Maandblad de Star van november 1819

Uit KolonieWiki
Versie door Nieuwenhoven (overleg | bijdragen) op 1 sep 2023 om 11:22 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sjabloon:Maandblad de Star

De pdf van dit nummer staat hier op delpher.nl

Pagina 899. Rapporten en besluit, door de Kommissie van Toevoorzigt uitgebragt, in derzeiver tweede vergadering, den 28 October 1819.[bewerken | brontekst bewerken]

De Kommisfie van Toevoorzigt van de Maatschappij van Weldadigheid,

Gehoord het Rapport van de hij Befluit van den 6 Augustus 11., N". 2, daargeftelde Suh-Kotnmisfie, gechargeerd, om in de Kolonie Frederiks-Oord te infpekteren den algemeenen toeftand der Kolonie, den Haat des Landbouvvs, het Godsdienftïg onderwijs, het Schoolonderwijs, de middelen van beftaan der Kolonisten, hun' zedelijken toeftand, arbeid en beschaving, — zijnde van den navolgenden inhoud:

Verslag aan de Kommissie van Toevoorzigt over de genomene proeve in frederiks-oord.[bewerken | brontekst bewerken]

mijne heeren,

Geëerde Medeleden van de Kommisfie van Toevoorzigt!

Wij hebben ons, ingevolge den last, ons, bij uwe Refolutie van den 6 Ang. 11., opgedragen, een' tijdlang daarna begeven naar Frederiks-Oord.

Wij zijn den 15 Sept. in de Kolonie aangekomen, en. hebben ons derhalve daar ontmoet, na omtrent "zes weken

de star, 1819, N°. XI. Qqq tos-


C 9°o )

toevens. Dezen tijd hadden wij bedeed, om alle de Stukken en Berigten over dit onderwerp te lezen, en om te hooren, wat er voor of tegen deze onderneming, door verdandige lieden, werd in het midden gebragt.

Daarenboven heeft de tweede Ondergeschrevene,' in de buurt der Kolonie wonende, nu en dan, dezelve bezocht.

De eerde Ondergeschrevene' heeft zijnen weg genomen over Amersfoort, de Veluwe langs de Zuiderzee, Zwol en Steenwijk. Op dezen weg wist hij, dat hij vele woeste gronden, en ontginningen, nieuwe aanzienlijke vaarten en koloniën zoude zien: onderwerpen, zoo naauw verknocht aan het onderzoek, hem opgedragen. Ook op dezen weg langzaam voortreizende, om alles te zien, heeft hij niet nagelaten het oor te leenen aan de menigvuldige oordeelen over Fr eekriks - Oord, uit den mond der genen, welke daar geweest waren, of daarvan gehoord hadden.

Alzoo voorbereid, zetteden wij de voeten op den grond, door de Maatschappij van Weldadigheid aangekocht. Wij vonden een landgoed van omtrent zeven honderd morgen, hier en daar met opgaande bosfehen, lanen en hakhout beplant. Vier groote boerenwoningen, eene herberg, drie of vier kleine woningen, zijn bezet door huurders, die een groote honderd morgens lands aanbouwen. Een heerenhuis is van eene kleine buitenplaats omgeven. Dit geheel bebouwd gedeelte van het Landgoed is in denzelfden daat gebleven, en brengt goede huren op aan de Maatschappij. Omtrent zes honderd morgens woest land, federt menfehen - geheugen onbebouwd, zijn bedemd tot kolonifatie. Eene eerde proeve is genomen met een groote honderd morgens, ingefioten

1 aan


( 9°i )

aan de vier zijden door eene gracht. Daar vertoonea zich bijna zestig nieuwe gebouwen, in vier rijen, op kleine afftanden regelmatig opgezet, als: Schoolhuis, Melkhuis, Spinschool, woningen voor den Onder-Direkteur en Onder-Officieren, en drie en vijftig Boerenhuisjes. Aan de andere zijde van den grooten weg zijn wederom ruim honderd morgens afgepaald voor vijftig nieuwe huisgezinnen; de helft der huizen ftaat reeds, en de andere helft zal binnen den tijd van zes weken gereed zijn. Het land voor de nieuwe Kolonisten wordt door de ouden toegemaakt.

Zietdaar, Mijne Heeren! eene eerfte aanfehouwing van -'de hoogte, waarop het werk heden is gebragt, aan de ééne zijde eene proeve van het aangenomen ftelfel, om de armen uit de fteden op het land te brengen, en aan de andere zijde het begin eener kolonifatie in het groot, gegrond op de ondervinding van die eerfte proeve.

Is de proeve gelukt? Wij hebben, naar aanleiding

van het Verslag der Kommisiie van Weldadigheid, aan UI. gedaan, eene menigte punten opgeteekend, die wij dienden te onderzoeken, ter beantwoording van deze vraag. Wij zullen UI. de uitkomften van ons onderzoek mcdedeelen. De bedeelde arme moest in "ftaat gefield worden, om met zijn handen-arbeid de kost te winnen, en die vooral te balen uit den milden schoot der aarde. De talrijkfte huisgezinnen nu leven hier, en beftaan van den land-arbeid en van de vruchten van. denzelven. Daar is eenig fabrijk-werk bijgevoegd, meestal fpinwerk, hetwelk, in het vervolg, in de Kolonie zelve zal kunnen geüeten worden. Het inkomen der meeste huisgezinnen kap op zeven of acht guldens per week

Q '-1 ak - Se"


( 9°* )

gefield worden: meer dan zij ooit in de groote fteden konden verdienen, en waardoor hier eene veel grootere waarde wordt uitgedrukt, dan in de lieden. Dit inkomen wordt genoten boven en behalve de wekelijksche kortingen, tot afbetaling der schuld aan de Maatschappij, alsmede buiten de jaarlijksche renten van vijftig guldens aan dezelve, die uit den oogst afgedaan worden. De Kommisfie heeft niet gezegd, dat een huisgezin in de Kolonie zeven of acht guldens moet verdienen, om te beflaan. Neen, de natuurlijke gang van het werk heeft de uitkomst aangebragt, dat een huisgezin in de Kolonie dit met vlijt en oppasfing winnen kan.

Wij befluiten, dat de groote opgave is opgelost, en dat de bedeelde arme, de arme in het algemeen, uit de fteden op het land kan gebragt worden, om daar weder te keeren tot den onafhankelijken ftaat van een redelijk wezen, -den kost voor zich en de zijnen halende uit zijn eigen arbeid.

Is er vervolgens in zijn zedelijk beftaan eenige verandering zigtbaar, uit hoofde van deze omftandigheid? Ja, Mijne Heeren! menschen en kinderen zien er zindelijk uit, de woningen zijn zindelijk, bij de reinigheid komt welgeschiktheid en goede orde, de ligchamen zijn welgevoed, de gezigten ftaan vergenoegd, en de geest is voor het toekomende gerust gefield. Midden in de bevolking eener groote ftad, zagen deze zelfde lieden, op eiken ochtend, kommerlijk uit naar de behoeften van den dag; zij ontwaarden overal mededingers naar het werk, waarvan zij moesten beftaan. Hier opent de aarde haren schoot voor hen en voor duizende anderen, die ook daaruit zouden willen halen. Wij befluiten ook

op


•; ( 903 )

op dit Huk, dat de zedelijke gefteldheid van deze arme huisgezinnen aanmerkelijk is veranderd, en bij de voortdurende uitwerking van dezelfde oorzaken, nog dagelijks Verbetert.

