Zonder haar kan ik niet leven

Uit KolonieWiki
Versie door Nieuwenhoven (overleg | bijdragen) op 23 jun 2023 om 18:52 (1 versie geïmporteerd)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

EmbleemVerhaalVrijeKolonien.jpg

Kijk voor meer verhalen op
deze pagina.


Zelf een verhaal plaatsen?
Kijk op de hulppagina's bij de
'Handleiding - Een verhaal plaatsen'
hoe dat kan.

door Wil Schackmann

Johannes van Borsum is 25 jaar als hij met vrouw en kind in oktober 1822 door de 'Kerkeraad der Hervormde Gemeente te Groningen' naar Willemsoord gezonden wordt. Na twee jaar komt hij in opspraak als een 16-jarige kolonistendochter hem aanwijst als de veroorzaker van haar zwangerschap. Hij ontkent en het kan niet worden bewezen, maar de kerkeraad laat bij die gelegenheid wel weten dat Van Borsum in Groningen al niet al te best bekend stond. Drie jaar later gaat het mis.

Van Borsum had zijn koe gezet op een gedeelte van zijn landje waar brem gezaaid was – brem werd gebruikt als vruchtbaarmaker van de bodem – met als gevolg dat het landje 'geheel was afgeweid en afgevreten'. Daarop had de onderdirecteur van Willemsoord op woensdagochtend 24 oktober 1827 de koe van Van Borsum afgenomen. Johannes van Borsum is woedend.

Het begint 's morgens om elf uur als een opzichter hem vraagt om 'het rapport van de turf'. Met de woorden 'daar heb je het voor den bliksem' geeft Van Borsum dat nog gewoon af, maar daarna barst hij los: 'Jij bent ook weet in de directies, en weet dus ook dat ze mij vanmorgen de koe afgenomen hebben,' en hij komt met een hele mooie uitdrukking om aan te geven dat hij de zaak niet zal laten rusten: 'het is nog niet in het vaatje, waarin het zuren zal'.

Hij heeft inmiddels een mes getrokken en dat op de borst van de opzichter gezet. En hij komt tot een opzienbarende aankondiging: 'De onderdirekteur zal heden sterven!'

Als hij daarna een mede-kolonist tegenkomt, treedt hij over dat laatste meer in detail. 'Ik zal den onderdirekteur snijden, dat er de lappen bij neer hangen, omdat hij mij de koe heeft laten afnemen.'

Het is in de loop van de middag als hij de onderdirekteur treft, die in gezelschap is van een andere direkteur en er is ook een opzichter bij aanwezig. Johannes van Borsum heeft 'in alle drift en woede, de muts afgeworpen en het koetouw weggegooid'. Die moest ik nazoeken, want ik ben een grotestadskind, maar een 'koetouw' is een zodanig geknoopt touw dat er bij het melken de staart en achterpoten van de koe mee vastgebonden kunnen worden.

Maar verder lijkt hij al enigszins kalmer. Weliswaar heeft hij 'de hand in de broek gehouden even als of hij daar een mes in den hand had,' maar het 'snijden' lijkt van het programma te zijn afgevoerd. Wel heeft hij de onderdirecteur 'tot vechten en slaan uitgedaagd'. Hij vraagt hem 'of hij wel des avonds bij hem wilde komen, en of hij op dien ogenblik met hem buiten den wal wilde gaan, hij wilde hem wel eens alleen spreken'.

Daarop heeft de onderdirekteur 'dezen van Borsum, voorzigtigheidshalve, door twee wijkmeesters in de kachot laten brengen.'

Als Johannes van Borsum zich de volgende dag moet verantwoorden voor de koloniale tuchtraad, 'verklaart dezelve niet te weten wat er gisteren door hem gezegd of gedaan is geworden'.

Daar is misschien wel een verklaring voor als we afgaan op een uitspraak van een van de leden van de raad. Terwijl de andere leden willen dat Johannes de zwaarste straf wordt opgelegd, namelijk verbanning voor onbepaalde tijd naar een speciale strafkolonie, pleit dit lid ervoor om hem naar een afgelegen gedeelte van de kolonie te verplaatsen, 'omdat hij thans te digt bij de genever woont'.

Johannes van Borsum en zijn gezin worden twee jaar vastgehouden in de strafkolonie bij de Ommerschans. Daarna mogen ze vertrekken, maar in Willemsoord keren ze niet terug. Sjabloon:Einde verhaal vrije koloniën