Maandblad de Star van september 1820

Uit KolonieWiki
Versie door koloniewiki>Wil Schackmann op 29 aug 2023 om 10:50
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sjabloon:Maandblad de Star

De pdf van dit nummer staat hier op delpher.nl

Wij gaan voort, de Stukken, ingeleverd ter Vergadering van i Augustus i. l,, mede te deelen.

FïNANClëEL VERSLAG, VAN WE GE 'DE PERMANENTE KOMMISSIE (*).

Mijne Heeren # Leden van de Kommisfie vari i Toevoorzigt!. i~, '..~

pe Rekening, van Ontvang ën'Uitgave ovér het tweede dienstjaar der Maatschappij, aanvang genomen hebbende met den iften April 1819 en geëindigd niet den,3i(ten Maart 1820, wordt aan Ulïeder onderzoek onderworpen, De financiële werkzaamheden der Kommisfie van Welda-digheid zijn over dit tweede dienstjaar van eene meer* -!.... â– ... de*

r« Door een misverftand des Binders zijn de State» van Ontvangften en Uitgaven, tot dit Verslag behoorende, reeds in Jjo.^vm ingevoegd. Wij moeten dus den Lezertot opheldering, derwaarts verwijzen.-

BK RED.

o 1VIO TV"

T}E STAR, Iö20, 1N  la*.*

Tl:


C 618 )

dere uitgebreidheid geweest dan in het eerfie. Behalve de ontvangften, gesproten uit kontributiën en giften, zijn er twee Negociatiën gefloten, de eene van ƒ 80,000.00, welke in het afgeloopen dienstjaar, geheel is ontvangen, en eene tweede van ƒ 200,000.00, waarvan een gedeelte vóór den iften April I. ft bij den Easfier geftort is. De uitgaaf, daarentegen, heeft geloopen over een geheel jaar, terwijl die, bij de vorige rekening verantwoord, ten aanzien van bijna alle afdeelingen, flechts over 6 of 8 maanden liep. Er is, in dit dienstjaar, eene vrij aanmerkelijke som besteed tot aanzuivering van de benoodigdheden voor de Kolonie N°. 1. f Eene tweede Kolonie van een gelijk getal koloniale, huizen is daargefteld; —. r met den aanleg van ccue derde, welke ter vestiging van 100 huisgezinnen geschikt is, is een aanvang gemaakt, en ook daarvoor zijn vóór 1 April 1820 aanzienlijke uitgaven gedaan.

Het ftrekt intusschen der Kommisfie van Weldadigheid tot genoegen, al aanftonds te kunnen doen opmerken, dat de zoo belangrijke uitgaven, voor die onderwerpen gedaan, en welke eene somma bedragen van ƒ 151,748.09, niet alleen door de ontvangften hebben kunnen beitreden worden, maar dat zij ook in staat geweest is, het nadeelige faldo der vorige rekening, a ƒ 9,433.77$, te, kwijten, den Leden, die hetzelve voorgeschoten hadden, voor hunnen edelmoedigen bijftand dank te zeggen, en dat er echter, daar de ontvang bedragen heeft ƒ 180,144.64$, op den iften April 1. 1., werkelijk in kas overbleef een faldo van ƒ 18,962,79.

De Kommisfie van Weldadigheid ftelt het grootfte belang in UI. onderzoek; de goedkeuring van hare reke-


C 6i9 )

ning door de Kommisfie van Toevoorzigt moet haar op nieuws van de verantwoordelijkheid over een dienstjaar ontflaan, en die goedkeuring alleen kan aan de leden en, begunfiigers der Maatschappij de zekerheid geven, dat de kontributiën en giften, zoowel als d* genegociëerde penning-en, behoorlijk ter bereiking van het voorgeltelde doel zijn aangewend. De Kommisfie van Weldadigheid, overtuigd, dat hoe naauwkeuriger UI. onderzoek zal zijn, zoo veel te sterker ook de overtuiging en het vertrouwen, daardoor geboren, bij de Natie zal wezen, durft UI. verdoeken, bij deze opneming, de naauwkeurigheid en.duidelijkheid, waardoor de vorige uitgeblonken heeft, te doen pkats hebben4 cn het zij haar vergund, ten einde de Kommisfie van Toevoorzigt daartoe te gereeder gerake, eenige ontwikkeling en opheldering omtrent de verantwoording en de daarbij gevoegde ftukken voor te dragen.  - n e U&tiïj;y

De vorm der vorige-verantwoording, de inrigting der â– vcrifkatiBn, waarvan wij de redenen en het doel bij: het vorig Financieel Verslag ontwikkelden, hebben, tot ons genoegen, de goedkeuring mogen wegdragen der door de Kommisfie van Toevoorzigt uit haar midden benoemde Leden, wier kunde, vooral ten aanzien der komptabele inrigtingen en werkzaamheden, algemeen bekend en verre boven onzen lof verheven is. Eenvoudigheid niet doelmatigheid te vereenigen, was ons verlangen, en het is boven onze verwachting geweest, van UI. Kommisfie de zoo vleijende verzekering te mogen ontvangen, dat zij dit doel als bereikt beschouwde.

De Kommisfie van Weldadigheid heeft dan ook gemeend, denzelfden vorm der verantwoording en de inrigting der ycriftcatiïn te moeten behouden.

T t a Wel-


( 620 )

Welligt zoude men de aanmerking kunnen maken, dat dé andere ontvangen, voortgesproten uit de Negociatiën, eene andere inrigting van den Haat Van ontvangften schenen te vorderen, waarom dezelve meer fptcifiek werden verantwoord. Welligt zal 'de vraag ontftaan, waarom er in den Staat der Uitgaven niet voldaan is aan het verlangen, door UI. Kommisfie, bij het opnemen der vorige rekening, aan den dag gelegd, om vooral sommige van de hoofdrubrieken, waarin de uitgaaf gedécomfoneerd is, in meerdere onderdeelen af te scheiden?: Beide deze bedenkingen heeft de Kommisfie van Weldadigheid overwog.n; doch zij beeft gemeend de éénmaal door UI. goedgekeurde iurigtmg eóoï dit jaar te moeten behouden, en zij durft zich vleijen, dat de gronden, waarop zij hiertoe befiofen heeft, bij UI. dit befluit zullen billijkèn.

UI. Kommisfie, namelijk, heeft bij eene andere, door haar gemaakte, bedenking den wensch â–  geuit,'" "dat er jaarlijks eene begrooting van kosten gemaakt en voorloopig gearresteerd mogte worden.

De Permanente Kommisfie was reeds, toen bedacht, om de kosten van vestiging van ieder huisgezin met juistheid en in al de onderdeelen te bepalen. En dit voornemen werd door UI. Kommisfie befebouwd, haren wensch, gewijzigd naar den nóödzakelijken loop'van zaken, bij de Maatschappij te vervullen.' De Permanente Kommisfie heeft dan ook dit ontwerp tot Itand gebragt, en-bij een Befluit, in den aanvang van dit jaar génemen, voor ieder huisgezin en voor elk bijzonder objekt^ tot deszelfs vestiging benoodigd, bepaalde sommea.'als maximum vastgcfteld.. Daarbij is tevens 'de kompt abele .-..:.,-.> '..: in-


. C 621 )

ïarigting, zoo in de Koloniën als bij de Permanente Kommisfie, gewijzigd. Dit Befluit, hetWelk met de daartoe behoorende Bijlagen en Modéllen, in de Verzameling van Wetten en Reglementen, onlangs uitgegeven, vervat is, en waarop wij, ten aanzien van den vorm en de inrigting jet Boeken en Staten, gaarne UI. bedenkingen zullen vernemen, zal ten gevolge hebben, dat, bü eene volgende verantwoording, de uitgaven in de daarin vermelde deelen en onderdeden afgescheiden zullen worden, en dus eene veel verder voortgezette décompofiiie zullen ondergaan.

Intusschen was het niet mogelijk, dit Befluit, bij terugwerking, toe te pasfen op de reeds verloopene maanden van het dienstjaar, thans aan UI. onderzoek onderworpen, en de reeds gedane uitgaven in die onderdeelen te fplitfen; terwijl ook de invoering eener zoo geheel andere inrigting der komptabililcit in de Koloniën eenigen tijd vorderde.

De zekerheid van voor het nu loopende dienstjaar, bij uwe volgende bijeenkomst, eene andere verdeeling aan hare verantwoording te zullen kunnen en moeten geven; de vrees, dat eene gedeeltelijke wijziging in de tegenwoordige, waardoor dezelve van de vorige en de volgende even zeer zoude verschillen, aanleiding konde geven tot verwarringen en vele ophelderingen zoude vorderen, heeft het verkieslijker doen voorkomen, voor ditmaal de verantwoording, ten aanzien zoowel van den ontvangst nis der uitgaaf, op denzelfden voet als het vorige jaar in te rigten, de rubrieken van de uitgaaf te behouden, en bij de kolommen van den algemeenen staat van ontvangften alleen eenige weinige bijvoegingen te Tt 3 ma-


( 622 )

maken ten aanzien der restanten van het vorige dienstjaar.

De eerfte kolom van den Staat van Ontvangst bevat de namen der Sub-kommisfiën, waarmede de Permanente

Kommisfie korrespondeert. Derzelver aantal is in het

afgeloopen dienstjaar aangegroeid tot 110, wtlke vermeerdering met ia veroorzaakt is, zoo door de kennisgevingen, welke de Permanente Kommisfie ontvangen heeft van de benoeming van Sub-kommisfiën in onder» febeidene Koloniën van den Staat, als door de zorg, welke sommige Provinciale Kommandanten in de Noordelijke Provinciën wel ' voor de inkasfering der militaire kontributiën op zich hebben willen nemen. Het getal der onmiddellijke betrekkingen van de Permanente Kommisfie staat nog vermeerderd te worden, wijl de overige Provinciale Kommandanten almede de welwillendheid ge. had hebben, de inkasfering der kontributiën van de militaire Leden op zich te nemen. De Heer Luitenant-Kolonel DB HART, onder N*. 98 op het vorige tableau voorkomende, treft men op dit niet aan, wijl de toen door Z. E. Geftr. verantwoorde kontributiën nu verantwoord zijn door den Provincialen Kommandant, in wiens arrondisfement #ich die militairen bevinden.

De organifatie van Dorps-Subkommisfiën in de arrondisfememen Middelburg en ''s Hertagenbasch, de vermeerdering der Sub-kommisfiën ten platte lande in andere arrondisfementen, hebben het aantal Sub-kommisfiën, waarmede de Permanente Kommisfie niet onmiddellijk korrespondeert, met 90 doen vermeerderen, en alzoo doen klimmen tot 759. De Permanente Kommisfie heeft voorts de autorifatie, aan haar, bij Bellait der Kom*

mis-


( 623 )

misfie van Weldadigheid van den 5den Augustus 1819 gegeven, toegepast op de Sub-kommisfie te Hoorn, en alzoo eene fplitfing van dat inderdaad te uitgeftrekt arrondisl'ement daargefteid.

