreven:
- Perceels 3 is veranderd (daar is volgens de plannen van Johannes van den Bosch een broodbakkerij van gemaakt) en dat is 25 januari 1825 verrekend met de brandwaarborgmaatschappij.
- Perceel 11 wordt afgebroken en dat wordt 31 december 1825 verrekend.
14 november 1823[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is de ‘Akte van aandeel LG No 592 593 in dato 14 november 1823‘.
1. Een werkzaal tot spinnerij weverij staande binnen het gesticht aan de Ommerschans, voor twee duizend gulden.
2. Eene ziekenzaal staande in de schans voor tweeduizend en tweehonderd guldens.
3. Zeven hooibergen staande bij zoo veel boerderijen buiten de schans ieder voor eenhonderd en twintig guldens, tezamen achthonderd en veertig gulden.
4. Vier boerenbehuizingen staande rondom de schans ieder voor eenduizend gulden, tezamen vierduizend gulden.
5. Eene werkzaal waarin eene smederij staande als het eerste perceel, voor tweeduizend gulden en alzo tezamen voor elfduizend en veertig guldens.
Nu is te zien welke maatregelen Johannes van den Bosch genomen heeft. Het hospitaal en de werkzalen zijn uit het grote gesticht gehaald, zodat er voor 200 meer bedelaars plek is, en zijn nu in aparte gebouwen gehuisvest.
25 januari 1825[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is de ‘Akte van aandeel LG No 639-640 in dato 25 januari 1825‘.
1e. kerkgebouw ten gebruike der gereformeerde en roomsch Katholieke gemeente tot eene school met daarin staande banken, tafels, predikstoel en altaar benevens een klein vertrek en daarbij staande een pastorie staande binnen de Ommerschans op eene binnenwal geq: met no 4 voor Drieduizend gulden.
2de eene schapenhok staande als voren bij de bakkerij geq. met no 12 voor Eenhonderd vijftig gulden.
3de Eene varkenshok staande als voren bij de bakkerij geq met no 13 voor zestig gulden.
4de een schuurtje of stalling staande als voren bij het huis van den adjunct directeur geq. met no 14 voor driehonderd gulden.
5de een magazijnkelder staande als voren voor tweehonderd gulden.
6de een veldwachterhuisje staande op den buitenwal voor tweehonderd gulden.
7de zeven boerenwoningen staande buiten de Ommerschans geq. met no 11 tot 17 ieder met eenduizend en tweehonderd guldens, te zamen achtduizend en vierhonderd guldens.
8ste Vier hooibergen staand als voren bij de boerenwoningen geq. met no 7 tot 10 ieder eenhonderd en twintig gulden, te zamen vierhonderd en tachtig gulden.
9de ene loots of stal staande bij het onder-direkteurshuis geq. no 3 voor tweehonderd guldens.
10e een bakkerij staande binnen de Ommerschans geq. met no 7 voor drieduizend en tweehonderd guldens.
11e een huisje waarin eene ververij staande als voren geq met no 8 voor vijfhonderd guldens.
12. een huisje waarin eene koffiebranderij staande als voren voor tweehonderdvijftig guldens
en alzoo te zamen zestienduizend negenhonderdnegentig guldens.
16 maart 1826[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is een gedeelte uit de ‘Akte van aandeel LG No A 676-677 in dato 16 maart 1826‘, bij welke akte ook andere panden in andere koloniën verzekerd worden.
1. Acht hooibergen staande in de kolonie No 5 buiten de Ommerschans voor negenhonderd en zestig gulden.
2. Zeven steenen schapenhokken staande als vooren voor eenduizend vijfenzeventig gulden.
3. Vier houten schapenhokken staande als vooren voor vijfhonderd vijfendertig gulden.
4. Een varkenshok staande als vooren op den wal achter den huis van den onderdirekteur voor negentig gulden.
11 februari 1830[bewerken | brontekst bewerken]
Een kerkgebouw ten gebruike der Gereformeerde en Roomsch Catholieke Gemeente en tot eene school met daarin staande, Banken, Tafels, Predikstoel en altaar, benevens een klein vertrek en daarbij staande Pastorij staande binnen de Ommerschans op den binnenwal Geq. met no 4 en zulks tot vermeerdering van hunne deelneming gegeven bij Akte van Aandeel G: No 639 perceel van dato 25 januari 1825', voor ƒ1600.