Dit is vooral waar van het opkomend gedacht, hetwelk tot een gezond, krachtig, eenvoudig landvolk opgroeit. Wij zouden UI. hier kunnen onderhouden over de goede inrigting der Scholen; wij zouden van daar kunnen overgaan tot de onderwijzingen in den Godsdienst, paar ieders geloofsleer; tot de uitoefening van den openbaren Godsdienst, waartoe hier in de buurt de gelegenheid is voor alle Christelijke Gezindheden en Israëliten. Doch uitvoerige beschrijvingen zijn er reeds overvloedig voorhanden. De menigte van onze Landgenooten is herwaarts gevloeid, en vloeit dagelijks toe, om deze dingen te zien. UI., Mijne Heeren! is het te doen, om den geest der inftelling, om de uitwerking van dezen geest, om de groote vraag, of de Maatschappij moet voortgaan op den gebaanden weg.

De geest der inftelling verrigt alleen zulke wonderen. Niet één huisgezin, aan zich zelf overgelaten, ofschoon van alle dezelfde middelen rijkelijk voorzien, zoude uit zich zelve tot dezen nijveren en zedelijken ftaat opgeklommen zijn. Het Bestuur, naar aanleiding van de beo-infelen, door de Kommisfie van Weldadigheid aangenomen, zweeft gedurig, als eene tweede en ondergeschikte Voorzienigheid, boven de hoofden van alle de huisgezinnen. De Direkteur houdt de inftellingen vast, maar gaat met de Kolonisten als een vader en als een broeder om. De zedelijke ftaat werkt den huishoudelijken ftaat ia de hand, aoo als de huishoudelijke eene bron is van Qqq 3 den


( 3^4 )

den zedelijken. Zoo lang deze geest van inftelling en uitvoering werkzaam blijft, zoo lang ook zullen deze Koloniën aan het groote oogmerk voldoen.

Onder vele aanmerkingen, welke zich hier aan deti geest opdringen, zullen wij flechts aan eene enkele toe» geven. De bevolking in de fteden is te groot geworden voor het vereischte werk van de ambachten en fabrijken, de dagloonen zijn er beneden de behoeften van het leven gedaald, en zoo neemt de verarming gedurig toe.

Maar de voortteling van de armfte volksklasfe, in dit Land en in geheel Europa, is evenredig grooter, dan van aile de andere klasfen. Waar zal dit heen voor de eigendommen, voor de goede orde, voor den Staat, voor de maatfehappij?

Deze vragen zijn meermalen geopperd, en het antwoord is in ieders mond. Brengen wij nu het overvloedig gedeelte van de ftedelijke bevolking op onze onmetelijke woeste gronden, zoo genezen wij eene groote behoeftigheid; wij hoeden de maatfehappij voor een groot gevaar; wij herftellen in de fteden de evenredigheid tusfehen het werk en de. werklieden; wij brengen de dagloonen op de natuurlijke hoogte. Dit zij hier in het voorbijgaan gezegd, niet alleen voor Uiieden en voor onze Maatfehappij, maar ook voor de Natie en voor de Regering.

Wij befluiten, dat de proeve genoegzaam is gelukt, om aanleiding te geven tot' eene voortzetting van het werk in het groot, en dat de Kommisfie van Weldadigheid, inzonderheid, niet alleen den ruimften lof en goedkeuring van UI. verdient, maar den schoonften loon,

dien


C 9°5 )

dien zij voor hare edelmoedige pogingen verlangt, ook behoort te ontvangen, namelijk, door de Maatschappi* m ftaat 0&d te worden, om op haren luisterrijken loopbaan voort te wandelen.

Dan, al bezit ook de Maatschappij deze middelen, en a werden hare Leden 'met duizenden verarenigvulaigd, al vloeiden de geschenken nog veel ruimer toe, al bood de Natie schatten aan,-is de ontginning van onze. woeste gronden, door onze duizenue* arme huisgezinnen niet eene zoo kostbare onderneming, dat zij de nationale krachten zelve te boven gaat?

Wij zullen deze gewigtige vraag tweeledig beantwoorden, uit berekeningen met cijferletters, en uit eene groote en leerrijke ondervinding. De berekening Mnnc Heeren! is onder uwe oogen. Gij kunt, met het geheele Publiek, uitcijferen, wat deze proeve gebost, en wat zij voortgebragt heeft.

Gijl. kent het kapitaal, dat er in gefloken is, en waarmede wij begonnen zijn, hetwelk gedeeltelijk zoude kunnen verloren zijn, en even zoo kent gij het kapiml dat wij heden bezitten, hetwelk uit den grond voortgebragt is, de nieuwe waarde in de plaats van de oude geboren. Vergelijkt en oordeelt.

Ons is het waarschijnlijk voorgekomen, dat de kosten £ering zijn, en dat zij in het vervolg altijd geheel vergoed zullen worden. Wie toch zal, bij zulk eene onderneming, zich, in het begin, niet hier en daar vergtsfen? Zulke feilen zijn ook hier aan te wijzen, en wij ziin flechts verwonderd, dat er niet veel meer beftaan. Die -ene, welke wij zonder moeite ontdekt hebben, omdat zij door fommige uitgebazuind zijn geworden, zyn Qqq4 0115


èns allen van dien aard voorgekomen, 'dat zij tonder eenig toedoen van buiten zouden verbeterd geworden zijn. De Kommisfie werkt, als het ware, in-het openbaar, niet atleen voor het oog van de Maaucbappü, maar van de Natie; zij maakt afies publiek in haar T§dschrift; zij hat hare Koloniën voor elk, die er in wil rondwandelen, open; en de Kolonisten schrbVen en fpreken vrijelijk tot onderrigting van allen.

En bij alle deze bronnen van onderrigt voor elk, die iets weten wil, verkiezen wij echter niet, ons antwoord meer dan waarschijnlijk te stellen. Wij gelooven flechts, dat de uitkomst van de onderneming in het groot blij' ken zal niet kostbaar te zijn. Maar nu komt eene krachtige ondervinding, niet van jaren, maar van eeuwen, onze gisfmgen onderflennen. Eene woeste heide zoo als deze, was, twee en eene halve eeuw geleden, het Land van Waas, hetwelk nu het vTucIitbaarfte en het volkrükfie gedeelte van het Koningrijk der Nederlanden uitmaakt. De Hertog van Parma groef eene militaire vaart, tot voortzetting van zijne krijgsbedrijven, en deze vaart, zoo als altijd en overal 'gefehied is\ werd de oorfprong van Landbouw, Nijverheid en Koophandel. Het langzaam werk van de Natuur, in die oorden, wordt in deze oorden door de kunst fpoedi-er vo-rrgebragt, en het werk zal aan de kunst gelukken, â– in zoo verre zij op het voetfpoor van de Natuur blijft! In het Land van Waas bellaar één huisgezin van twéé morgens lands, van één morgen lands, ja van een halven morgen lands. Zoo wordt door de ondervinding de waarichijnlijkheid van onze gisfing tot eene zedelijke gewisheid opgevoerd.