Onder deze gezamenlijke Sub-kommisfiën telde de Maatschappij in het afgeioopen jaar -2£,478 Leden, en dus omtrent 1,300 meer Van in 1818. De Maatschappij mag zich dus verheugen over eene vermeerdering van Leden, welke aanzienlijker wordt,'dan ze in den' eerften oplïag schijnt, indien men bedenkt, dat daardoor, behalve het gemelde excedem, aangevuld zijn geworden de nonvaleurs, Sa de vorige verantwoording vermeld, en het verlies, heiwelk. de Maatschappij.door bedanken, verplaaifing, overlijden en anderszins, bij den aanvang van het dienstjaar 1819, onder sommige Sub-kommisfiën, en vooral onder de militaire Leden, heeft geleden, gelijk dit bij vergelijking der Staten van dit en van het vorige jaar blijken kan.

De Kommisfie van Weldadigheid gevoelt, dat, even als in andere maatrchappijen en vereenigingen, de bestaande Leden en Kontribuanten, door de zoo even aangeftipte en van zoodanige inrigtingen onafscheidbare oorzaken, gedurig moeten verminderen, indien men niet aanhoudend op de aanwinst van nieuwe bedacht is. Vele Sub-kommisfiën gevoelden dit met haar, en derzelver loffelijke en onvermoeide pogingen, te dezen aanzien, worden bij den rustigen tred, waarmede de Maatschappij van Weldadigheid de vooroordeelen en tegenftrevingert van sommigen overwint, met den besten uitslag bekroond. Enkele Sub-kommisfiën behandelden de zaak met laauw» heid; ja, bleven soms daaromtrent werkeloos. De redeT t 4 nen


( fo> )

oeri'daarvan op te fporen, behoort niet tot dit Rapport. Genoeg zij het aan te merken, dat de Kommisfie van Weldadigheid niet zal nalaten de noodige voorzorgen te nemen, ten einde het getal Leden, bij aanhoudendheid,, zoo veel mogelijk, te doen toenemen.

Even als in het vorige jaar bedraagt de kontributie meer, dan dezelve, in evenredigheid der Leden, berekend tegen ƒ 3..60, zoude uitmaken. De voorname oorzaak hiervan is daarin gelegen, dat sommige Leden, vooral in de Koloniën, meer dan de gewone kontributie betaald hebben.

De vrijwillige giften hebben in het afgeloopen dienstjaar onze verwachting verre overtroffen- Bijzondere aanzienlijke en voor ééns gedane bijdragen hadden dezelve, blijkens ons vorig rapport over 181S, doen klimmen tot ruim ƒ 16,000.oa.; men moest derhalve over 1819 eene aanzienlijke vermindering verwachten. Integendeel, echter, zijn dezelve gedegen tot bijkans ƒ23,000,00.. Zeker hebben de Koloniën hiertoe veel toegebragt, en de Kommisfie van Weldadigheid betuigt bij deze hare erkentenis aan de milde gevers, die, zonder van nabij wegens hare werkzaamheden en inrigtingen, en dus zonder door eigene bevinding, eanigzins overtuigd te zijn, zulke aanzienlijke sommen bijeengebragt hebben, ten behoeve eener ftichting, waarvan, zelfs de mede-ingezetenen dier gevers geen dadelijk nut, of zij zelve eenige verligting in andere onderlleuningen kunnen genieten. Al'e hebben in deze dubbel te schatten opofferingen gewedijverd, De vrijwillige giften in onze Noordelijke Provinciën alleen bedragen echter de aanzienlijke som van ongeveer ƒ 14,000.00, en dus merkelijk meer dan in het vorige jaar* Behalve de

mil-


C 6iS )

milde giften van enkele achtingwaardige menschenvrienden en ijverige voorltanders der Maatschappij, waarvan men de bijzondere opgave in de rekeningen-kourant, ën vooral in die van de Permanente Kommisfie, aantreft, heeft de Sub-Kommisfie Rotterdam, door een' uitmuntend uitgedachten en uitgevoerden maatregel, in het vorige zomerfaizoen, de aanmerkelijke som van ruim ƒ 4,000.00 uit vrijwillige giften verzameld.

Alvorens van dit onderwerp af te ftappen, moeten wij nog aanmerken:

i°. Dat de / 200.00, onder de Sub-Kommisfie Deventer begrepen, voortspruiten uit een aan de Maatschappij gemaakt legaat.

20. Dat onder de giften, door de Permanente Kommisfie verantwoord, begrepen is de som van ƒ 100.00, welke de erfgenamen van wijlen den Ridder van kinsbergen zoo edelmoedig jaarlijks aan de Maatschappij verzekerd hebben.

En 30. dat aan de Maatschappij eene zeer aanzienlijke gift is geschied, doordien wijlen de lieer j. van den bosch haar voor $ tot zijnen erfgenaam gefield heeft, van welke erfenis echter eerst bij de volgende verantwoording eenige opgave zal kunnen geschieden.

De twee volgende kolommen bevatten de inteekeningen voor linnen, De in den vorigen Staat vermelde ellen zijn, met bijvoeging der jaarlijksche en ook der nieuwe infehrijvingen, in dezelve overgebragt, en hvet gezamenlijke montant bedraagt 38,531 ellen gebleekt, 2,397 ongebleekt, uitmakende eene waarde van f 30,456,30.

Toen de vorige verantwoording geschiedde, had de vertraging, door het biceken veroorzaakt, nog geene verTt 5 zen-


( 616 )

zending van gebleekt linnen toegelaten. Vóór primo April van dit jaar zijn er, blijkens de daarvan in bet tableau gevoegde kolommen, verzonden 6,003 ellen gebleekt en 1,235 éttèÖ ongebleekt linnen: waardoor dus door de Sub-Kommisfiën moest verantwoord worden ƒ4,502.25 voor het eerst- en / 802.75 voor het laatstgemelde. Sedert primo April zijn er, om dit in het voorbijgaan aan te merken, zoodra het fatzoen de bleeking heeft toegelaten te volbrengen, weder aanmerkelijke verzendingen gedaan, en dezelve worden, naarmate het linnen gereed en gebleekt is, voortgezet, met inachtneming, dat de infehrijvingen over 1818 worden afgeleverd, alvorens tot die over 1810 ovei- tó gaan.

Blijkens de vorige verantwoording, was er, op 1 April 1819, bij de Sub-Kommisfie een erkend restant ©ver het vorige dienstjaar van ƒ 5,334-66!, hetwelk dus nader moest- verantwoord worden, en ook hiervoor is eene nieuwe kolom ia de tabèl moeten worden gebragt.

Even zoo hebben wij moeten handelen, ten aanzien van hetgeen er wegens het dubieufe faldo en de nonvaleurs van het vorige dienstjaar ingekomen is. De vergelijking dezer kolom met die, welke in den vorigen Staat het du' bieufe faldo en de nonvaleurs vermeldde, zal doen zien, dat er meer dan de helft der dubieufe faldo's ingekomen is, en dat ook onze v'ooronderltelling, dat welligt sommige als nonvaleurs opgegevene posten nog zouden kunnen geïnkasfeerd worden, niet ongegrond geweest is.

De geheeie som, welke door de Sub-Kommisfiën moest worden ontvangen en verantwoord, bedroeg alzoo ƒ93,511.391, en wanneer men daarvan aftrekt de twee katstgemelde objekten, a ƒ 5,334.661 en ƒ 65*-35» wel-

ke,


( 627 >

ke, offclioon in dit dienstjaar ontvangen, tot het vorige benoorden, dan bedroeg het montant over dit dienstjaar ƒ 87,524.38. De vergelijking hiervan met het vorige jaar s 'even her inderdaad boven verwachting gunftig refultaat op van eene vermeerdering van ontvangften, ter iomma van raim / 16,000.00,

Bij de inzage der volgende kolommen blijkt het, even als in den vorigen Staat, hoedanig de Sub-Kommisfiën deze door haar te doene ontvangften. hebben verantwoord.

De onkosten, door de Sub-Kommisliën in rekening gehragt, bedragen ƒ1,332.991; ltaan dus tot den ontvangst in dezelfde evenredigheid ais in het vorige dienstjaar-, en bedragen, te zamen genomen, minder dan de daarvoor, bij befluit onzer Kommisfie van den 5 Augustus 1S19, toegedane 2. pCt., en daarbij moet nog in het opg gehouden worden, dat de som van ƒ239.30, door de Sub-Komauslie te Rotterdam in rekening gebragt, grootendeels geftrekt heeft tot goedmaking der onkosten van de ftraks gemelde aanzienlijke inzameling.

Hoezeer er dus op de som in het algemeen, en ook op de onkosten van iedere Sub-Kommisfie in het bijzonder, geene gegronde aanmerking kan gemaakt worden, heerscht er echter te dezen aanzien tusfehen de Subkommisfiën eene ongelijkheid en onëvearediglieid, welke voor de Kommisfie van Weldadigheid zelve onverklaarbaar is.

De onkosten voor de verzending van Kolonisten bedragen ƒ295.791. Dezelve zijn alle doelmatig aangewend, en hebben zich bepaald tot hetgeen werkelijk nuttig en noodig was. De vermindering dezer onkosten, in vergelijking van het vorige jaar, is voornamelijk

ddar-


C 6a8 )

ddaruit ontftaan, dat vooreerst de Sub-Kommisfiën geene overtollige uitgaaf voor Ideederen gedaan hebben, en ten andere de Permanente Kommisfie al de huisgezinnen, wier route over A;iiflerdam lag, heeft doen addresferen aan den Meer p. j. ameshoff, die de bezorging der expeditie en, voor zoo verre noodig, der huisvesting en voeding wel heeft gelieven op zich te nemen, en daarvoor gerembourfeerd is door mandaten, welke in de uitgaven verantwoord zijn.

De Kommisfie, door UI. in het vorige jaar 'met het onderzoek der verantwoording gechargeerd, heeft den wensch geuit, dat met den dienst van 1820 de uitgaven der Si-ib-Rommisliën voor onkosten en transporten van Kolonisten niet meer van den ontvangst afgetrokken, maar gemandateerd zouden worden. De ondergeteekende heeft als toen - gemeend daarmede te kunnen inftemmen. Sedert, echter, zijn er eenige bedenkingen opgekomen, welke ons het verlangen doen uiten, deswege nader met de door Uk te benoemen Kommisfie in overleg te treden.