Het gebouwtje was eerder voor 3.000 gulden verzekerd, zie hierboven bij 25 januari 1825, en deze 1600 gulden komt daar dus bovenop.
27 mei 1834[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is een gedeelte uit een polis waarbij ook andere panden in andere koloniën verzekerd worden.
(…)
12. Een afzonderlijk schuurtje tot berging van brandstoffen, staande bij de school en het kerkgebouw (gewaarborgd bij de akte G:no 639 en 745) voor zesendertig gulden.
13. Verbeteringen aan het wijkmeestershuisje staande ten zuidwesten van het gesticht (gewaarborgd bij de akte G: no.569 ad. 9) thans bestemd tot woning van den geneesheer voor zevenhonderd gulden.
14. Een huis, zijnde woning voor den timmermansbaas met daaraan vastgebouwde werkplaats, staande ten noorden van het Gesticht voor tweehonderd en vijftig gulden.
15. Eene predikantswoning en schuur staande ten noorden van het Gesticht aan den weg voor tweeduizend en driehonderd guldens.
16. Drie veldwachtershutten staande in den omtrek van den Ommerschans voor eenhonderd guldens.
18 april 1835[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is een gedeelte uit een polis waarbij ook andere panden in andere koloniën verzekerd worden.
(…)
3. de afzonderlijk staande loods bij de woning voor den timmermansbaas ten noorden van den Gesticht, gewaarborgd bij de akte G:no 639 no 9, voor tweehonderd guldens.
4. De vergrooting van een schuur of stalling bij de Bouwmanswoning no 2 staande in de gemeente Stad Ommen, gewaarborgd bij de akte G:no 569 en 10, voor Tweehonderd veertig guldens.
5. De vergrooting van een schuur of stalling bij de Bouwmanswoning no 7 staande als vooren, gewaarborgd bij de akte G:no 592 en 4, voor tweehonderd en veertig guldens.
6. De vergrooting aan de stalling als mede aan de dorschvloer bij de boerenwoning no 11 in de gemeente Avereest, gewaarborgd bij de akte G:no 639 en 7, voor vijfhonderd en drieëntachtig guldens.
7. Eene hooiberg bij bovengemelde boerenwoning voor eenhonderd en zeven guldens.
29 juli 1837[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is een gedeelte uit een polis waarbij ook andere panden in andere koloniën verzekerd worden.
(…)
7. De verandering/vergrooting van de werkplaatsen aan het huis van den timmerman te Ommerschans ten noorden van het gesticht, gewaarb. bij no. 836 perc.no 14, voor tweehonderd en veertig guldens.
8. Eene veldwachtershut in den turfgraverij in het schout Ambt-Ommen Geq. No 16 voor eenhonderd en tien gulden.
9. Eene groote waschschuur in de Ommerschans ten oosten van het Hoofdgebouw buiten de 2e gracht voor vijfhonderd gulden.
10. Een lijnbaanloods binnen het hoofdgebouw op het terrein van het vrouwenquartier voor vierentwintig gulden.
23 juli 1838[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is een gedeelte uit een polis waarbij ook andere panden in andere koloniën verzekerd worden.
(…)
6. Eene veldwachtershut, zijnde de 17e staande in den omtrek van den Ommerschans onder de Stad Ommen, voor eenhonderd guldens.
7. Een Wagenschuur staande als voren bij den hoeve van den Onderdirekteur voor driehonderd en vijftig guldens.
8 augustus 1839[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is een gedeelte uit een polis waarbij ook andere panden in andere koloniën verzekerd worden.
(…)
2. Het hoofdgebouw staande in de Ommerschans kolonie no. 5 voor vijfenvijftig duizend en vierhonderd guldens.
3. Een huisje ingerigt tot eene kookerij voor het vee en eene rookerij van spek staande als voren op de hoeve van den onderdirekteur buiten voor tweehonderd guldens.
20 juli 1840[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is een gedeelte uit een polis waarbij ook andere panden in andere koloniën verzekerd worden.
(…)
2. Een kookhuisje staande in de Ommerschans bij de boerenwoning no. 6 voor eenhonderd en vijftig gulden.
3. Eene behuizing met schuur en stallen staande bij den brug en den weg naar den Ommerschans op den grond kadastraal sektie B no. 55, voor vijfduizend driehonderd en vijftig gulden.