Wij


Wij befluircn, dat de Maatschappij met hare middelen van het afseloopene jaar op nieuw een tweede jaar kan werkzaam zün, en alzoo de middelen van het tweede jaar er bij komen, dat zij het tweede jaar nog eens zoo veel kan ondernemen en nieuw opzetten, als het eerde jaar.

Wij befluiten, dat de Kommisfie dus jaarlijks grooter ondernemingen kan doen, met een des te ruimer voort<rang, naarmate het getal van de Leden der Maatschappij, en de giften der welwillendheid, toenemen. Wij verwachten boven dit alles nog, dat Plaaffelijke- en Ar-. men-Befturen penningen tot onderfteuning van deze onderneming zullen over hebben, naarmate zij zich daardoor' van het onderhoud van Armen zullen ontlasten. Dan, de Kommisfie van Weldadigheid, om nog fpoediger voort te gaan, om nog vroeger het oogmerk te bereiken, en om onverwijld een' zoo.grooten zegen over de Maatschappij uit te Horten, draagt geldügtingen voor van tonnen gouds en van millioenen. Wij gelooven, ook hier, dat hare pogingen edel zijn; wij gelooven, dat er eene goede zekerheid is voor de geldschieters; maar wij oordeelen, dat de'Leden van onze Maatschappij van Weldadigheid niet moeten verbonden worden door zulke geldügtingen, noch tot het betalen van interesfen of vaflosfingen, noch tot het onderhoud van de duizenden armen, welke daaruit op landerijen,nedergezet worden (*). De Leden der Maaïschappij van Weldadigheid

be-

(*) De ftellers van' het Reglement der Maatschappij zijn volmaakt van hetzelfde gevoelen geweest, en hebben dit «aarom ook voor altoos onmogelijk gemaakt, door bij Art. 7 va'n hetzelve te bepalen, dat ieder Lid, des verkiezende, voor het Lidmaatschap kan bedanken, en zich daardoor van 43 9p zich gwmtns vsrpligting ontjlaan. de redaküe.


C 9°8 )

beLooren flechts gebonden te zijn aan de betaling van hetgeen, waarvoor zij ingeschreven hebben, hetzij een Rijksdaalder, hetzij meer, en er moeten geene Kontrak, ten tot ligting van penningen worden aangesaan voor meer dan de klare inkomflen of onbetwistbare bezittingen der Maatschappij.

Op deze wijze mogen wij ons vleijen, dat de Maatschappij gedurig in Leden zal aangroeijen, zoodat eindelijk alle de verlichte en niet geheel onbemiddelde inge. zetenen er deel in zullen nemen. Trouwens, zij zullen hoe langer zoo meer, door den voortgang van de zaak, leeren inzien, dat onze groote werkzaamheid geen beletfel toebrengt aan eenig ander groot of klein bedrijf tot weenng der armoede. Zoo vele nuttige e‘‘ edelmoedige pogingen, als er te dien einde worden gedaan, worden in geenen deele door onze Maatschappij tegengewerkt Wij werken veeleer krachtiglijk mede, om den uitfla* van alle die pogingen te verzekeren, om alle de hindert palen aan dezelve uit den weg te ruimen, en onze Maatschappij geeft aan alle Maatschappijen van dien zelfden ftempel de zusterhand. Elk welgezind Nederlander kan Lid zijn van onze Maatschappij, van eene Stedelijke Maatschappij, van het Bestuur over eene Spaarbank, van eene Diakonie, van eene Armen-inrigtinoAlle deze betrekkingen fluiten elkander zoo weinig uit dat zij zich gemakkelijk laten vereenigen in denzelfden man' Hopende met dit Verslag aan den opgenomen last té hebben voldaan, bevelen wij ons, Mijne Heeren Geeerde Medeleden! in uwe goede gunst en genegenheid.

(JVaS get.~) GIJSBERT KAREL VAN HOGENDORP.

^gSept. -M< SIDERIUS.

Wij-


C 9°9 )

Pagina 909. Wijders gehoord het Rapport van de bij opgemeld Besluit gekreëerde Sub-Kommissie, belast met het examineren der Rekening en Verantwoording van de Ontvangsten en Uitgaven der Maatschappij van Weldadigheid, over het eerste maatschappelijk jaar, loopende tot 1 April 1819,[bewerken | brontekst bewerken]

luidende als volgt:

's Graven ha ge, den 28 Oktober 1S19.

Aan de Kommisfie van Toevoorzigt der Maatschappij van Weldadigheid.

Op den 6 Augustus 1819 is, door de Permanente Kommisfie, namens de Kommisfie van Weldadigheid, in de Vergadering der Kommisfie van Toevoorzigt, ingeleverd de Rekening en Verantwoording van alle Ontvangfien en Uitgaven, door de Kommisfie van. Weldadigheid gehad en gedaan, met de bescheiden, daartoe betrekkelijk, en loopende over het 'tijdvak, hetwelk met den 1 April 1819 geëindigd is.

Deze Rekening en Verantwoording was vergezeld van een financieel Rapport, tot derzelver uitlegging dienende; waarvan de duidelijke voordragt, de hoogst-be!ar,grijke inhoud en het refultaat, hetwelk de mecst-deelnemende verwachting verre overtrof, reeds bij derzelver eerfte mededeeling, de aandacht van al de preiente Leden der Kommisfie van Toevoorzigt, op eene bijzonder gunftige wijze hadden tot zich getrokken., Aan de Ondergeteekenden werd de vereerende last opgedragen, om- de ontvangen Rekening en Verant-

woor-


( Oic. )

wuording, meer in de bijzonderheden, naar te gaan en te onderzoelien; mitsgaders met de daartoe betrekkelijke rekenbare ftukken en bef'cheiden, te vergelijken; van welken last de Ondergeteekenden zich, naar hun vermogen, hebben gekweten; terwijl zij de eer zullen hebben, daaromtrent, in de tegenwoordige Vergadering der Kommisfie van Toevoorzigt, rapport te doen.

Zij moeten beginnen met de verschuldigde hulde toe te brengen aan de volledigheid, de naauwkeurigheid en de onvermoeide werkzaamheid, waarvan alierwege de bewijzen zijn aangetroffen, bij de inzage van dien omflagfigen arbeid, die het gebruik en de aanwending bevat der geldmiddelen van die weldadige Maatschappij, aan welke het aanvankelijk gelukt is, om den Armen,

alleen door de vergelding van zijnen arbeid, onderhoud te verschaffen, en het ontwijfelachtig bewijs te leveren der zoo- lang betwiste mogelijkheid, om den gezonken toeftand van de lagere volks-klasfe te verbeteren, en aan derzelver verftandelijke en zedelijke beschaving op zulk eene wijze te arbeiden, dat zij de achting, voor haar zelve, kunne hernemen,, en uit dien toeftand van verbastering worden opgebeurd, waartoe zij, over het algemeen, vervallen was.