Da oninvorderbare kontributiën en giften hebben dit jaar bedragen ƒ2,025.65, en dus omtrent het dubbel van het vorige diens:jaar. Bij de inzage van de kolom, waarin de opgave derzelve vervat is, zal men ontwaren, dat de nonvaleurs, voornamelijk bij enkele Sub-kommisfiën, zijn ontftaan. Veelal is de reden daarvan gelegen in het verkeerde denkbeeld op sommige piaatfen, dat de infehrijving slechts voor ée'n jaar was, en dat ook ^zonder opzegging, het lidmaatfehap bij het eerlte jaar eindigde, indien er geene nieuwe infehrijving geschiedde. In het resfort V Grayenhage bestaat intusfehen deze oorzaak


zaak niet, en echter zijn de nönyaleurs aanmerkelijk, waarvan ' de-voorname oorzaak, te zoeken is in de ver* plaatfing en andere menigvuldige veranderingen in de ambtenaren bij de onderscheidene. Ministeriën. Wanneer rnen echter de som der nonvalcurs vergelijkt met die der kontributiën en giften, dan bedraagt dezelve nog geen veertigfte gedeelte van dezelve, en kan dus niet aanzienlijk genoemd worden.

Bij de vorige rekening hadden sommige Sub-Kom misfiën een voor haar voordeelig, voor de Maatschappij na-

deelig faldo. Ook dit is van den ontvangst gekort

geworden ter som ma van / 295.37». Het minder bedrag dezer som, dan het te veel geremitteerde inden vorigen Staat, ontstaat 1°. uit den post van/ 50.34, dooiden Provincialen Kommandant van Zuid-Brabaiid ge-remittecrd,â–  m welke, bij de verplaatfing van dien Kommandant, bij mandaatâ–  gercmbpurfeerd is, en 2.?.. uit den post van ƒ 184.30., door de,. Permanente Kommislie voor traktement aan Onder-officieren geremitteerd, welke wel boven kontributiën en giften geremiliecr-d was, doch geen nadeelig faldo uitmaakte.

Door -de onderscheidene Sub-kommisfiën is.; vóór den, iflen April 11. gefiort gewordende somma van ƒ 65,362.393, terwijl er op dat tljdftip bij.dezelve beilond een erkend faldo. van ƒ 18,426^79 en dubieus faldo van ƒ 5.930.70.

.Het zal UI. opmerking zeker wekken, dat dnzcffildo's zoo aanmerkelijk die van het vorige jaar te boven gaan. Met leedwezen heeft de Kommislie..van Weldadigheid moeten ondervinden-, dat, oflehoon de, kwitautiën reeds vroeg- aan de Sub-Kommisfien waren toegezonden en eene tweede invordering, niet. onderhevig was aan al die moeyelijkheden, welke bij de eerfte plaats vonden,

zij


C 630 )

zij in hare verwachting, dat de werkzaamheden der Sub-Komrnisfiën ten minde in den loop van het dienstjaar zouden afgedaan worden, en de rekeningen-kourant met primo April zouden inkomen, te leur gefield is geworden. Meer dan de helft der Sub-Kommïsfiën zijn daarin achterlijk gebleven, en de vertragingen zijn in het algemeen zoodanig geweest, dat indien deze ver^ gadering plaats gehad had op het tijdftip, door het Re# glement aangewezen, er eene volftrekte onmogelijkheid tot het formeren der verantwoording zoude befïaan hebben. — Wzf dubléufé'faldo is tot die-hoogte geklommen, doordien sommige Siïb-Komrn'isfiëa. hare werk* zaamhedert ook nu nog niet geheel voibraot hebben,, en andere van de 'dorpen onder -hun arrondisfement geene afrekening hebben kunnen bekomen. ' >ïi:r -

De Sub-Kofrimislie te jfsfen,'te Schoonhoven, te TH* burg, te Vlisfingen en de H>er holtrop hébben'zelfe noch rekening in gezonder!, ' nochâ– " ook eenen. enkelen; penning over dit dienstjaar -gèftort; -ên'lliéttfffecn-asf.de het fluiten van den- Staat zoo. lang mogelijk uitgesteld te geworden, zijn de dringendfte aanichnjvïngen van de Permanente ' Kommisfie, tot op dat tijdftip, zonder vrucht geblëv'en.: Al die sommen hebben dus mede als dubieufe m^'/OT-moeten beschouwd worden..

Men gevoelt intusschen ligtelijk, \velke'nadeelige gevolgen deze traagheid voor de Maatschappij moet hebben. Niet alleen worden de inkomften niet genoten binnen het tijdperk, waarover de uitgaven'moeten beltreden worden, maar de latere invordering vermeerdert noodwendig de nonvaleurs; de dienstjaren geraken in. verwarring, ja, zoo voortgaande, zouden, binnen wei-


C 631 )

nig tijds, de inkomften van een dienstjaar niet 'meer in het volgende ontvangen worden, en daar de Kommisfie van Weldadigheid geene vestiging kan bewerkftelligen zonder de inkomfien te genieten, waaruit dezelve geschieden moet, zoude zij zich genoodzaakt zien, de overneming der Kolonisten in dezelfde evenredigheid en ten aanzien der nalatige Sub-Kommisfiën te verschuiven.

De Kommisfie van Weldadigheid wenscht, dat zij tot dien maatregel niet zal behoeven;te'befluiten,â–  maar dat deze aanftippiug der noodzakelijke gevolgen eener zoodanige vertraging genoegzaam mag zijn-, om de Sub-Kommisfiën te doen gevoelen, van welk belang het is, dat de werkzaamheden van ieder dienstjaaar binnen hetzelve afloopen, en de afrekeningen uiterlijk met bet begin van Maart bij de Permanente Kommisfie inkomen. Zij wil hopen, bij eene volgende gelegenheid, althans niet in de noodzakelijkheid te zijn, Sub-Kommisfiën op te geven, die nog niet geftort en nog geene verantwoording ingezonden hebben., Wij moeten hier echter nog aanmerken, dat, blijkens de kolom van aanmerkingen, tot den aoften Juhj n. s 0p de gezamenlijke restanten is ingekomen ƒ 17,14a.86.

De geheele, door alle; de rubrieken verantwoorde, ontvangst bedraagt ƒ 93,669.70$, en dus ƒ 158.30$ meer dan er verantwoord moest worden, welk: verschil, even als in het vorige dienstjaar, ontftaan is, doordien sommige Sub-kommisfiën iets te veel geremitteerd, of het haar kompeterende faldo van het vorige jaar niet afgetrokken hebben: een en ander is in de laatfte' kolom aangewezen.. / Tot verificatie van deze ontvangften dienen de afzonder.,


C 632 )

derlijke Staten cn Rekeningen-kourant met de nominatieve lijsten, de afrekeningen en verdere bijlagen, alsmede de Maandftaten van de Afdeeling van Financiën, de Rekening-kourant met den Kasiier en de Algemeene Staat van Ontvangften en Uitgaven. Het verband, het doel en de toepasfing van al de verificatoiren is bij de vorige verantwoording aangetoond, en wij meenen ons daartoe te mogen refereren.

Behalve deze ontvangst van ƒ 65,362.39! heeft de Kommisfie van Weldadigheid nog andere objekten van ontvangst gehad, waarmede wij UI. met weinige woorden moeten bekend maken, en welke;,ónder de rekapitu»'latte vermeld (taan.

i°. Heeft de; Kommisfie van Weldadigheid ter betaling van den koopschat van het landgoed 'Weste-rbeelftoot eene geldleening gedaan van ƒ 8o,o©o-.oo, aan UI. uit de

openbare betigten genoegzaam -bekend % boven de betaling van dien koopschat,- onkosten, aanzuivering van renten, enzv., welk een en ander in de volgende verantwoording zal worden opgenomen, is reeds in het afgeloopen dienstjaar uit die "ncgociatie in kas geftort, om tot uit* breiding.der Kolbnuht te dienen \ eene somma van /' 20,500.00.! Eene afzonderlijke 1 rekening zal UI. met

de détails bekend maken, én dezelve wordt geverifieerd door de Rekening-kourant met de Heeren'vlaer en kol.

fl°. Heeft de.Permanente Kommisfie, gelijk UI. mede' uit de openbare berigten bekend is, en overeenkomftig het vorige Verslag der Kommisfie van Weldadigheid, met verschillende Beduren wegens de'-overneming van Wee¬

zen en Huisgezinnen gekontrakteerd, en op die kontrakten eene Negociatie gedaan van ƒ 200,000.00. Uit deze

Ne-


Negociatie is vóór den iften April 1!. ontvangen ge worden ƒ94,000.00, welke mede iri ontvang gebragt zijn, en weike ontvangst door eene afzonderlijke rekening en door de Rekening-kourant vari de Heeiren vlaer ert koL' geverifieerd wordti

3°. Eindelijk heeft de Permanente Kommisfie ëënige Weinige ontvangften van. verschillenden aard gehad, zoo wegens de bestedingsgelden vari twee in de Kolohiëri gepl'iatlie kinderen, als wegens aanvankelijke.betaling Van huur door enkele Kolonisten en verdere kleinigheden, te zamen bedragende / 28,225.00, welke mede door eene afzonderlijke rekening zijn verantwoord;

De gezamenlijke ontvangften voor het tweede dienstjaar bedragen alzöo ƒ 180,144.641, welke som volmaakt övereenftemt met de.' Maandftaten der Afdeeling van Financiën ï, de Rekening-kourant van den Kasfier; en deri Algemeenen Staat Vart Ontvangften en Uitgaven.

Tegen deze ontvangst staat nu over de uitgave in liet afgeloopen dienstjaar, gedaan tersommavanƒ 15-1,018.09, waarvan de gekreëerdë mandaten ^ in het eerfte gedeelte van den Staat vermeld, bedragen/151,748.09, ëri dë overige ƒ 300.00 het faldo uitmaken, door de Maatschappij aan den Heer j. van öen Boscti verschuldigd. De Direkteür', echter, had op den iften April 11. van de iaatfie aan Zijü Ed. Geilt, order voor dagelijksche uitgaven gekreëerdë Mandaten nog in kasfa ƒ 5,185. t5|i zoodat de wezenlijk gedane uitgave bedragen heeft ƒ 146,862.931.

De juistheid der opgave van gekreëerdë mandat-n blijkt wederom uit de Maandftaten, de Rekening Van deri Kasfier, den Algemeenen Staat van Ontvangften en Uitga-

pe star, 1820, N°. IX. Vv veni


. ( 634 )

ven, en uit de Mandaten zelve, zoo modél i als modél 3.

De zoo even opgegevene uitgave heeft geftrekt, zoo voor de nog noodzakelijke volmaking van de Kolonie N". 1, als tot daarftelling van de Kolonie N°. 2 van een gelijk getal huisgezinnen, en tot aanvankelijke betalingen voor de Kolonie N°. 3, welke een dubbel getal gebouwen bevat.

De uitgaven zijn gefplitst in dezelfde hoofdrubrieken als het vorige jaar, en wij hebben ftraks reeds de redenen opgegeven, welke ons weêrhouden hebben, daarin voor dit jaar eenige verandering te maken.