4. De voorste Arbeiderswoning staande ten westen van voornoemde behuizing voor tweehonderd en veertig gulden.
5. De achterste Arbeiderswoning staande als vooren voor Eenhonderd en zestig gulden.
Perceel 3 is Huize de Beuk, het logement in de buurt van de schans, door de Maatschappij van Weldadigheid gekocht van de erven Kruizinga na het overlijden van Meine Jelkes Kruizinga.
12 november 1840[bewerken | brontekst bewerken]
Bij deze polis worden verzekerd 'de zolders van het hoofdgebouw' die inmiddels ‘zijn ingerigt tot Weverij’.
23 augustus 1841[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is een gedeelte uit een polis waarbij ook andere panden in andere koloniën verzekerd worden.
(...)
Een waschhuis staande op den binnenwal.
± 1844, gebouwen in vruchtgebruik[bewerken | brontekst bewerken]
In 1843 neemt de Staat alle onroerende goederen te Ommerschans en Veenhuizen over van de Maatschappij van Weldadigheid, maar ze geeft die gebouwen meteen in vruchtgebruik aan de Maatschappij. Dit is een overzicht van alle gebouwen die de Maatschappij 'als vruchtgebruikster' bij de Bataafsche Brand Waarborg Maatschappij heeft verzekerd en aangenomen mag worden dat hieronder alle gebouwen op de schans staan. In het archief zit dit overzicht bij de polis van 19 augustus 1847, maar ik dateer het op eind 1843 of begin 1844.
1. Het hoofdgebouw zijnde een gesticht voor bedelaarskolonisten en eene later daaraan gebouwde schuur voor den winkelier aan de noordzijde van het gesticht, als mede een dito in gebruik bij den onderdirekteur binnen tot berging van brandstoffen aan de zuidzijde van hetzelve zijnde de zolders van de woongebouwen ingerigt tot weverij, gebouwd van steen en gedekt met pannen. voor vijf en vijftig duizend vier honderd guldens.
2. Een gebouw op het binnenplein aan de regterzijde of in het vrouwen quartier staande, waarin eene smederij, weverij en spinzaal gebouwd als voren, voor twee duizend guldens.
3. Een zelfde gebouw aan de linkerzijde of in het mannenquartier van het binnenplein staande, waarin weef en spinzalen alsmede het kantoor en magazijn van de fabrieksbaas, gebouwd als voren, voor twee duizend guldens.
4. Een water of koffijhuisje op het binnenplein van het vrouwenquartier geplaatst, gebouwd als voren, voor twee honderd en vijftig guldens.
5. De adjunct-direkteurswoning op den wal van het gesticht ten noordoosten van hetzelve gebouwd als voren, voor twee duizend en vier honderd guldens.
6. Eene daarbij staande schuur en paardenstal gebouwd als voren, voor drie honderd guldens.
7. Een verfhuisje beneden aan den wal en dezelfde rigting van het Gesticht, kort bij de adjunct-direkteurswoning gelegen, gebouwd als voren, voor twee honderd guldens.
8. Het ziekenhuis en daartoe behorende appartementen voor den opziener, voor den apotheek en tot keuken en zuidoosten van het Gesticht, gebouwd als voren, voor twee duizend en twee honderd guldens.
9. De School tevens tot kerkgebouw van de Protestanten en Roomsch Catholieken dienende, en daaraan vastgebouwde woning voor den R.C geestelijken ten zuiden van het gesticht gebouwd als voren, voor vier duizend en zes honderd guldens.
10. Een afzonderlijk staande schuurtje tot berging van brandstoffen, gebouwd als voren, voor zes en dertig guldens.
11. Een gebouw waarin 11 woningen van strafkolonisten en die des schoolonderwijzers over die huisgezinnen ten zuiden van het gesticht, nevens het schoolgebouw, gebouwd als voren, voor een duizend guldens.
12. Het waschhuis ten zuidwesten van het gesticht, gebouwd als voren, voor zeven honderd guldens.
13. De broodbakkerij, maalderij, het broodmagazijn en de paardestal ten noordwesten van het gesticht gebouwd als voren, voor drie duizend en twee honderd guldens.
14. Een wagenschuur staande bij de hoeve van onder-direkteur van hout gebouwd en met pannen gedekt, zoor drie honderd en vijftig guldens.
15. Een gebouw waarin zes woningen voor veteranenveldwachters ten noorden van het gesticht, van steen gebouwd en met pannen gedekt, voor zes honderd guldens.