Zoodanig eene proeve van weldadige gezindheid en menschelijke volharding, ten behoeve van ongelukkige natuurgenooten, is, op zich zelve, genoeg, ter opwekking der gevoelens van erkentenis, die nog oneindig verhoogd worden, bij de beschouwing van den belangeloozen ijver, door het Bestuur der Maatschappij, en door hare Permanente Kommisfie aan den dag gelegd, bovenal zigtbaar in de weinig - kostbare inrigting van

den


( 9" )

den dageUjkschen gang der gehoudene uitvoerige adm'miftratie, waarin zoo veel beleid, voorzigtigheid en goede orde doorftralen, dat zij, die geroepen zijn geweest, om het beheer en de verantwoording der geldelijke aangelegenheden van de Maatschappij van Weldadigheid van zoo nabij in te zien, geen ©ogenblik aarzelen, om aan de verdienftelijke ontwerpers en uitvoerders der tot ftand gebragte komptabeh inrigtingen, hunne bijzondere verpligting te betuigen, ook als Leden der grootere Burgerlijke Maatschappij, in de verschillende betrekkingen, die zij daarin zouden kunnen bekleedcn.

De beide overgelegde Algemeens Staten, zoo van Ontyanglkn als Uitgaven, lóopende tot den i April iSig, behoeven slechts te worden nagegaan, om de waarheid te bevestigen van de bijzonderheden, waarop in deze ts gedoeld, "en de deugdzaamheid der verklaring, welke daarmede onmiddellijk is verbonden.

Van een getal van een en twintig duizend een honderd zeven en tachtig Leden der Maatschappij van Weldadigheid, zijn over het afgeloopen dienstjaar, de konmhutiën ingevorderd, de giften verzameld en de inteekeningen ontvangen, die voor gebleekt en ongebleekt Linnen zijn geschied, uit welker gezamenlijken opbrengst de lasten der Maatschappij moeten worden beftreden; — bet gemelde getal Ledera ftaat in betrekking tot zes honderd negen en zestig Sub-Kommisfiën, werkzaam in de verschillende Arrondisfementen van net koningrijk, in welker Hoofd-plaatfen acht en negentig Hoofd-Kommisfiën, de functiën mede van plaatfelijke Sub-Kommisfiën vervullen, en tevens de uitvloeifels van de verfpreide werkzaamheden der eerstgenoemde Kom-


C 912 )

misfi&a vereenigen, en het geldelijk refultaat van den géneelen ontvangst regelmatig overbrengen bij den Kas6er van de Maatjfehappij, wiens geheele ontvangst, op de mcest-volledige wijze, wordt gekontróleerd door de Maandlhtcn van de Kommisfie van Financiën, uit het Befkuir der MaatfeWappij, door middel van welke MaandfLaten de Kommisfie van Financiën eene geregelde kennis behoudt van de gelden, die bij den Kasfier disponibel zijn, en welke Maandflaten eindelijk, in rigtige overeenftemming ftaan met het gezamenlijk beloop der fa'do's van de Rekeningen-Courant, die met al de SubKommisfiën zijn gefloten, door welke laatstgemelden al de posten, in ontvang verantwoord, één voor één worden gejustificeerd; — zoodanig en te dien effecte, dat

de bedoelde Rekeningen-Courant den grondflag opleveren van de verpiigting der Kommisfiën, in de Hoofd-plaatfen der Arrondis.fementen gevestigd, zoo wel als het be> wijs, dat bij den algemeenen ftaat der inkomftm juist zoo veel, en niet meer, in ontvang verantwoord heeft moeten worden.

Even duidelijk en zeker werken de maatregelen, die, met opzigt tot den uitgave, getroffen zijn. De Kasfier van de Maatschappij doet geenerhande betaling anders, dan op Mandaten, geflagen en geteekend achtervolgens de voorschrifteri van orde, bij de meer huishoudelijke Inflruktiën gearrefteerd, welk gezamenlijk beloop van geflagen Mandaten, de totale fomma uitmaakt van den uitgaaf, voor rekening der Maatschappij van Weldadigheid georionneerd, waarvan de rigtigheid, behalve door de gekwiteerde Mandaten zelve, ook nog bewezen wordt uit de Maandflaten van de vroeger gemelde Kommisfie

van


( 9^3 )

Van Financiën, die, voor zoo veel de uitgave aangaat, met het getotalifeerd bedrag der uitgaven van den Kas» fier in juiste overeen (lemming moeten zijn.

Zoo veel was reeds genoeg, om de rigtigheid deruitgave van de aanbetrouwde geld-middelen bevestigd te zien; maar behalve van deze uitgaven zelve, is ook nog van derzei ver gebruik en- aanwending even volledig en even naauwkeurig gebleken; de geheele volgreeks der geflagen Mandaten wordt, bovendien en verder, gefmaldeeld over de verschillende hoofd-rubrieken, die op den algetneenen ftaat der uitgave voorkomen, en die gezamenlijk, en ieder in het bijzonder, de huishoudelijke beftanddeelen aanwijzen, waartoe de groote bedoelingen van de Maatschappij betrekkelijk zijn, zoo wel als de hulpmiddelen, waarvan derzelver Bestuur, tot bereiking van deze groote bedoelingen, verpligt is, zich te bedienen; het zijn gebouwen, huisraad, kleeding, ontginning Van grond, fpinnerif, bureau-kosten en traktementen, verschillende algemeens uitgaven en levensmiddelen, welke allen dienstbaar zijn gemaakt tot vestiging van eene volkplanting, die, landelijk gehuisvest, in de gelegenheid is gebragt, om voedfel en dekfel, en al de verdere bcnoodigdheden des levens, met eigen handen, te winnen, en het brood der nijverheid, in plaats van dat der schande, te eten; in wier verftandelijke, zedelijke en godsdienflïge behoeften, zoo doelmatig als onbekrompen, zoo ruim als verdraagzaam, wordt voorzien; die, door dit een en ander, in eenen (land en in betrekkingen wordt geplaatst, die zij te voren niet kende, en die, bij hare kinderen, de gevolgen eener verwaarloosde opvoeding zullen helpen voorkomen, waaraan de ouders

hun-


C 914 )

hunnen vroegeren verbasterden leeftrant verschuldigd zijn geweest.

Tot deze en foortgelijke oogmerken, dienen de ontvar, gen en' uitgegeven geldmiddelen der Maatschappij va?;. Weldadigheid, waarvan de ui-gevoerde ontwerpen cn inrigtingen het groote doel hebben bereikt, hetwelk ia, de tegenwoordige Vergadering, door eene andere Kommisfie', breeder is ontvouwd, die, op last der Kommisfie van Toevoorzigt, het Oord der Weldadigheid zelve heeft bezocht; terwijl de Ondergeteekenden, meer bijzonder belast met de examinatie en verifikatit der komptabiliteit wegens de ontvangften en uitgaven der Maatschappij, ook daarvan alleen bij het tegenwoordig -Rapport meer opzettelijk zullen fpreken.

Zij kunnen liet genoegen hebben, der Vergadering de verzekering te geven, dat al de yerifikatièn, waarop de Permanente Kommisfie zich, bij haar financieel Rap. port, heeft beroepen, in alle derzelver bijzonderheden zijn uitgekomen en de groote refultaten hebben bevestigd, die bij hetzelve financieel Rapport, zoo wel als bij de overgelegde Staten van algemeene Ontvangften eh Uitgaven, zijn aangewezen geworden.