De flotsommen dezer afdcelïngen, Mj elkander gevoegd, zullen bevonden worden, een met de te verantwoorden gelden gelijkilaand montant uit te maken.

De Mandaten ten behoeve van den Direkteur hebben aanhoudend moeten loopen over al de onderwerpen van uitgaaf, en zijn dus niet anders kunnen gekreëerd worden, dan voor dagelijksche uitgaven. Hierdoor is wederom, even als in de vorige verantwoording, eene fpecifikatte en fplitfing aan den voet van den Staat noodzakelijk

geworden. De Heer j. van den bosch heeft een- en

andermaal, zich in de Koloniën bevindende, gelden aan den Direkteur ter hand gefield. Deze sommen zijn door Mandaten gcrcmbourfcerd, en dus konden ook deze mandaten niet onder de rubrieken gebragt worden, maar zijn begrepen in de posten, in iedere rubriek verantwoord, uit de rekening van den Direkteur, die de gelden van den Heer j. van den bosch in ontvang genomen en verantwoord heeft. Ook dit is onder aan den Staat aangewezen.

Bij


( '^35 )

Bü de Permanente Kommisfie hebben eindelijk uitgaven van verfcrullenden aard plaats gehad, wegens maakloonen van kleederen en huisraad, vrachten en reisgelden, aankoop van pootaardappelen en andere uitschotten van Allerlei aard- Het Medelid faber van riemsdijk is hiermede belast geweest, en hij is gerembourfecrd doop Mandaten, waaromtrent eene fplitfing, even'als van die van den Direlueur, is noodzakelijk geweest.

De gedane uitgaven zoowel ais de juistheid der fplitfing worden aangetoond en bewezen door de rekeningen en verantwoordingen, maandelijks door den Direkteur ingezonden, door de Rekening-kourant, met hem gehouden, en door de daartoe behoorende verificatoiren. De Mandaten, order j. van den bosch en faber van riemsdijk, worden verantwoord bij Rekeningen-kourant, met daartoe relatieve verificatoiren en kwitantiën.

Omtrent de afzonderlijke rubrieken, zij het der Kommisfie van Weldadigheid nog vergund, de volgende aanmerkingen en ophelderingen mede te detien.

Onder de rubriek van gebouwen zijn begrepen niet alleen twee posten tot afbetaling van de huizen in Kolonie N". i, maar ook nog omtrent ƒ 10,000.00 wegens fciiuren in die Kolonie, voorts'betalingen wegens aannemingspenningen van de gebouwen in Kolonie N°. 2, en ƒ 10,000.00 wegens voorschot op de aannemingspenningen van Kolonie N°. 3.

Het ftrekt der Kommisfie van Weldadigheid tot geen gering genoegen, hierbij te kunnen aanmerken, dat hare bij vorige gelegenheid gegevene verzekering, dat de gebouwen in volgende Koloniën minder zouden kosten, dan daarvoor in de Kolonie N°. 1 besteed heeft moeten Vv 2 wrjr-


( W )

worden, zoodanig is bewaarheid geworden, dat de gS* bouwen in Kolonie N°. 2 flechts gekost hebbes ƒ 27,000.00, terwijl de bijzondere omftandigheden, in ons vorig Verslag vermeld, dat obiekt van uitgave voof Kolonie N°. 1 hebben doen klimmen tot meer dan / 43,000.00. De gebouwen in de Kolonie N°. 3 züHea in evenredigheid niet meer kosten dan die' in Kolonie N°. 2, en voor volgende Koloniën geeft het aanleggen cener eigene lteenbakkerij een gunftig uitzigt op merkelijke vermindering, ongerekend nog het voordeel, van de arbeidsloonen der lteenbakkerij en daartoe noodige turffielterij, door de Kolonisten zelve te kunnen laten verdienen.

De posten, in de rubriek van huisraad, voorkomende, hebben geftrekt bijna geheel voor Kolonie N°. 2, en - voor een klein gedeelte voor de aanvulling van het magazijn van Kolonie N°. 1.

Wij behoeven omtrent deze rubriek flechts aan te merken, dat eenige weinige objekten nog kleine verminderingen van prijzen hebben ondergaan, en dat het totaal der uitgaven minder bedragen heeft dan voor de Kolonie N°. 1, voornamelijk, wijl tot beddezakken, enzv. gedeeltelijk is gebezigd geworden linnen, in de Koloniën zelve vervaardigd, en hetwelk niet van genoegzame rijnte was, om voor de inteekening afgeleverd te kunnen worden.

Het betaalde voor kleeding heeft tot dezelfde einden geftrekt; de maakloonen echter voor de kleeding van Kolonie M°. %, zijn voor een gedeelte onder den laaiften post begrepen.

Het magazijn van Kolonie JNP. 1 is aangelegd, om

de


C 637 )

de Kolonisten in staat te flrellen, des verkiezende, op eene min kostbare wijze, uit hetzelve het benoodigdevan huisraad en kleeding aan te koopen.

Het minder bedrag der uitgave voor kleeding dan in het vorige jaar, niettegen(taande de ftorting in het magazijn, is voornamelijk toe te schrijven aan het gebruik, dat men gemaakt heeft voor de geheeie bovenklceding der vrouwen van het in de Kolonie vervaardigde voerlaken.

Eenige weinige objekten hebben ook eene geringe vermindering van prijzen kunnen ondergaan.

Het rubriek van grondontginning bevat de uitgaven, welke daarvoor, zoo ten aanzien der bemesting als bezaaijing, in het vorige voorjaar, in de Kolonie N°. 1 hebben moeten gedaan worden, de geheeie bewerking in liet afgeloopen dienstjaar in Kolonie Np. 2 verrigt, cn, eindelijk, eene zeer aanzienlijke uitgave van ongeveer ƒ 20,000.00 in het vroege voorjaar, en voornamelijk in de maand Maart, voor de ontginning, in de Kolonie N°. 3 gedaan.

De uitgaven voor de spinnerij hebben geftrekt voor Kolonie Na. 1 en 2. Dezelve bedragen veel meer dan in het vorige jaar, uit hoofde niet alleen van het grooter getal Kolonisten, maar ook van de betalingen van weefloonen, zoo van linnen als voerlaken, de verwloonen van het laatfte, de gedane betaling van reeds vroeger aangekochte wol, enzv.

De bureaukosten en traktementen bedragen het dubbel van die, in de vorige rekening vermeld.

Wanneer men echter daarvan aftrekt de som van / 1,875.00, aan den Direkteur, op het-door UI. vooryv 3 ge-


C 638 )

gefielde dedommagement, uitbetaald, — wanneer men voorts in bet oog houdt (hetgeen bij deze verantwoording in het algemeen moet worden opgemerkt), dat deze rekening loopt over een geheel jaar, en de vorige flechts over een gedeelte van zoodanig tijdperk, dat de vermeerdering van werkzaamheden eene vermeerdering van traktement aan sommige geëmployeerden noodzakelijk gemaakt heeft, en dat hieronder mede begrepen zijn de zoo aanzienlijke briefporten, de schrijf behoeften, vuur, licht en huur van het bureau, dan zal men zich ligtelijk van de geringheid der som overtuigen.

Hierbij moeten wij nog voegen, dat het Tijdschrift de Star, waarvan de kosten van reJaltic onder deze rubriek mede begrepen zijn, in het afgeloopene jaar een zuiver voordeel van ƒ 3,300.00 voor de Maatschappij heeft opgeleverd, welke som, in de volgende r.kenhig (wijl dezelve na i°. April ontvangen is) te verantwoorden, dus eigenlijk van dit rubriek zoude moeten warden afgetrokken, om de ware kosten te bepalen, die daardoor verminderd worden op ƒ 3,200.00.

Ten aanzien -van het rubriek van ver(chillende algemeene uitgaven, moeten wij aanmerken, dat onder de voorname oorzaken, waardoor hetzelve zoo hoog geklommen is, moeten geteld worden: 1°. De onkosten aan het uitdiepen en bevaarbaar maken van de Scheepsgoot hefteed, welke; onkosten zoowel voor de Kolonie N°. 2, als voor de verdere Koloniën, â–  welke de Kommisfie. van Weldadigheid voornemens is in die (trekking aan te leggen, van het grootfte nut zijn: voor een aanzienlijk gedeelte zijn deze werkloonen door de Kolonisten zelve verdiend. z°- De tweede oorzaak & de noodzakelijk-


( gat )

lijkheid, om de betalingen wegens spin- en veldarbeid, aan de Kolonisten gedaan, onder dit rubriek te brengen. De afzonderlijke verantwoording op de rubrieken spinnerij en grondontginning was onmogelijk, wijl gedurende de eerde, maanden van bet dienstjaar de levensmiddelen nog door de Maatschappij aangekocht en door haar aan de Kolonisten verdrekt zijn., terwijl alleen het meerder bedrag van den spin. en veldarbeid uitbetaald is geworden.

De niewtwe inHgtjng dtr kompabilitdt zal bij de volgende verantwoording gelegenheid geven, om deze.moeijelijkheid te Vermijden..... -:»

Eindelijk zijn in deze rubriek begrepen eenige proportioneele 'registratieregten van nadere aankoopen van gronden, waarvoor, naar aanleieiing van Z. gundige dispofitiën, rcslimtie gevraagd zal kunnen wordtn. "

Het rubriek van levensmiddelen vereischt, na de zoo even gemaakte aanmerking, geene nadere opheldering.

Ter gemakkelijker verificatie der alzoo in afdcelingen gefplithe uirgave, heeft de Kommisfie wederom van ieder eene afzonderlijke rekening doen formeren, en behalve de Mandaten, die, bJio-rluk gekwiteerd, eene volgens de inflriikiiën genoegzame, verificatie zouden opleveren, daarbij wederom de kwiiauuën en verificatoiren, even als bij de vorige verantwoording, gevoegd.

De geheeie verantwoording, welke bij deze aan UI. wordt aangeboden, bevat alzoo eenen ontvang van ƒ180,144.64? en eene uitgave van ƒ151,748.09, en levert derhalve op een voordeelig faldo Van ƒ28,396.553. En â–  wanneer men nu van die som aftrekt het nadeeiige faldo van dé vorige rekening, a ƒ 9,433-77*, dan verkrijgt men op 1 April 1820 een voordeelig faldo van V v 4 ƒ 18,962.78$,


£ 64° )

ƒ18,962.781, hetwelk ook volmaakt overeenftemt met de Rekening-kourant van den Kaslier, met den Algemeenen Staat van Ontvangften en Uitgaven, en met de Maandftaten van de Afdeeling van Financiën.

Wij achten hiermede de verantwoording, zoo wat den pntvangst als de uitgave betreft, genoegzaam opgehelderd. Mogt daarin eenige onnaauwkeurigheid of duisterheid ontdekt worden, die ons ontfnapt is, het zal ons een aan* gename pligt zijn, dezelve te verbeteren en op te helderen. De goedkeuring dezer Kommisfie op onze verantwoording zal ons eene wezenlijke zelfsvoldoening verschaffen, en de natie met verdubbeld vertrouwen de behulpzame hand aan onze Maatschappij doen bieden.