16. Eene woning en schuurtje voor den bakkersbaas, ten noorden van het gesticht, gedeeltelijk van hout gebouwd en met pannen gedekt, voor vijf honderd guldens.
17. De woning van den geneesheer, ten zuidoosten van het gesticht van steen gebouwd en met pannen gedekt, voor een duizend en twee honderd guldens.
18. Een woning en schuurtje voor den veearts ten zuidwesten van het gesticht, gebouwd als voren, voor vijf honderd guldens.
19. Een woning en schuurtje voor den smidsbaas ten noordwesten van het gesticht, gedeeltelijk van hout gebouwd en met pannen gedekt, voor vijf honderd guldens.
20. Een woning voor den Timmermansbaas en daaraan vastgebouwde werkloots, tevens ingerigt als klompenmakerij ten noorden van het gesticht, gebouwd als voren, voor vier honderd en negentig guldens.
21. Nog zulk een afzonderlijk staande loots, gebouwd als voren, voor vier honderd guldens.
22. Een woning en schuur of stalling voor den onderdirekteur buiten, ten noorden van het gesticht, gebouwd als voren, gequoteerd met No 8, voor twee duizend guldens.
23. Eene hooiberg, voor een honderd en twintig guldens.
24. Eene woning en schuurtje voor den boekhouder buiten, ten noorden van het gesticht, gebouwd als voren, voor vijf honderd guldens.
25. De predikantswoning en schuur, ten noorden van het gesticht aan den weg gebouwd als voren, voor twee duizend en drie honderd guldens.
26. Zeventien boerenwoningen en daaraan vastgebouwde schuur of stalling en eene afzonderlijk staande dorschschuur, gequoteerd met No. 1 t/m 7 en 9 t/m 18, waarvan No. 1, 5, 6, 11 en 18 in de gemeente Avereest, No 2, 3, 4, 7, 9, 10, 12, 13 en 14 in de gemeente Stad Ommen en No 15, 16 en 17 in de gemeente Schout Ambt-Ommen, waarvan No 1, 3, 4, 5, 6, 9, 10 en 18 ieder à ƒ1000, dus acht duizend guldens, No 12, 13, 14, 15, 16 en 17 ieder à ƒ1200, dus zeven duizend en twee honderd guldens, No 2 en 7 ieder à ƒ1240, dus twee duizend vier honderd en tachtig guldens, en No 11 voor een duizend zeven honderd drie en tachtig guldens. Te zamen voor negentien duizend vier honderd drie en tachtig guldens, gebouwd als voren.
27. Negentien hooibergen staande bij de boerenwoningen buiten de Ommerschans. ieder à ƒ120 dus twee duizend twee honderd en tachtig guldens.
28. Vijftien gebouwde veldwachtershutten van steen gebouwd met riet gedekt, waarvan 5 ten noorden, 2 ten oosten, 4 ten zuiden en 4 ten westen van de kolonie gelegen, waarvan 6 in de gemeente Avereest, 4 in de gemeente der Stad Ommen en 5 in die van het schoutambt Ommen, ieder à ƒ60 dus negen honderd guldens. Een dito staande in de turfgraverij, gelegen in het schoutambt-Ommen, gequoteerd met No 16, voor een honderd en tien guldens, een dito geq. met No 17, gelegen onder de Stad Ommen, voor een honderd guldens. Te zamen voor een duizend een honderd en tien guldens.
29. Eene grote vlaschschuur van hout gebouwd en met riet gedekt, ten oosten van het hoofdgebouw buiten de 2e gracht, voor vijf honderd guldens.
30. Eene lijnbaanloots, gebouwd als voren, staande binnen het hoofdgebouw op het plein van het vrouwenquartier, voor vier en twintig guldens.
31. Eene kookhuisje gedeeltelijk van hout gebouwd en met pannen gedekt staande buiten de Ommerschans bij de boerenwoning No 6, voor een honderd en vijftig guldens.
32. Eene behuizing met schuur en stallen, van steen gebouwd en met riet gedekt, staande bij de brug en den weg naar de Ommerschans, op den grond kadastraal Sektie B no 55, voor vijf duizend drie honderd en vijftig guldens.
33. De voorste arbeiderswoning, gebouwd als voren, staande ten westen van voormelde behuizing, voor twee honderd en veertig guldens.