Deze bevestiging was met zoo veel juistheid gepaard, en de geleidelijkheid der vergelijking was zoo verrasfend, dat de weinige moeite, die aan de narekening zelve heeft moeten worden te koste gelegd, eene gereede aanleiding gaf, om de hoofdzaken zelve zeer bepaaldelijk te doen onder de aandacht vallen, waardoor hoegenaamd geene aanmerkingen, maar wel eenige wenfehen zijn oatfiaan, die de Ondergeteekenden de vrijheid genomen hebben aan de Permanente Kommisfie mede te deden,


C 915 )

en, in hunnen naam, aan den Heere faber van riemsdyk, aan wien, blijkens de openbare verklaring van het IJeftuur der Maatschappij, de eer toekomt van het ontwerp en de uitvoering der komptabele inrigtingen, waarvan hiervoren uitvoeriger Verslag gegeven is, doch van welker eenvoudigheid en doelmatigheid niet te veel gezegd kan worden.

In dc Lxrfte plaats is de vraag ontfiaan, of het tot eene wel niet meer volledige, maar echter meer te zamen getrokken, kennis der lasten van de Maatschappij, bij eene volgende Rekening, zoude kunnen in aanmerking komen, om de onkosten, door de Sub-Kommisfiën in rekening gcbragt, en de uitfekotten voor het transport der Kolonisten, niet meer van het totaal beloop af te trekken, hetwelk door de Arrondisfements-Kommisfiën moet worden in ontvang gcbragt, maar om veeleer voor het bedrag van de beide opgenoemde foorten van kosten te zamen, of voor ieder dërzelve afzonderlijk, bepaalde Mandaten af te geven, met welker gekwiteerd montant de laatstgemelde Kommisfiën, ook bij den Kasfier der Maatschappij, hunnen ontvang zouden kunnen overllorten; — en de Ondergeteekenden hebben het genoegen gehad, van bij die gelegenheid reeds het voornemen te ontwaren, dat door de Permanente Kommisfie de bedoelde maatregel zal worden gevolgd bij het fluiten der beschrevene Rekeningen-Courant, voor een toekomftig dienstjaar: zoodanig, dat, in het vervolg, de gemelde onkosten e« transportgelden, op den algemeenen Staat der uitgaven zullen worden aangetroffen; hetwelk, zoo als gezegd is, tot het refultaat lekten, «al, dat de masfa der lasten van de Maatschappij, voorjj ®fi star, iSiq, N9. XL Rrr. UM


( )

taan,, nog meer op ééne plaats zal kunnen uitkomen, zonder daartoe afzonderlijke rekenkundige operatim noodig te hebben, waardoor een gedeelte der posten, op den algemeenen Staat van ontvang voorkomende, tot bevordering der kennis van al de lasten der Maatschappij, op dien van den uitgaaf zoude moeten worden overgebragt; terwijl dan, daarentegen, de bruto-rendementcn van de baten der Maatschappij, in ontvang zouden worden gebragt; door welken maatregel, eindelijk, alle verscheidenheid van berekening en van aanwending der meergemelde kosten, zoude kunnen worden voorgekomen, en gelegenheid gegeven, om, zoo als zulks bij het financieel Rapport wordt gezegd, ‘‘ bij vervolg, ook ‘‘ te dezen opzigte, meer gelijkvormigheid en meer ‘‘ werkelijk nut te doen plaats hebben."

Eene tweede konftderatie, door de Ondergeteekenden aan de Permanente Kommisfie voorgedragen, betrof de vraag, of, ter bevordering mede van het reeds gemelde oogmerk, de nog meerdere centralifatie, namelijk van al de lasten op ééne plaats, ook zoude kunnen dienftig zijn, om de non-valeurs, thans op den Staat van ontvang voorkomende, bij vervolg mede onder de uitgaven uit te trekken?

Bij het financieel Rapport wordt te kennen gegeven, dat onder de bedoelde gebragte non-valeurs niet alleen begrepen zijn de penningen, welke oninvorderbaar zijn bevonden; maar ook de bijdragen der inteekenaren, federt de inteekening overleden, of wier woonplaatfên men niet heeft kunnen uitvinden, en eindelijk de dubbele

Kekeningen, die op vele lijsten zijn ontdekt gevvor*; en de mondelinge uitbreiding dier aangegeven oï' mer-


C 917 )

merking van de zijde der Permanente Kommisfie, heeft de Ondergeteekenden overtuigd, dat het verkiesi'elyk voorkomen moet, om de gemelde non-valeurs, voortaan, op den Staat der ontvangften te laten verblijven, al ware het slechts om deze ééne redeh, dat, zoodra de tmi valeurs op de uilgaven worden overgebragt, dezelve finaal als zoodanig moeten worden erkend; terwijl, indien dezelve op den Staat van ontvangften blijven voorkomen, de mogelijkheid niet wordt afgefneden, om daarvan nog eenig'é invordering te doen, waardoor de baten van de Maatschappij altijd nog blijven bevoordeeld, hoedanig voordeel, bij de definitive overbrenging der nonvaleurs, bij de lasten, ten eenemaal wordt onmogelijk gemaakt.

In de derde plaats is, van de zijde der Ondergeteekenden, met betrekking tot den algemeenen Staat der uitgaven in overweging gegeven, of fommige van de hoofd-rubrieken, onder welken de totale uitgaaf is geéekomponeerd, ook nog voor verdere fpecialifatie zouden kunnen vatbaar zijn?

De posten van ontginning van gronden, en de ver^killende algemeene uitgaven, hadden, in dit opzigt, de bijzondere aandacht van de Ondergeteekenden tot zich getrokken: de laatfte, omdat deszelfs beloop, in verslijking van dat der overige posten, zoo bijzonder uitkwam;' de eerfte, omdat het welligt belangrijk wezen kon, de eiaenliike arbeidskanen, door de Kolonisten verdiend, onder ééne hoofd-rubriek te zamen te treken ten einde daardoor bet beloop voor zich te hebben van hetgene, in effcktc, als vrucht van eigene nijverheid zoude kunnen worden aangemerkt.

Rrr c..9*


C 918 )

De Permanente Kommisfie heeft deze bedenking volledig opgelost, door de opmerking:

i°. dat de afdeeling van verschillende algemeene uitgaven, ditmaal zeer buitengewone kosten had moeten bevatten, zoo door het bevaarbaar maken van de Rivier de Ja, als door het graven van Sloten om de Kolonie, waarvan het meerderdeel, bij vervolg, niet zal noodig zijn, of door de Kolonisten zelve voor de volgende Koloniën verrigt kunnen worden; en

s\ dat de arbeidsloonen van de Kolonisten inderdaad tweederlei waren, t. w,, wegens den Veld-arbcid en den Spin-arbcid, waarvan het beloop, wekelijks,

aan de daarbij betrokken Kolonisten, in bate werd toegerekend, doch niet in geld uitbetaald, maar, in de eerfte plaats, te goed gedaan in obfekten van levensmiddelen; terwijl, later, de eigen verdienften der Kolonisten zullen verrtrekken ter fucccsfïve kwijting van de aan dezelve verleende voorschotten, die in huisraad, kleeding en dergelijken, aan de Kolonisten zijn verftrekt, waarom het belangrijk blijven moest, de fprekende hoofd-rubrieken te behouden, die bij de opgegeven voorschotten, betalingen en afrekeningen waren gekoncemeerd, en zonder dat het tot bereiking van het hoofd-oogmerk, door de Ondergeteekenden bedoeld, noodig zoude zijn, om de boofd-rubriek der ontginning van gronden in het bijzonder, verder te onderdeden; daar een uittrekfel uit de onderscheidene rekeningen, met de

ver-


( 919 )

verschillende Kolonisten gehouden, het geldelijk beloop van hunne eigene verdienden zeer bepaald aanwijzen kon.