Eenige weinige aanmerkingen en opgaven voegen wij pog bij dit Rapport.

De Permanente Kommisfie is, tot meerder gemak eii juistheid, van voornemen, den vorm far-mminalm'e lijsten yoor lidmaatfcbap, giften en linnen, alsmede de lijsten der jaariijkfebe mutatiën, in te rigten volgens de neyensgaande modéllen.,

De yerdienften der Kolonisten, op welker opgave, de Kommisfie van Toevoorzigt, bij hare vorige bijeenkomst:, prijs gefield heeft, hebben, gedurende het jaar, geëindigd rnet ultimo Maart 1820, bedragen:

Veldarbeid. SpinarbeicJ. ffqlqnie N?.' 1..... ƒ 7,017.32. ƒ 6,726.83. -—— N°. 2. :.,.;â– >:..«., 392-54- ' 418.76$. — N°.?..... i. % * 9-82.

ƒ 7,409.86. /7,i55»4iiZoo-.


Zoodat door veldarbeid, (buiten hunne eigene grom den) en door spinarbeid, niet minder dan ƒ 14,500.00 van de gedane uitgaven door de Kolonisten zelve verdiend en door hen genoten is, hetzij in gtld, hetzij in levensmiddelen, hetzij door afichrijving op hunne schuld.

Door de Kolonisten, in de Kolonie N". 1, is binnen het jaar, na hunne vestiging, op hunne schuld door de

-gemelde afschrijvingen afgedaan ongeveer y 1,017.44. De juistheid van deze beide opgaven kan blijken uit

â– de Rekeningen-kourant, met ieder huisgezin-gehouden, welke wij de eer hebben almede over te leggen.

De bezittingen van de.Maatschappij waren op den jfton April. 11. vermeerderd met de gebouwen van

, nieN9. 2 en "een gedeelte van Kolonie N°. 3; de gronden

..van Kolonie N°. 2 hadden door de kuituur eene aanzienlijke.vermeerdering van waarde verkregen; de gronden van de Kolonie N°. 3 werden ontgonnen. Kolonie N°. % is,.even als N°. 1, aangelegd op den grond van WesterbetkfiQQt, waarvan,de koopprijs in dit jaar is afbetaald geworden; Kolonie N°. 3 is aangelegd gedeeltelijk op.de Steenwij kcrwQuder-heide en gedeeltelijk op de HalIe; beide perceelen, welke, benevens nog eenige andere,

.gedurende het afgeloopen jaar, door affland en aankoop

1 verkregen zijn, en waarvan bij de volgende verantwoording nader zal gesproken worden. Eindelijk waren de

, bezittingen der Maatschappij in vaste goederen vermeerderd door den afftand in, vruchtgebruik van de Ommer.

â–  schans, welke gereed gemaakt werd, om aldaar eene Kolonie van bedelaars, bij wijze van proeve, aan te leggen, voor welke proeve de noodige verdere maatregeltal genomen waren.

Vv 5 Ein-


C 64a )

Eindelijk zij het ons vergund op te merken, dat de fabrijkmatige arbeid tot i°. April 1820 heeft uitgeleverd ruim 10,000 ellen voerlaken, welke, niet hooger dan 14 ft. per el gerekend, eene waarde hadden van ruim ƒ7,000.00, terwijl nog ruim 8,oco ellen, gedeeltelijk reeds geweven, gedeeltelijk als garen voorhanden was, waarvan alleen nog weef- of verwloonen moesten betaald worden, en welke dus, op 10 li. per el gerekend, eene waarde van ƒ 4,000.00 hadden, welke geheeie quantiteh voerlaken gedeeltelijk voor de kleeding van Kolonie N°. 2 en 3 gebruikt is, gedeeltelijk bij voortduring verwerkt wordt; dat aan linnen, berialve de in de rekening verantwoorde hoeveelheid, ter waards van ƒ 4, 300.00, nog na. dien tijd verzonden is ongeveer 4,000 ellen, uitmakende eene waarde van ƒ 2,800.00; dat, tot eigen gebruik, gebezigd zijn 1300 ellen, welke, tot 7 ft. per el, ongeveer ƒ 500.00 waarde hebben, en dat, eindelijk, zoo bij de Armeninrigting alhier, als in de Koloniën, voorhanden was 3,000 ellen linnen en 4,000 ponden garen, welke, met inachtneming van daarvan nog te belleden weef- en bleeklocnen., gewis op eene waarde van ƒ 3,000.00 mogen berekend worden. Wanneer men nu deze sommen b'rjeentrekt, verkrijgt men voor het provenu van den fabrijkmatigen arbeid (waarvan aankoop en arbeidsloonen in uitgaaf verantwoord zijn) eene somma van ƒ21,600.00, bij welke nog gevoegd moet worden de waarde der voorhanden zijnde ongefponnen wol, vlas en fnuit, welke mede niet onaanzienlijk was,,n geTustelijk op eene waarde van ƒ 4,000.00 mag gefield

worden, zoodat het geheel een montant van ƒ255600.00, oplevert. Dit nu wederom vergeleken niet de geheeie

uit-


( 643 )

uitgave voor de spinnerii, in deze en in de vorige rekening, en met de door de Kolonisten verdiende spinloonen in beide jaren, levert het guiulige refultaat pp, dat reeds van den aanvang af de fabrijkmatige arbeid zonder verlies heeft kunnen daargefteld worden, daar alle die uitgaven slechts even / 26,000.00 bedragen hebben.

Wij kunnen dus ook te dien aanzien dit Verüag met de gunftigfte vooruitzigten eindigen.

Van wege dè Permanente Kommisfie.

(fitteeketid) j. c. faber van riemsdijk.

ver-


C °*44 )

VERSLAG DER AFDEELING VAN KORRESPONDENTIE.

Mijne Heeren / Leden der Kommisfie van Weldadigheid!

"Valt het den waren raenschenvriend pijnlijk, zijne belangelooze pogingen, die hij ter verbetering van het lot zijner verarmde Natuurgenooten onvermoeid in het werk Helt, door kleingeestige Egoïsten op allerlei wijzen te zien tegerdlreven: veel grooter echter moet, van den anderen kant, het genoegen zijn, hetwelk hem door de allengs toenemende goedkeuring, van mannen wordt aangeboden, wier kunde en regtfehapenheid bij het beste deel der Natie met regt op- hoogen prijs daan. Dit genoegen moet nog aanmerkelijk rijzen, naar mate niet alleen die goedkeuring door dadelijk hulpbetoon en krachtige aanmoediging duidelijk spreekt, maar ook naar mate het getal dier edele begunftigers van tijd tot tijd vermeerdert, en zich tot de Naburen zelfs buiten 's Lands verder en verder uiturekt.

Dat gedeelte Uwer Kommisfie, hetwelk gij, mijne Heeren! met de Korrespondentie belast hebt, en in welks naam ik thans wederom de eer heb te spreken, twijfelt geenszins, of beide deze foorten van 'tegenibrijdige aandoeningen zullen door Ulieden allen, federt de laatfte algemeens vergadering, meermalen zijn ondervoeden,

«w "., ' Ik


C % 5

tk zal mij intiisschen wel Wachten 4 dé eetsfgëmelde? foort van aandoeningen — de onzaliglle voorzeker, dies den menfehenvriend kunnen bejegenen — in dezen oogenblik bij Ü te verlevendigen. Neen! ik naaste mij veeleer, om die vrolijke aandoeningen bij U te vernieuwen j welke en uit de eigene bewustheid Van wèl te doen, en uit de goedkeuring van zulke braven omspruiten, die tevens bevoegde beoordeelaars Van Uwen arbeid zijn.

Ik zal tot dit einde flechts noodig hebben, U, mijne Heeren! een kort overzigt aan te bieden van de voornaamfte Stukken, welke, federt de maand April des naastvorïgen jaars, den inhoud der Korrespondentie Uwer Kommisfie, zoo binneri als buiten 's Lands, hebben uitgemaakt. Ik herzegge, van de voornaam/ie Stukken i want, wilde ik al de brieven, federt dien tijd door Uwe Kommisfie met onderscheidene personen en korporatiën gewisfeld, een' voor een', doorloopen, gewis, ik zoude Uwe aandacht afmatten en vervelen, naardien het getal der ingekomene en uitgegane Stukken het reeds zeer groot getal des vorigen jaars nog aanmerkelijk te boven gaat.

Met weinige dan, en flechts zoo veel als genoegzaam sal wezen, om U met vreugde het belang te doen opmerken, hetwelk vele voortreffelijke mannen ftellen in den bloei en de uitbreiding onzer menschlievende Maatschappij! En het is deze belangftelling, welke, bij inboorlingen en vreemden zoo sterk aangewakkerd, met woorden, en vooral met daden, op eene zoo krachtige en edelmoedige wijze bewezen, ons meer dan genoegzaam kan ontschadigen, bij het fmartelijk gevoel der tegenkantingen van die ellendelingen, welke, even gelijk het gewormte, wanneer zij den welig opgroeijenden

vrucht-


C 646 )

vruchtbaren ftam niet aan het kwijnen kunnen brengen, aan deszelfs wortels gaan knagen, ten einde er den verderen bloei van te verwoesten.

Was er ooit een tijd, waarin, zoo elders in Europa als bij ons, de (laat van het Armen-wezen grondigüjk onderzocht, de oorzaken der armoede eh de geneesmidde.en derzelve diep werden opgefpoord, het is in onze dag n. Men weet, wat hierover bij ons, behalve in een daartoe opzettelijk ingerigt Magazijn, van tijd tot tijd in het Ti'dschrift de Star is aangemerkt. Vele bijzondere personen hebben mede hunne aandacht op dit gewigtig (luk gevestigd, en de llotsommen hunner overdenkingen aan het Publiek medegedeeld. Zoo zond, onder anderen, de Heer l. boon, te Alphen, in.April des verledenen jaars, bij de Permanente Kommisfie eene verhandeling in, welker titel was: Qverzigt van den Staat der armoede in Nederland: welke verhandeling door haar erkentelijk aangenomen en in het archief geplaatst is.

I iet niet minder erkentenis ontving de Kommisfie, en ontvangt zij nog fuccesfivelijk, van de Heeren wüissenbruch en somerhausem te B usfel, eenige exemplaren van het Journal- Gé., ér al des Pays-Bas, waarin de inhoud der voornaarofte Stukken, welke onze Maatichappij van tijd tot tijd in het licht geeft, bij wijze van Uittrek* fel, in het Fransch wordt medegedeeld. Ook hebben gemelde Heeren de beleefdheid gehad, ons een zeker getal exemplaren van het in het Fransch vertaald Algemeen Reglement onzer Maatschappij van Weldadigheid ten geschenke aan te bieden: een geschenk, ons des te aangenamer, naar mate de omgang met vreemdelingen alhier in de Refidentie ons de behoefte aan zulk eene vertaling krachtiger doet gevoelen.

