Maandblad de Star van juni 1825 over de Belgische kolonies

Uit KolonieWiki
Versie door koloniewiki>Wil Schackmann op 26 aug 2023 om 15:00 (Nieuwe pagina aangemaakt met '{{Maandblad de Star over de Belgische kolonies}} == Pagina 437. Nieuwe berigten wegens den staat der Maatschappij van Weldadigheid en hare Koloniën, in de Zuidelijke provinciën des Rijks. == (Uit LE PHILANTROPE van Maart 1825.) Sedert het laatste verslag van den 1 Januarij hebben de werkzaamheden bestaan in de ontginning van 35 ''Fransche'' morgens (''arpens'') van Kolonie N°. 1., zoo dat er thans nog slechts 31 te bearbeiden blijven, om deze geheele Kol...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sjabloon:Maandblad de Star over de Belgische kolonies

Pagina 437. Nieuwe berigten wegens den staat der Maatschappij van Weldadigheid en hare Koloniën, in de Zuidelijke provinciën des Rijks.[bewerken | brontekst bewerken]

(Uit LE PHILANTROPE van Maart 1825.)

Sedert het laatste verslag van den 1 Januarij hebben de werkzaamheden bestaan in de ontginning van 35 Fransche morgens (arpens) van Kolonie N°. 1., zoo dat er thans nog slechts 31 te bearbeiden blijven, om deze geheele Kolonie te ontginnen, Men heeft het gunstig saizoen waargenomen tot het planten van opgaand geboomte, en ter noodige mestbereiding, om de landen in staat van bezaaijing te brengen. Al dit werk zou in de eerste dagen van Maart voleind zijn geweest, had de Vorst zulks niet verhinderd.

Intusschen, is één der hoofdwegen van Kolonie N°. 1. volkomen, met geboomte beplant; de tweede is begonnen, en zal mede weldra voltooid zijn.

Een groot gedeelte der meststoffen bevindt zich reeds op de akkers, voor aardappelen bestemd. Men mag met grond verwachten, dat, eer men den eersten akker begint te beplanten, de noodige mest op den tweeden zal voorhanden zijn. Trouwens de hoeven van Kolonie N°.1. ontvangen thans de tweede koe, en de derde zal



(pagina 438)

haar weldra nog moeten gegeven worden, ter vergoeding voor de 10 schapen, die, volgens het eerste reglement aan elke hoeve der Kolonie moesten worden verschaft; derhalve zal de mest aanmerkelijk vermeerderd worden.

Van de 15 eerste hoeven in N°. 2 is het tweede geheel ontgonnen, en zes derzelven zullen weldra bewoond zijn.

De werkzaamheden der ontginning, die in dit oogenblik de Kolonisten in de bedelaars-Kolonie bezig houden, zoowel als de voltrekking des gebouws, dat tot verblijf der bedelaars zal moeten dienen, worden met de meeste werkdadigheid voortgezet.

De 535 schapen, verdeeld over de vier groote hoeven van deze Kolonie, gevoegd bij 12 jonge koeijen, die er zich bevinden, en waarvan het getal eerlang zal verdubbeld worden, zullen van dit jaar af eene groote ontwikkeling geven aan de kultuur der gronden, welke de Maatschappij in den omtrek van dit gebouw bezit.

De berigten uit de Koloniën zijn zeer voldoende en alles belooft een' goeden oogst; de rogge staat reeds zeer fraai de klaver staat gelijk met die van de beste landen in den omtrek. Al de boomen en heggen zijn zorgvuldig van ongedierte gezuiverd; kortom, de voortgaande verbetering onzer inrigtingen schijnt ons te verzekeren, dat wij éénmaal onze pogingen en zorgen met de schitterendste uitkomst zullen bekroond zien.

Drie nieuwe huisgezinnen zijn in de laatste twee maanden nog in Kolonie N°. 2 aangekomen.

Zeer voldoende is ook het verslag, door de Permanente Kommissie ontvangen, wegens den voortgang van het



(pagina 439)

School-onderwijs; 60 nieuwe scholieren zijn op nieuws in de Koloniale school toegelaten, hetgeen het getal der jonge Kolonisten van beide seksen, die onderwijs genieten, tot 166 brengt. Zij getuigen alle, door vlijt en snelle vorderingen, tot lof der zorgen van Mr. POTASCH, hunnen leermeester, zoowel als van hun' eigen ijver, om nut te doen met de hun gegevene lessen.