34. De achterste arbeiderswoning staande en gebouwd als voren, voor een honderd en zestig guldens.
35. Een kerkgebouw voor den Protestantsche gemeente te Ommerschans, benevens de konsistoriekamer, van steen gebouwd en met pannen gedekt, voor acht duizend en acht honderd guldens.
Er staat een slordigheidje in. De school (perceel nummer 9) is natuurlijk niet meer in gebruik bij de protestanten sinds die (perceel nummer 35) een eigen kerk hebben.
2 januari 1846[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is een gedeelte uit een polis waarbij ook andere panden in andere koloniën verzekerd worden.
(...)
Eene drooghuis, de eerste verdieping van steen en voorts van hout gebouwd en met pannen gedekt, voorzien van een kagchel welks pijpen door den zolder geleid zijn om het drogen te bewerkstelligen staande aan de oostkant van het gesticht.
19 augustus 1847[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is een gedeelte uit een polis waarbij ook andere panden in andere koloniën verzekerd worden.
(...)
8e. Eene van boven slechts gedekte loots tot berging van Houtspaanders, van hout gebouwd met riet gedekt, staande bij de broodbakkerij voor veertig guldens.
9e. Eene loots tot berging van houtwaren voor de timmerij en wagenmakerij benevens de werkloots gebouwd als vooren voor tachtig gulden.
11 maart 1848[bewerken | brontekst bewerken]
Het Ziekenhuis en daartoe behoorende appartementen voor den opzieners, voor de apotheek en de keuken staande ten zuidoosten van het Gesticht, voor twee duizend en acht honderd guldens.
Fabrieksgebouw zijnde eene weverij. van steen gebouwd en met pannen gedekt, staande te Ommerschans aan de oostzijde van het Gesticht, voor drie duizend en vier honderd guldens.
Voor het ziekenhuis, dat de Maatschappij in vruchtgebruik van de Staat heeft, is dit een herverzekering van de op 14 november 1823 afgesloten polis. Het fabrieksgebouw is blijkbaar nieuw gebouwd en dat is, in tegenstelling tot het ziekenhuis, ook eigendom van de Maatschappij van Weldadigheid.
11 augustus 1849[bewerken | brontekst bewerken]
1. Eene bouwmanswoning met stalling, Dorschvloer, graanberg, stookhuisje van steen gebouwd en met riet en pannen bedekt staande op hoeve No 15 in de gemeente stad of ambt Ommen, voor een duizend zes honderd guldens.
2. Eene bouwmanswoning met stalling, Dorschvloer, graanberg, stookhuisje, staande en gebouwd als voren op hoeve No 20, voor een duizend zes honderd guldens.
3. Eene bouwmanswoning met stalling, Dorschvloer, graanberg, stookhuisje, staande en gebouwd als voren op hoeve No 21, voor een duizend zes honderd guldens.
4. Eene lijkenhuisje staande nabij het hospitaal in de lengte aan de buitengracht, voor vijf en zeventig guldens.
24 november 1853[bewerken | brontekst bewerken]
– Drie steenen veldwachterswoningen waarvan twee staande in de gemeente Avereest en een in het Ambt Ommen, voor twee honderd guldens.
– Een poortiershuisje voor de poort ten zuiden van het Gesticht, voor veertig guldens.
– Een gebouw bevattende zeven woningen waarvan zes voor militaire huisgezinnen en eene voor de klompenmakersbaas, voor zeven honderd en vijftig guldens.
17 september 1855[bewerken | brontekst bewerken]
- Eene boerenwoning en daaraan vastgebouwde schuur of stalling, met eene afzonderlijke dorschschuur, staande te Ommerschans op hoeve No 13 in de gemeente Stad Ommen, reeds onder meerderen verwaarborgd, bij acte L.G No 1352 perceel 26, voor een duizend twee honderd guldens, alsnu ter zake van vergrooting der gemelde dorschschuur boven het reeds gegeven aandeel met een honderd guldens.
- Vijf steenen Veldwachtershutten staande in de gemeente Avereest geq. met No 74, 76, 81, 83 en 84, ieder voor een honderd guldens, te zamen vijf honderd guldens.
De boerenwoning is eigendom van de Staat en in vruchtgebruik bij de Maatschappij, de blijkbaar nieuw gebouwde veldwachtershutten zijn eigendom van de Maatschappij.