Zou-


C 647 )

Zoude, heeft men gevraagd, ie Bijenteelt niet mede als een bijkomend middel van bestaan in de Koloniën der Maatschappij kunnen worden beproefd? De wakkere g. van der eyk, te Schipluiden, was van dat begrip. Vol 1 ver voor de belangen derzelve, vervaardigde hij een' pyramidalen Bijenkorf met opzeifels, bood dien aan Z. K. H. Prins frederik, als Hoofd onzer Maatschappij, aan; en zond, eenige dagen daarna, bij de Permanente Kommisfie eene ontwikkeling in van de nuttigheid zijns op gezegde wijze zamengeftelden. Bijenkorfs. Met erkentenis werd dit geschenk aangenomen, ten einde daarmede, eerst op Zorgylicd, onder opzigt van deszelfs tegenwoordigen bewoner, den i-Jeer Generaal-Majoor van den bosch, proeven te nemen, en, deze proeven wèl Hagende, de B ënteelt in de eertte Kolonie, Frederiks-oord, en vervolgens in de overige, als eene nieuwe winstgevende trafiek te vestigen: waaromtrent Uwe Kommisfie eerlang nader zal befluiten.

Omtrent den Landbouw werden ons, van tijd tot tijd, verscheidene waarin mingen toegezonden. Een ongenoemde, bij voorbeeld, zond ons, in het begin van den verleden' zomer, de opgave van een nieuw middel tegen den brand in de tarwe. De verdienftelijke Heer visser, Predikant te Tsbrechtum, gaf ons een klein geschrift van wijlen den Predikant nieuwold, over de kuituur van heidegronden, benevens een Schoolboekje van denzelfden zeer geachten Schrijver, ten gebruike van de kinderen onzer Kolonisten in de fenolen.

Anderen trachtten ons op andere wijzen dienst te doen. â–  Zoo leverde de Heer l. vintcent, 'm 'sllage, een plan in van belasting der zoogenoemde Staten-Lote-


e 0 j

rij, ten behoeve van het fonds der Maatschappn; kóft daarna voegde bij nog daarbij eene Memorie, tot öplosfiug eer bedenkingen tegen dit plan. Het een en ander beeft Uwe Kommisfie gëöörd^eJd - aan het Gouvernement ter heoordeeïing eerbiediglijk te moeten onderwerpen. Ons honorair Medelid, de Heer m. sïderiuS, zond ons, verleden' zomer, een berigt wegens eene waterpasftng, tot aanleg eener vaart van Freilerils-oord tot Oudcmarkt $ 1 met drie daartoe behoorende ophelderingen en een topographiich kaartje. Met alle dankzegging werd ook dtt geschenk door de Kommisfie Ontvangen, óm daarvan door den tijd een nuttig gebruik te maken.

Zoo worden, Mijne Heeren! de belangen der Maatschappij, op allerlei wijzen, door onderscheidene personen en korporatiën bevorderd. Zal Ik hier spreken van de pogingen veler brave Geestelijken, ter bekendmakingen aanprijzing van dezelve, door bet in druk geven hun-'. ner Leerredenen, tot dat einde ingerrgt, en aan ons toegezonden? aangaande sommigen van welke reeds irt de Star, van tijd tot tijd, verterende melding gedaan is? Zal' ik al de Dichtilukkën, vermelden, door welke vJe-ri onzer Welmeenende Landgenooten, zoo' bier in 'sHagc als elders, hunne goedkeuring omtrent den aard, het doel en de werkzaamheden onzer koloniale inrigtingerf hebben aan den dag gelegd, en de bevordering van dérwelver belangen ernftig aangeprezen? Titans is her. reeds een jaar geleden, dat de Heer OoiiKÈNS, van Groningen, ons een twaalftal gedrukte exemplaren van Gedichten zond, tot lof en ter aanprijzing onzer Maatschappij vervaardigd, en aldaar uitgesproken in bet plaatfèlijk Departement van die hoogst-verdienftelijke Maat-

schap-


( 649 )

ïdiappij, aan welke ook de onze zeer veel vcrpligting â– heeft. Ik bedoel de vermaarde -Maatschappij: Tot Nat van 'j Algemeen, op welke ons Vaderland, meer nog dan op eenig ander zijner velé Genootfehappen, roem mag dragen. Her is die Maatschappij, welke, van hét hoog en duurzaam belang der onze volkomen!ijk overtuigd, Onze pogingen, zoo veel in haar is, onderfteunt \ ten blijke waarvan ïk hier alleen zal zeggen, dit zij, in het begin dezes jaarsons een volledig exemplaar vari ai de, door haar uitgegevens, Werken fedelmoediglijk ten geiehenke heeft..gezonden, om die onder onze Kolonisten uitte dcelen; waarvan wij dan ook terftond, ten beste van hen en hunne kinderen, een dankbaar gebruik gemaakt hebben, en verder maken zullen, daar wij hiertoe,, door bet zeer verpligtend aanbod, om.vervolgens nog meer, ja zoo veel ons noodig is - te zenden, ons gelukkiglijk in staat gefield vinden... y â– â– .

Wat wijders geldelijke onderfteuningen aanbelangt, ook in dit opzigt gevoelen wij ons aan de milde liefdadigheid vari velen onzer gegoede Medeburgers ten hoogde vërpligt. Van tijd tot tijd zijn er in het Maaridschrift: de ^/- buitengewone giften aangekondigd, welke Üwë Kommisfie, zoo van bekende als onbekende gevers, voor dé Maatschappij ontvangen heeft. Ook is aldaar dankbare melding gedaan van het aangenaam berigt, ons doof dë Amfterdamschc Sub-Kommisfie in dé maand Maart dezes jaars toegezonden, dat namelijk.wijlen de Heer j: van des »osch, të Jmfierdam in het begin van dit jaar Overleden, ónze Maatschappij y<m Weldadigheid â– , na aftrek van onderscheidene legaten, voor een vierde gedeelte tot erfgename jijnër nalatenfehap had aangëdeld; gelijk uit de daarbij

m Star, i8aö, N5.- IX» Xx gë*


( 6> >

gevoegde kopij vair'smans testament bleek; ter inkasfeering van welke, zeker niét onaanzienlijke, erfportie op &n bettemden tijd Uwe Kommisfie de noodige maatregelen hesft genomen. - En hier, mijne Heeren! is het de plaats, om eene nieuwe proeve van onlangs ondervondene edelmoedigheid en begunftiging onzer belangen te vermelden, hebbende de -Heeren1 Executeuren en Erfgenamen van den ons, helaas! nog te vroeg ontvallen' Ridder van kinsbergen, aan de Kommisfie doen weten, dat zij f om te voldoen aan het hun genoegzaam bekend oogmerk van dien edelen fflcnsch en vriend, (oïfehoon daaromtrent in 's mans testament niets bepaald was) zullen voortgaan met de jaarlijksche uitkcermg van bet door-denselven,aan de Maatschappij besproken legaat.

Van zoo vele zijden dan, en zoo krachtdadiglijk onderfteund, kan het niet ' misfen y of; onze Maatschappij moet, onder de hooge begunftiging van onzen geeerbiedigden Koning en de geheeie Vorftelijke Familie, in bloei en uitgeftrektheid op de zigtbaarfte wijze toenemen. En dit is ook werkelijk het geval. In en West spreidt zij welig hare takken uit. Niet flechts in meest al de Provinciën Van ons Rijk, maar ook in onze Overzeesche Koloniën, en buiten 's Lands, zelfs in Noor cl-Amerika, mogen wij ons verheugen, thans werkelijk een aantal van 136 honoraire, en van 94' korresfonderende, Leden te bezitten, allen bezield met den besten wil, om in allerlei opzigten ijverig mede- te werken ter uitbreiding onzer Maatschappij: mannen, waaronder niet weinige1 achtbaar dooi- hunnen Rand, en vooral ook door hunne verkregen; kundigheden in het aangelegen vak van Staatshuishoudkunde, èh daardoor in {laat, om ons in vele opzigten van nut te -;g. XA. t---1 '.-Ir. ft Zgfyi,


( 651 )

zijn. Gij herinnert u misschien, mijne'_Heefen! hei.in de Slar medegedesld uittrekfel pit liet Register der handelingen en hefluiten van den Heer Gouverneur van Neêrlands Judië, wegens de vestiging der Maatschappij, aldaar, en het aanprijzend berigt van de Hoofdkommisfie te. Batavia, Gij weet, hoe de bmtenlandlche papieren voortgaan, van onze inrigting en.koloniale werkzas.mrje* den de loffelijkfte melding te maken, en hoe de berigten â– aangaande  den; inderdaad ver^azenden.-voprfpoed onzer Maatschappij, van tijd tot tijd dn het Journal' Génóral des Pap-Bas. geplaatst, door meer clan één FraWch Dagblad worden,overgenomen,,, ten..ein.de die volken van Europa, -bij wie de..armoede niet minder groot is.dan bij' ons, tüdighjk.wakker.,tc..maken, en tot naijver en navolging van ons kolonifatie-ftelfel,..<$A te.wekken. In welk opzigt mede zeer belangrijk is hctgene, betrekkelijk onze Maatschappij en hare werkzaamheden, in twee noiumers

het Hanoversches Magaz!,n van December 1819 gelezen wordt, hetwelk, schoon met eenige. bekorting, in de Beriinische Nachric/itfa,. van  15 Japjuarij; i8ao is over-

..genomen.;-:...!....,

Ook buitenlandsche Goüvernernenten gaan voort belang te ftetien-.in de kennisneming.van den aard en de. inrigting. onzer Maatschappij. Nog.onlangs was.. Uwe.. Kommisfie-.in de^aangename verpligting, om. aan.de^mxfischc -Legatiej&gft. ^xeinplaar van alle onze Wetteh en Organieke Stukken te bezorgen -, welker, vertaling een man van kunde, en -Tang. uit het zuidelijk gedeelte onzes Rijks wel heeft wijlen op..zich.nemen...Voorts blijft onze. korrespondentie -met. verieheidene.vreemdelingen aanhouden, als- met de..Heerpn... owen en..saundkrs, in En-geland, met- den Heer sc,nwtACHAtxsEN,T, |g Berchctte.ma den Xx? " Ba-


C 650 v

Baron iawaetz, te Ahona: welke laatstgenoemde, zrjö* dc een zeer kundig Staats-Oekonomist, aan Uwe Kommisfie verfclïeidene inlichtingen gevraagd, en daarenboven verzocht heeft,- om, indien het mogelijk ware, een' persoon, of wel eene familie, ter onderrigting zijnet Landgenooten te willen overzenden, ten einde dan daarna eene " voordragt ter kolonifatie aan het Decnsch Gouvernement te doen.