Aan de welwillendheid der Permanente Kommisfie zijn de Ondergeteekenden dan ook zoodanig een uittrekfel verschuldigd geweest; het refultaat daarvan heeft doen zien, dat federt i December 1818, tot 1 April 1819, en dus in vier maanden tijds, door de Kolonisten is verdiend,

aan VcM-arbeid....... ƒ2,926.12

en aan Spin-arbeid ƒ 2?°9ö-3a

te zamen, aan eigene verdienden.. ƒ5,022.44

welk beloop hoogst belangrijk voorkomen moet, omdat hetzelve de plaats vervangt van de aalmoefen, die, onregelmatig uitgedeeld, nog meer ongeregeld worden aangewend; omdat dit aanzienlijk beloop van eigene verdienften, op dit oogenblik, nog maar alleen een getal van twee en vijftig huisgezinnen betreft; en omdat eindelijk, en de Veld-arbeid, en de Spin-arbeid, door de Kolonisten verdiend, zulk een aangelegen gedeelte uitmaken van het totaal der uitgaven, voor de ontginning van gronden en de Spinnerij te koste gelegd; daar, wegens de ontginning van gronden, een totaal is uitgegeven van ƒ 4.658.294, en door de Kolonisten verdiend ƒ2,926.12, en wegens de Spinnerij uitgegeven ƒ2,732.62, en door de Kolonisten verdiend ƒ 2,096.32.

Eene vierde konfideratie, door de Ondergeteekenden in het midden gebragt, betrof de mogelijkheid, om, Rrr 3 we-


C 9=o )

wegens de uitgaven van de Maatschappij van 1#%dadigheid, jaarlijks eene begrooting van kosten, voorloopt te doen arrefreren in de thans aangenomen, of in zoo! danige verdere hoofd-rubriek:» ingedeeld, als de ondervinding zoude kunnen aanwijzen, voegzaam of noodzakelijk te zijn.

Bij de voordragt reeds van de aangegeven bedenking, is het aan de Ondergeteekenden gebleken', dat dë hoofdzaak zelve, daarbij bedoeld, bereids de aandacht van de Permanente Kommisfie bad opgewekt, doch dat de ffrekkmg, die de, Ondergeteekenden meer bijzonder hadden op het oog gehad, voor eene bepaalde toepasfing op de vooraf berekende uitgaven der Maatschappij minder vatbaar moest worden gerekend; _ alles toch hangt te dezen af van de huisgezinnen, die, gedurende eenig jaar, in de Koloniën der Maadehappij kunnen wordra gevestigd, waarvan het getal fleeds afhankelijk blijven moet van den loop der omflandigheden en van de min of meer gunfiige medewerking, die allerwege meerder te verwachten is, naarmate de redelijke overtuiging van het nut en de uitvotrlijke bedoelingen der Maatschappij meer en meer zal worden uitgebreid. '

Maar, zoo als gezegd is, de hoofdzaak zelve was door de Permanente Kommisfie niet uit het oog verloren, de naauwkeurige en voorloopige berekening namelijk, van de zeer bepaalde behoeften en kosten van ieder huisgezin dat gevestigd zoude worden; welker geldelijk bedrag fteeds afhankelijk bleef van de foorten van grond, waarop die vestiging zoude worden tot fiand gebragt, zoodanig, dat voor den zandgrond de kosten voor de mist, voor de hooge veengronden de kosten- van af branding


( 9*§ )

ding en toebereiding, en voor de lage veengronden de arbeidsloonen voor het dieper graven en omfpitten van den grond,, in bijzondere aanmerking moesten worden genomen; maar dien onverminderd was het, bij de Permanente Kommisfie, reeds Heilig beiioten, om de kosten der vestiging van ieder huisgezin, naar de verschillende opgegevene wijzigingen berekend, voortaan vóóraf te bepalen0, met dat gevolg, dat vóóruit zoude kunnen worden geweten, welk geldelijk bedrag wegens ieder nieuw huisgezin, in de Koloniën der Maatschappij te vestigen, onder de dienstjaarlijke lasten van dezelve, zoude behooren te worden opgenomen.

Op eene vijfde en laatjle konfideratie, die de Ondergeteekenden gemeend hebben te mogen voordragen, is het hun alleen gelukt, eene dadelijke en volledige toeftemming van de Permanente Kommisfie te verwerven.

Bij de verifikatic namelijk, der bijzondere uitgaven, welke tot de hoofd-rubriek van de Bureau-kosten en Traktementen behooren, was het den Ondergeteekenden geblelcen, — hetgeen bovendien reeds van elders was opgemerkt,—dat, in het algemeen, de kosten van eigenlijke adminiftratie zeer gering waren berekend; maar meer bijzonder nog, dat de Direkteur van de Kolonie, wegens al zijnen arbeid, zijne moeite en verantwoordelijkheid van wege de Maatschappij, hoegenaamd geene belooning genoot: eene bijzonderheid, die daarom te meer de aandacht van de Kommisfie van Toevoorzigt behoorde tot zich te trekken, naarmate de verdienftelijkheid van enkele, tot den gemelden Direkteur in betrekking ftaande, Leden der Permanente Kommisfie, zoo verre ging, dat dezelve gevaar zoude kunnen loopen om de lijn, Rrr 4 tttS"


C 9^2. J.

tosfena belangeloosheid en tusschen opoffering nie!, ongefeftonden te laten; - daarentegen vermeenden de Ondertekenden, de aandacht der Permanente Kommis. *« op de billijkheid te mogen-bepalen, dat eene voegza. mC 2 g^oetkoming uit de kas der Maarschaopij werde wegban aan den Direkteur der Kolonie, die nu reeds de nefft zimer aktive bezoldiging, in den dienst des Vaderlands genoten, aan de bevordering der Weldadige bedoelingen der Maatschappij had opgeofferd; terwijl de ovcrschietende helft nog daarenboven de kortingen moest â– 'â–  onde,^n i die door de reglementaire verordeningen op de adminiltratie der Armee van den Staat worden overgï schreven.