Het gedrag der Kolonisten blijft lof verdienen, en maar zelden ziet de Heer Direkteur zich verpligt tot het op leggen van straffen. Zelfs schijnt hun karakter zich dagelijks te verbeteren, ten gevolge van een werkdadig en geregeld leven.

Wij moeten niet verzuimen hier melding te maken van de loffelijke denkwijze, door onze Kolonisten aan den dag gelegd, bij gelegenheid van den jongsten algemeenen ramp, toen men van alle kanten toeschoot ter hulpe van de slagtoffers des watervloeds. Zij hebben mede niet vreemd willen blijven aan zoo vele daden van edelmoedigheid en weldadigheid.

Om dus daartoe mede te werken, hebben zij, door eene vrijwillige beweging, den Heer Direkteur aangeboden, te dien einde af te staan eene som, bestemd tot het feest van den 28 Februarij ll., zijnde dat der geboorte van Prins FREDERIK; bij deze gift hebben zij nog eenig geld gevoegd van hunne wekelijksche verdiensten, makende alles te zamen eene som van f83.

De Kommissie, kennis bekomen hebbende van een' zoo merkwaardigen trek, van den kant van menschen die te voren voor zich zelve de weldadigheid van mede lijdende harten inriepen, heeft zich natuurlijk verheugd, hen thans in staat te zien, om andere ongelukkigen te



(pagina 440)

helpen. Dan zij heeft te gelijk geoordeeld, de Kolonisten niet te moeten berooven van een feest, dat zij jaarlijks genieten. Zij heeft derhalve den Heer Direkteur gevolmagtigd, om, boven de som ten behoeve der overstroomden afgestaan, over eene gelijke som te beschikken, bestemd tot een feest, dat zou kunnen plaats hebben in de eerste dagen der lente, ter gelegenheid van de herstelling des Konings.



De Permanente Kommissie heeft zich den 13 Februarij ll. buitengewoon vergaderd, ten einde te raadplegen, op welk eene wijze men hulp zou kunnen toebrengen aan eenige ongelukkige familien, getroffen door den watervloed. De uitslag harer raadplegingen is geweest: dat er dien zelfden dag zes biljetten van toelating tot de vrije Koloniën van Wortel zouden worden toegezonden aan den Heer Gouverneur van Antwerpen, en een gelijk getal aan dien van Oostvlaanderen, om door hen te worden uitgedeeld aan twaalf huisgezinnen, die het noodigst onderstand zouden behoeven. — Bij deze aanschrijving was het berigt gevoegd, dat de Gouverneurs in dit geval zich niet behoefden te bekreunen aan de getalsbepaling van 7 of 8 leden voor ieder huisgezin, door de Sub-Kommissiën bij kontrakt naar de vrije Koloniën opgezonden; voorts, dat de Kommissie de aanvrage hunnerzijds van een grooter aantal toelatings-biljetten zou afwachten, en dat zij, de zaak zulks vorderende, verder zoude raadplegen, in hoeverre zij zou kunnen op zich nemen de ondersteuningen van dien aard uit te breiden.



(pagina 441)

Terzelfder vergadering werd besloten, den Minister van Binnenlandsche zaken te verwittigen van den door de Permanente Kommissie genomen maatregel ter gunste der on gelukkigen door den watervloed, met verzoek, om te willen opgeven, welke Provinciën soortgelijke hulpbiedingen zouden mogen verlangen. Bovendien, dat de Kommistie zich zou beijveren ter aanwending van alle haar mogelijke zorgen, om in hare etablissementen eene toevlugt te verschaffen aan eenige ongelukkige landgenooten der Noordelijke gewesten, indien anders de talrijke inrigtingen van dezen aard in die Provinciën niet toereikend mogten zijn, om de eerste hulp aan een zoo groot aantal slagtoffers toe te brengen.

In gevolge van dezen maatregel, heeft de Gouverneur van Oost-Vlaanderen reeds 47 personen gezonden, die gratis in de vrije Koloniën der Maatschappij zullen ontvangen worden; terwijl de Gouverneur van Antwerpen berigten inwacht van de Distrikts-Kommissarissen, om te bepalen, welke familiën bij voorkeus zullen moeten bestemd worden, om naar diezelfde Koloniën te worden opgezonden.



[Het volgend stuk, dat in dit nommer van den Philantrope voorkomt, nemen wij gaarne over. ]


Volgt een algemeen stuk over 'rampen' dat verder niets met de koloniën te maken heeft en hier niet is opgenomen.