Zoo verspreidt zich dc kennis onzer iilftellingen gaande weg over Europa; en het is ter bevordering van dit nut-

' tig doel, dat Uwe Kommisfie het noodig geacht heeft, niet alleen eene Verzameling uit te geven van de Wetten cn Organieke Bepalingen, door de Maatschappij van tijd tot tijd vastgefteld, en die Verzameling hierna te vervolgen maar ook dat Uwe Kommisfie heeft belloten, eene Fransche vertaling van dien bundel, ten dienfte der Buitenlanders, inzonderheid ten dienfte onzer Belgische Broederen,.

" bij de vestiging van Koloniën, ook in hunne oorden, te doen bezorgen.

" Voorts, mijne Heerert! onze kweekefing te Hofwijl gaat voort, van de lesfen des Heeren fellenberg een leerzaam gebruik te maken en zich geschikt te gedragen. Bijde laatfïe militaire loting, in welke hij viel, behaagde het aan Z.:M., onzen geëerbtedigden Koning, goedgunftiglijk te verklaren, dat hij, een dienstpligtig nommer trekkende, met verlof afwezig zoude gefield worden. [Zie verders het Naschrift, hieronder.]

Wat het vertier van ons Tijtlfehrift de Star betreft,

"hetzelve is, federt ons laatfte Verslag, zoo voordeelig geweest, dat, in weerwil van het pktatfen veler Tabellen, het bijvoegen van praatjes, en het te boven gaan der bepaalde vijf drukblnden voor ieder nommer, Waardoor 'aan-

mer-


< 653 )

merkelijke buitengewone uitgaven veroorzaakt zijn, —dat, zegge ik, in weerwil hiervan, een groot gedeelte der bureaukosten daaruit heeft kunnen bedreden worden. Het is waar,.eenige inteekenaars zijn in dit jaar uitgevallen: doch-, daar, van.andere kanten, vooral in de Koloniën, het debiet aanwint, zal het verschil met het vorige jaar zeer gering zijn. Ook zal de Redaktie zich beijveren, om den inhoud al meer en meer. belangrijk te maken.

Eindelijk zoude ik hier nog kunnen spreken van onze zeer uitgeitrekte korrespondentie met verscheidene Armbesturen, Weesm eesteren, en andere persouen, wegens het indeelen van kinderen in de Koloniën, of ook wegens het plaatfen van â–  huisgezinnen, bij welke kinderen kunnen worden ingedeeld. Doch, dewijl van het een en ander, hiertoe betrekkelijk, door de Permanente Kommisfie aan de Kommisfie van Toevoorzigt op morgen verllag zal gedaan, en dat Verslag in de Star zal medegedeeld worden,, meen ik voegzaam hiervan thans te kunnen zwijgen. Tevens vertrouw ik, dat gij, M. H.! uit hetgene ik heb aangeftipt, met genoegen zult ontwaard hebben, dat de korrespondentie Uwer Kommisfie geenszins verflaauwd, maar integendeel vermeerderd is, en dat derhalve de belangftelling van vele voortreffelijke mannen in den bloei en de uitbreiding der Maatschappij van Weldadigheid, in weerwil der tegenkantingen van sommige onedele zielen, aanmerkelijk is toegenomen, en nog dagelijks vermeerdert. Van wege de Af deeling van Korrespondentie,

P. VAN HEMERT,

Prefident.

Naschrift. Na het uitbrengen van dit verllag, had de Permanente Kommisfie het genoegen, een bezoek te ontXx 3 van-


C 654 )

varsgen van den Heer -van^iuyden, medehelper van den Keer FEiLENBKRG 'hr -eene Afdeeling van deszelfs Inftituut, en yan 'heni: 'de' gunffigfte -getuigenisfe» te bekomen wegens de braafheid,! oppasfendheid en goede vorderin» gen van een kweekeling-*utDER; welk 'herigt temeerdere waarde heeft, 'daar adn den-Heer-van muydkn meet bijzonder het' ópzïgt:over dezen jongeling -is'toevertrouwd, Volgens 'de verklaring van'dien Heer 'Zal de Maatschappij Ü ras in de gelegenheid zijn, om de vruchten te genieren van de verkregene landbouwkundige bekwaamheden diens kweckclings, in hare Koloniën; en alzoo zal dan ook van dien gewigrigen kant het kolonifatie-ftelfel ecr.c grooté schrede tot deszelfs wetenschappelijke en praktüche volmaking gedaan hebben.

BH IE-


C 655 )

BRIEVEN uit St. JAMES. (Vervolg van N°. VII, b.ladz. 555;)

v zevende brief.

aa November,

Tl- heb u, Mijnheer! fkf

£J% ^die eikander het b r r T'

Zand betwisten, ik heb u de aanleidingen tot talver v Uttering doen kennen, en de zoo werktuigelijke aS W u uhge krachten aangewezen, waarover elke partje ^hikken had. Ik- heb u de mogelijke gevolgen hunner botfino- aangeduid. Thans ga ik over tot het onderzoek der door mij voorgeftelde vragen, hetwelk de middelen 'zal opgeven.door het Gouvernement te bezigen, ter voorkoming van dezen schok,

Moet de ariftokratie der Gemeenten ^UUtenne) aan het volk dat volksgezag teruggeven, hetwelk dezeive door de toedragt van zaken verkregen heeft, Moet z «reweld het volk, dat den affland daarvan voraert beten, gelen? Of moet zij de volksverbindtenis verbreken door L nieuw veld te openen voor deszelfs werkzaamheid, keteaö en verbeeldingskracht?

Inlezen brief zal ik flechts de eerfte mag beantwoorden.  '. ' â– -' *Y(


( 6S6 )

Dit antwoord is geftreng, en ik geef het met schroom. Het is nutteloos., thans aan de nietbezitters „de magt, die hun belang handhaven moest, terug te geven, dewijl zij geen belang meer hebben. Al wat zij bezitten, dat is, hunne personen, hun werk en hunne verdienden, — zijn door. de. wet gewaarborgd, en hunne vertegenwoordigers zouden te dien aanzien niets meer vermogen.

Die vertegenwoordigers zouden hun noch den ontbrekenden arbeid kunnen hergeven, want zij hebben geene magt over Europa,-- dat er de produitcn van weigert; — noch hen herfteüen in het bezit der eigendommen, door hen vervreet:, „onder de grondilagen der menscheüjke maatschappij om te. keeren.

Het herftel der volksmagt zou of zonder vrucht voor het volk zijn, of de geheeie omkeering van Engeland bewerken. Dit hulpmiddel behoort dus, hetzij als nutteloos, of als gevaarlijk, verworpen te worden.

Dan, er is een ander oogpunt, uit hetwelk eene Parlements-hcrvorming nuttig voor den Staat zou kunnen worden. De Engelsche ariftokratie is talrijk genoeg, om op zich zelve eene geheeie natie te vertegenwoordigen. Zij is eene demokratische keur der natie, welker veerkracht gelegen is in de vereeniging van het tweevoudig karakter der ariftokratie en demokratie.

Het ligchaam, dat deze magt in den Staat vertegenwoordigt, kan dus geen gevaar van deszelfs duurzaamheid loopen, dewijl het enkel ariftokratische belangen voordaat, dat is, belangen van louter zelfbehoud. Dan, dat zelfde ligchaam beichermt die belangen met demokra. tische kracht en genie, omdat hetzelve demokratisch is ingerigt.

Het is dus wezenlijk voordeelig voor het Gouvornc-

>,


C 657 )

ment, aan het demokratisch karakter van het volksgezag eene volledige ontwikkeling te geven; want dit gezag is door deszelfs verkregene belangen zoodanig bepaald, dat er voor hetzelve geenerlei gevaar meer kan bestaan. Beider verbindtenis is op leven en dood, en federt dien tijd 'is het beider belang, de grootfte veerkracht aan deze magt te geven, als zijnde derzelver beschermfter.

Engeland behoort niet te vergeten, dat al die woorden yan meerderheid en minderheid, van Wighi «t Torys, van Miniflcrie tri Oppofi'ie, van geene bcteekenis meer zijn, dewijl er.in den Staat iets meer gewigtigs plaats heeft, iets, dat epnsflags al deze partijen dreigt te verzwelgen.

Men moet al de verschillen onder handen nemen, en al de krachten openleggen, cm er de waarde van te befeffen. Al het voorgaande is van gedaante veranderd, dewijl alles met den loop der tijden voorwaarts is gegaan. Het Parlement van dezen tijd zou de stuarts met meer veroordeclen, daar het door andere belangen bewogen wordt. Men kan hetzelve ook onheschroomd een meer nationaal karakter toeschrijven, er aftrekkende die fictive leden, welke hetzelve belemmeren, Deze Minifteriëele bah last is van geencrlei nut meer voor het Gouvernement. Hetzelve zou de afgevaardigden der, vervallene burgtcu Qbotirgs pox-ris) (*) veilig door een gelijk getal volksvertegenwoordigers kunnen doen vervangen, en echter de

" meeree Men weet, dat de reprefentatïe in Engeland op veie plaatfen nog verbonden ii aan oude, thans vervallene, kas-» teelen; terwijl soms nabijgelegene aanzienlijke dorpen eu Heden ongereprefenteerd blijven.

BS »E»,. x.

X x $


C 658 )

meerderheid betonden, dewijl de- RadikaUn [door hun gedrag] hetzelve daarvoor waarborgen.,

Hierdoor zou de verbindtenis der drie Magtep versterkt worden. De tegcnspraak zelve zou daaraan nuttig zijn, dewijl zij geen ander doel kan hebben, dan het gemeene heil van den troon, der Grooten, en der goedbezitters.

A C HTSTE BRIEF.

% |a over, Mijnheer! tot de tweede'vraag: moet de ariftofa-atie met geweld het volk beteugelen, dat haren

af (tand vordert? ' - Ik kenne flechts ééne foort van beteugeling, waarop men zich verlaten kan: die der Spartanen omtrent, de Holen, en die der blanken omtrent de negers, dat «s het bedwang eener ongewapende door.eene > gewapende, eener flaaflche door eene vrije bevolking. Dan toch wegen de phvfieke krachten tegen de zedelijke op, -en de gewapende'bevolking kan, na hare Schildwachten te hebben uitgezet, ni vrede rusten. Alle andere foorten van bedwang komen mij voor als krachteloos.

De Engelsche ariftokratie schiint mij niet toe op deze Wijze het°volk in toom te kunnen houden; zeden en krachten verhinderen dit; en elk ander bedwang zou het volk verbitteren, zonder het te beteugelen. Mij #ft*t derhalve, dat de ariftokratie zich bepalen moet tot krachtbetoon, om niet zelve bedwongen-te worden; dat is, dat 3% hare maatregelen moet nemen, om hare wettige verdediging zeker te stellen.