De overweging van dit een en ander heeft de Permanente Kommisfie dan ook reeds werkzaam gemaakt om, na gevraagde en.bekomen autorifatte der Kommisfie van Y/eJdad.gheid, met den gemelden Direkteur, wiens eerfte engagement met den cerflen Oktober ï8i9 ten ejn de hep, de meest billijke schikkingen te treffen aangaande den toekom/ligen voet van te gemoetkoming, niet alleen.voor zijne zorgen en dageüjksche bemoeiingen in betrekking rot de Kolonisten, maar oo-k wegens de raskosten hrievenporten en adfiflentie in het boekhouden en bet dagelijks Jchrijfverk; voor alle welke objekten een beloop van ƒ a,soo.oo, zeer gematigd voorkomen moet by de overweging, vooral, dat onder de gemelde reis kosten ook de bezoeken begrepen zijn, die Juecesfiyelift m de Ommer/ckans moeten worden afgelegd, als de beüemde plaats voor de vestiging eener nieuwe afgezonoerde Kolonie, die op vericheidene uren afftands van de tegenwoordige gelegen is. _ Eene schikking, waarvan

de


C 9=3 )

dc volkomen goedkeuring van de zijde der Kommisfie van Toevoorzigt, naar der Ondergeteekenden gevoelen, niet zoude behooren achterwege te blijven, maar bij gelegenheid van de Refolutie, bij den afloop der tegenwoordige deliberatie* te nemen,. uitdrukkelijk zoude behoren verklaard te worden.

En hiermede, Mijne Heeren! Leden der Kommisfie van Toevoorzigt J zouden de Ondergeteekenden de hun opgelegde taak a!s afgehandeld kunnen beschouwen, die door hen naar vermogen is volvoerd, en voor welker min volledige vervulling zij aan hunne geëerde Medeleden, beleefdelijk verschoning verzoeken. Er zoude alleen nog overig zijn, om der Kommisfie van Toevoorzigt, met volle vertrouwen, in overweging te geven, om de overgelegde Rekening en Verantwoording allezins goed te keuren, en de Leden der Kommisfie van Weldadigheid van hunne verantwoordelijkheid deswege te ontlasten; maar de Ondergeteekenden vinden zich bovendien nog verpligt, om den dank te herhalen, dien al de Leden der Maatschappij aan de Permanente Kommisfie verschuldigd zijn, wegens zoo vele edelmoedige pogingen, door dezelve zoo gelukkig volvoerd, als waarvan de menigvuldige blijken in de tegenwoordige Vergadering, zoo fprekend zijn in het licht gefield 5 met

verzoek, om deze gevoelens, namens de Kommisfie van Toevoorzigt, aan de Kommisfie van Weldadigheid, als het HoofdBestuur der geheele Maatschappij in zich vereenigende, wel te willen mededeelen; terwijl de Ondergeteekenden van dat HoofdBestuur durven vertrouwen, dat hetzelve insgelijks de hulde niet afwijzen zal, die de Kommhfie van Toevoorzigt zich gedrongen gevoelt, Rrr 5 aan


C 924 )

aan de Kommishe van Weldadigheid toe te breien met de woorden zelve van de Permanente KommiVe' by haar Verslag aan dat HoofdBestuur voorkomende- ~J welk Verslag in de eerfte zitting der Kommisfie van ToeWrzigt medegedeeld, en welks hoogst aangelegen inhoud thans mede zoo volledig gebleken is, niets dan -ontere waarheid te bevatten. ‘‘ Het beraden onderzoek, ‘‘ ook der Kommisfie van Toevoorzigt, heeft regt ge‘‘ daan aan de deugdzaamheid der gehoudene adminiftra» tie, heeft het zegel der waarheid gehecht aan het ge» tmgenis, hetwelk al de Leden van het ikftuur, met ‘‘ zoo veel gerustheid, zich zeiven kunnen geven; kan » de hmderpalen opruimen, die wegens vooronderfielde, * doch tevens ten volle wederfproken bekrompenheid, ‘‘ onverdraagzaamheid, eigen voordeel of omflagtige kost‘‘ baarheid aan de zijde van het Bestuur der Maatschappij ‘‘ aan den goeden gang der zaak, zouden kunnen wor‘‘ den in den weg gefield; en heeft den openbaren lof ‘‘ overbodig gemaakt, die geene van deszelfs Leden noo‘‘ dig hebben te verlangen; daar de zelfvoldoening ‘‘ waar zij naar llreven, zoo volledig ligt opgefloten in ‘‘ de veelvuldige en dagelijks toenemende blijken van ‘‘ welwillendheid en goedkeuring, die zij van verre het ‘‘ grootfte gedeelte der Natie, ja zelfvan tot oordeelen ‘‘ bevoegde vreemdelingen, hebben mogen ontvangen; ‘‘ terwijl zij zich in het aanvankelijk gelukkig0 flagen Ü van hunne pogingen verheugen, en de verdere vruch‘‘ ten en den vollen oogst hunner bemoeijingen van den ‘‘tijd afwachten; bewust, dat geene groote onderne‘‘ rmngen immer zijn tot ftand gekomen, dan langzaam » en.onder veel tegenltand, en dat alles, ook de beste

‘‘ men-


c y-5 j

mer-scheliike inftellingen, om duurzaam te zijn, den l toets der jaren, en de schokken van den onfiooed, ‘‘ moeten doorgedaan hebben."

De Ondergeteekenden onderwerpen dit hun Rapport aan de nadere overweging der Kommisfie van Toevoorzigt.

(Geteek.)' s« dassevael.-

j. jochems.

h. a. bollard»

Gezien bet 36fte Artikel van bet Reglement voor ds Maatschappij van Weldadigheid, waarbij aan haar wordt opgedragen, te ontvangen de Rekening en Verantwoording van alle Ontvangften en Uitgaven, door de Kommisfie van Weldadigheid gedaan, te onderzoeken den ftaat der uitgevoerde ontwerpen, dien der Armen- en andere Inrigtingen, door de Kommisfie van Weldadigheid daar-efteld, bij goedkeuring de Leden van de Kommisfie van Weldadigheid te ontlasten van hunne Verantwoordelijkheid, en, in tegenovergefteld geval, de belangen harer Kommittenten te doen gelden tegen de overtreders, door dezelve, daartoe termen zijnde, voor de gewone Regibanken te vervolgen.

Konformeert zich met beide de bovengemelde uitge-

braste Rapporten.. ‘‘

^probeert de aan haar voorgelegde Rekening en Verantwoording der Ontvangften en Uitgaven van te Maatschappij van Weldadigheid over het eerfte maatschappeliike jaar, loopende tot i April 1819-'

‘‘...^a uQ, ‘‘prrioto door de Kommisue van Wei-

Keurt » (ia_


C 926 )

dadigheid, gedurende bet eerfte jaar van bare werk7aam

Weldadlghe,d van hunne Verantwoordelijkheid. 'sGravenhage, den 28 Oktober, i8i9.

CWas get0 /*7ZZZW, prins van oranje.

gysbert karel van h o ge nd OR p.

j. d. Baron sweerts de landas.

j. jochems.

h. a. bollard.

j. van royen. j. dutilh.!• A. drieling. van burmania rengers. S. DASSEVAEL.

*• A. holland. a. w. philipse. j' j. dermout. <v h. gockinga. van royen. •eurgkxy glimmer. o. s. BOaS. vermasen. m. siderius.

mis-


Pagina 990. Herinnering, ten aanzien der onderscheidene wijzen van aanneming van kolonisten in frederiksoord (*).[bewerken | brontekst bewerken]

Ten gevolge van de onderscheidene, door de Kommisfie van Weldadigheid, op voordragt van de Permanente Kommisfie, gedane aanbiedingen en gemaakte bepalingen, geschiedt thans de overneming van Kolonisten op den volgenden voet:

i°. Door het fluiten van Kontrakten voor Vondelingen, Wees- of Armen-kinderen, met bijvoeging van behoeftige Huisgezinnen.

Voor élk Kind, namelijk, wordt betaald ƒ 60.00 jaarlijks, en dus voor de zes Kinderen, welke, met bijvoeging van eenen Huisverzorger of Huisverzorgfter, één gezin worden geacht uit te maken, / 360.00, en zulks gedurende den tijd, en op de wijze, in N°. VIII van de star ontvouwd.

Bij ieder zoodanig getal van Kinderen worden, zonder eenige meerdere betaling, twee behoeftige Huisgezinnen,

mits

(*) De ontdekking, dat onderscheidene Sub-Kommisfiën, Gemeente- of Arm-Befturen, in weerwil der meest-mogelijke duidelijkheid van voordragt, de voorflagen der Permanente Kommisfie, aangaande dit onderwerp, met genoegzaam begrepen hebben, heeft deze doen befluiten, dit korte overzigt daarvan alhier te plaatfen, waarmede' zij vertrouwt, zeer vele belanghebbenden eenen dienst te bewijzen. DE REDAKTIE,


(pagina 991)

mits niet talrijker dan te zamen twaalf hoofden, overgenomen.

Deze Kontrakten kunnen niet in verband gebragt worden met de kontributie der plaatfelijke Leden.

2°. Door het fluiten van Kontrakten voor behoeftige Huisgezinnen tegen ƒ 25.00 per hoofd jaarlijks. Deze betaling geschiedt gedurende zoodanigen tijd, en de geheele overneming heeft plaats onder zoodanige voorwaarden, als breeder aangewezen is in N°. V der star.

Deze Kontrakten kunnen in verband gebragt worden met de kontributie der Leden, zoodanig, dat de jaarlijksche betaling van ƒ 25.00 per hoofd uit de kontributie kan worden gevonden, en de verbindtenis det Kontraktanten en garantie der Befmren dan eerst aanleiding geeft tot eene werkelijke fuppletoire betaling, wanneer de kontributiën beneden de jaarlijks te betalen fom mogten vallen.

Deze afektatie der kontributiën voor de wegens zoodanige Kontrakten te betalen fommen, kan echter niet verder gaan, dan tot * van het tegenwoordig montant der kontributiën, ten einde voor te komen, dat, bij de geringfte vermindering in het getal der Leden, de Kontraktanten eene fuppletoire betaling zouden moeten doen.

Deze plaatfing van Huisgezinnen kost dus aan de Kontraktanten en garanderende Befturen niets hoegenaamd, zoo lang de kontributie niet beneden # van het tegenwoordig montant daait.

3°. Door het overnemen van behoeftige Huisgezinnen, zonder Kontrakt, uit de kontributiën.

De overbrenging van behoeftigen in de Koloniën der Maatschappij, ten gevolge van Kontrakten, is gebafeerd op Negociatiën, waardoor de Maatschappij de noodige

fond»


( 99* )

fondfen vindt, welke uit de jaarlijksche betalingen wederom worden afgelegd.

De kontributiën leveren echter geene genoegzame zekerheid op, om daarop te kunnen negociëeren, en bij de plaatfing uit de kontributiën, moet dus het ter vestiging noodige kapitaal in aanmerking komen.

Hieromtrent is dus als vaste regel aangenomen, dat van iedere Sub-Kommisfie een Huisgezin wordt aangenomen voor elke ƒ 1700.00, welke zij van wege de plaats, alwaar zij gevestigd is, of het daaronder beh'oorende Arrondisiëment, in de Kas der Maatschappij ftort.


Pagina 992. Voet en wijze, op welke voor. dit najaar en het voorjaar van l820 de keuze der huisgezinnen, voor de nieuwe kolonie bestemd, door de permanente kommissie geregeld is.[bewerken | brontekst bewerken]

De Permanente Kommisfie heeft dezer dagen de bepaling gemaakt der huisgezinnen, welke van de Sub-Kommissiën zullen worden overgenomen, en gevestigd uit de kontributiën en giften van het vorige en loopende Maatschappelijk jaar; zullende de overbrenging derzelven in de Kolonie gedeeltelijk dadelijk, en gedeeltelijk in het volgende voorjaar, geschieden, naarmate de woningen afgebouwd zullen zijn.

Bij die bepaling is in het oog gehouden, dat de sommcn, door iedere Sub-Kommissie in het vorige jaar gestort, en die, welke zij in dit jaar gestort hebben, of



(pagina 993)


denkelijk storten zullen, bijeen gevoegd zijnde, daarvan is afgetrokken ƒ 1700.00 voor elk reeds vroeger overgenomene huisgezin.

Voor elke ƒ 1700.00, welke de overblijvende som bij eene Sub-Kommisfie bedroeg, is haar de plaatfing van één Huisgezin toegezegd.

Ten aanzien dier Sub-Kommissiën, welker bijdragen elk afzonderlijk nog geene ƒ 1700.00 beloopen, heeft men derzelver bijdragen bij elkander opgesomd, en het getal Huisgezinnen, hetwelk voor die gezamenlijke kontributiën en giften zoude kunnen gevestigd worden, bij het lot over die Sub-Kommisslen verdeeld. De door het lot aangewezene zullen dus één Huisgezin kunnen plaatsen, ofschoon nog geene ƒ 1700.00 bijgedragen hebbende. De overige zullen, bij eene volgende plaatsing, weder voor het geheele montant hunner bijdragen in aanmerking komen.

Deze maatregel is aan de Permanente Kommisfie voorschreven door het verlangen, om ook die Sub-Kom-

missie, wier bijdragen de bepaalde som nog niet bereikt hebben, eenigermate in de plaatsing van familiën te doen deelen.


Pagina 994. Berigten uit de kolonie Frederiks-oord. November.[bewerken | brontekst bewerken]

De oogst ten volle afgeloopen zijnde, en alles in dc Kolonie op een' vasten voet zijnen geregelden loop hebbende, valt van daar ditmaal weinig te berigten.

Het gaat met de gezondheid der Kolonisten over het geheel zeer wel. Het kind van VAN DER HEYDEN, in September ll. geboren, is den 11 dezer overleden. Hij zelf was mede ziek.

De huizen in de nieuwe Kolonie, zijn voor het meerder gedeelte reeds afgebouwd, en door dagelijksche aankomst van kleedingstukken, huisraad, gereedschappen en levensmiddelen aldaar, is alles nagenoeg in gereedheid, om het bestemd getal van huisgezinnen en personen voor dit najaar te ontvangen, die dan ook gedeeltelijk reeds derwaarts op reis zijn, gedeeltelijk vóór i December zullen 'afgezonden worden, wordende zij, van wege het Gemeente-Beduur hunner plaats, van eene behoorlijke reiskaart enzv. voorzien. - Deze nieuwe Kolonisten zijn deels overgenomene voor de kontributiën deels befteede Wees- of Armen-kinderen, en daarbij gevoegde behoeftige gezinnen; en deels Huisverzorgers of Verzorgfters, bij wie de kinderen, ten getale van 6, worden ingedeeld. — Eene fpecifieke lijst van allen, zal eerlang in dit Tijdschrift te vinden zijn.