De wetten ter vestiging en befeherming der maatfehap-

pe-


â–  * C 659 3

pelijke orde, welke thans in Engeland bestaat-, zijn van pude herkomst. Zij zijn genoegzaam geweest, om het nu beflaande te vestigen en te handhaven. Zij hebben aan ieder zijne plaats en zijne, thans uitgeoefende repten, aangewezen. Uit kracht dezer wetten bestaat de (Engdjchc} aristokratie. Hare bescherming is dus wettig, voor zoo veel zij zich tot derzelver uitoefening bepaalt. Dan, wan? neer deze aristokratie zich het wetgevend vermogen, waarmede zij bekleed is, toeeigent, om in haar eigen voordeel nieuwe wetten te maken, hetzij van uitfluiting, of Van wijziging naar omftandigheden, dan heeft hare verdediging geene wettigheid meer, want zij verbastert het maatschappelijk verdrag,.etl misbruikt de krachten, die hetzelve te harer beschikking ftelde,ter bescherming van nieuwe wetten en inftellingen.

Wetten van dien aard te maken in den oogenblik van feet gevaar, zou onstaatkundig zijn, dewijl dit het volk.pen voorwendfel zou verschaffen ter laking van zijne inliellingen. Integendeel zou het eene schoone houding der aristokratie zijn, onder de beschutting der wetten onbewegelijk te blijven, Zij kan die dan voor zich inroepen, als daaraan getrouw gebleven; en zij zou er de uitvoering ha eene even ftrenge als ontzag-wekkende houding van ttunnen inroepen.

Ongetwijfeld bestaan de vereischte wetten, ter handhaving der maatschappelijke orde, ledcit lang, dewijl deze orde werkelijk bestaat, en die foort van wetten altijd de eerfte is, welke men in ieder Land maakt.

Nooit gaat een Gouvernement ten gronde bij mangel aan deze wetten; maar alleen door gebrek aan de noodige politieke magt, om dezelve te doen uitvoeren.

Dan,


( 660 )

Dan, deze magt ontbreekt in Engeland niet; zij is er integendeel overvloedig, en de ariftokratie behoeft die flechts te vertoonen, om de overmagt te hebben.

Tot hiertoe heeft het Gouvernement het tegengeftelde hiervan gedaan: het heeft exceptive wetten gevorderd, en zijne krachten niet doen gelden. Hit is echter geen grove misflag, dewijl men dien ^erftellen kan.

De wetten, uit den loop der onh andigheden voortvloeijenae, die hetzelve tot dusver heeft gevorderd, — eene vordering, die met eene gewisfe verkrijging gelijk staat,— deze wetten óntea [en de Staatsregeling niet op eene onherftelbare wijze. Indien het Gouvernement het daarbij laat, kan het kwaad gebeterd worden.

Dan, hetzelve heeft vergeten, zich te omringen met die krachten, welke de wet te zijner beschikking ftelde, en het is hoog tijd, om zich daarvan te bedienen.

Het heeft zich zakelijk bepaald tot het wapenen van ia of ra,000 fokten, in plaats van 200,000 vrijwilligers, waarover het te beschikken heeft. In het opkomend ge-. schÉ zal de landweer alleen, voor hare eigene zaak gewapend, hare overwinning of nederlaag kunnen veredelen.

Het Engehch Gouvernement heeft twee millioenen men, schen aan' zijne zijde. Zulk eene bevolking kan ligtelijk aoo,oeo vrijwilligers onder de wapenen brengen, als bedragende dit.getal flechts 10 ten honderd van de volksma;{a. De linie-troepen zullen hetzelve voor hulpbenden dienen, en deze nationale kracht zal eene grootsche hou, ding geven aan de partij, tlie dezelve ontwikkelt, dewijl zij niet enkel werktuigelijk zal aijn, maar tevens zoowel zedelijk als staatkundig.

De


C 66t )

De hervorming der vrijwillige gewapende'''tnagt "tlüldt geen nitftel: want, indien het' Gouvernem r.t dezelve rijst daarftelt, zal zij zich Van zelve Vormen, dewijl er zaken zijn, die het ge-zond verllahd voortbrengt zonder hulp van buiten- - - - -:

NEGENDE BRIEF,*

6 December.

De aristokrarie moet ihagtig zijn, zal zij niet onderdrukt Worden. — Hare eerfte sterkte bestaat in hare gewapende magt; de tweede in hare geldmiddelen.

Nu is de Staat der financiën voorzeker fleeht, en ik deel te dien opzigte in uwe vrees, dewijl het Gouvernement na vier vredejaren er nog niet toe heeft kunnen geraken, om zonder geidleeningen zijn bucijet te balanceren. Deze daadzaak maakt alle ander onderzoek overtollig.

Het Gouvernement is dus de Haaf van zijn krediet: want deszelfs gang zou geftremd zijn bij de mïnfte ont~ rusting zijner geldschieters. Deze staat van zaken kan niet befiaan in tijden van crifis, dewijl dezelve ieder' ©ogenblik het verderf van den Staat kan bewerken.

Ik erken, dit deficit zou voorgekomen zijn, indien het Ministerie uit eigene beweging, bij den algemeenen vrede, de vermindering van den Incometax tot op de helft hacï aangeboden, ten einde de wederhelft te behouden. Door de geheeie aanhouding van de-ze belasting te vragen, heeft hetzelve de natie en het Parlement van zich afkeerig gemaakt, en genoodzaakt, om de geheeie belasting te weigeren., /

"Het


C 602 )

! rHct Gouvernement is dus zelf genoodzaakt geweest, het ftelfel der deficits, dat is, het flechtftevan allen, aan te houden, De ruimte der kapitalen jen, de hebbelijkheid,, öm in- het Gouvernement vertrouwen te fteilen, hebben tot hiertoe geldschieters opgeleverd, en de geidleeningen gedekt. Dan, Engeland kan zijn lot niet langer aan zulke zwakke hefboomen toevertrouwen, en er is voor de toekomst geen andere [veilige] waarborg, dan de onafhankelijkheid der openbare schatkist.

laarlfks komt Engeland n tmllioenen P. St. te kort, om zijne uitgaven te btftrijden, en zijne renten te betalen. Het Gouvernement'moet dus: deze groote som. zich aanfehafTcn door zeke vier middelen dan die der geidleeninmi, waarvan tot hiertoe een zoo groot misbruik is g«* maakt. Zijn krediet zal zich door de rust versterken, en het zou des te volkomener zijn, indien het genoodzaakt ware,'tót dezelve van nieuws de toevlugt te nemen. - -Dan, al;-):eis cic middelen op te fporen ter bekoming dezer eH-millioenen',.'.wil.iik met u, Mijnheer! nagaan!» bf-èr mogcbkhei-ï-.zoude -zijn, om die te verminderen, door eene bezuiniging in de openbare uitgaven.

â– De nietigheid der pogingen hiertoe, tot-op-dén huidigen dag,' maakt mij bij dezewoorftellmg.' fdiroomvallig.. rIntusschen, -de' omftandigheden H#a.veranderd, en de beste koppen Van Engeland verkennen tlians, dat er bezuiniging jioo ifëds. - ' »h (M '

Zie hier' in korte wóórden, waarop.hun voorftoi wederkomt. n' ' '" "' »'-

De Staatsuitgaven kunnen m' twee' klasfen 'gefctaft Won-dén,-die der nuttige en der Verkeerde uitgaven. Van de -eerfle £jtï-m- -niets zeggendewijl rrien dlg ^ zoodanig Eicel voorondéritelleB.

- - tikt,

xjc


c <m >

. De verkeerde "'.uitgaven bestaan in traktementen, vod? niet wezenlijk bestaande (fictive) posten, in overmatiggroote traktementen Voor wezenlijke posten, cn in vele wezenlijke pusten y die overtollig zijn.  -Tot-' biertoe had men de verkeerde uitgaven laten gelden, als hebbende zij ten doel, de opkomende aristokratie'aaniïet Gouvernement te. verbinden. Dit doel is thans bereikt, het verbond is geteekend, en de aristokratie bezit- werkelijk veel. meer verkrègene belangen, dan noodig is, óm -het'Gouvernement voor haar te waarborgen. Al Wat het haar meer:töestaat met clit inzigt, is weggewor* f&prsop ai Isaooraai&rewU Jad' siüis; -. /

Ei" is geene Staatkundige reden^die.-thans de afschaffing der onnoodige uitgaven veihiilderen Zoude. f Men moét zich echter niet ontveinzen,"dat.*deze..afschaffing alleen de I ariftokratie: zelve'. treft; -zij zal zich zelve alleen moeten schadelaos ftelleri voor de kosten tot behoud van feutr ' aanzijn. Het zon gevaarlijk,". ja. onmogelijk: zijn, zelfs maar een klein gedeelte: dier.kosten van de natie te vorderen-; met andere woorden: de Ifk0metax.z2X.zl het te kort moeten dekken! Ik ge-loof, dat ik. mijne.meening -verftaanbaar uitdrukke.

Dit, trouwens, is de voorwaarde van alle ariftokmtiën: zij betalen de kosten der Gouvernementen, waarvan zij de voordeden genieten.

De-vraag, door de ariftokratie zelve te beantwoorden, is: of zij verkiest-het algeheel harer leden meer te' doen betalen, om er eenigen. van een inkomen te verlchaffen, of.wel, minder te betalen, en niemand.-te onderhouden (jioicr}?. Gij ziet, Mijnheer! deze keus is in den grond van geen belang, het is louter eene zaak van huishoudelijke: b.é-

fehik-


( m )

schikkiflg. Fet fcémge, voor u en. Engeland aangelegöi, is: dat de ariftokratie het "of.verneraent fc'adelocs e le. Het is hare zaak, zich onderling te verftaan omtrent de hoegrootheid dezer kosten, en aangaande de middelen, waarvan zij zich zal willen bedienen, om daarin te voer* zien.

Ik geloof, dat het, in deze onzekerheid, gepast is, het jaarhksch deficit van n millioenen onaangeroerd ta laten. Maar, alvorens hetzelve op den Incometax terug te brengen, zou het misfehien mogelijk z'rn^ in nieuwe belastbare voorwerpen nieuwe bronnen van inkomst te vinden, waarvan zich het Gouvernement de ontvangst zou kunnen verschaffen, alvorens nieuwen onderftand van de ariftokratie te vragen,.

. Deze belastbare voorwerpen kunnen zich niet, dan. buiten Engeland, opdoen; want al het binnenlandfcbe draagt federt lang h X Ktaximnm der belasting. Maar, die bronjien. van openbare inkomften moeten gevonden worden in.EngelauJs overzeesche bezittingen: want het gezond ver.ftand leert, dat schoone en rijke Gewesten hun aandeel moeten dragen.in de uitgaven van het; Moederland.-

Er is, inderdaad, geene wettige reden, waarom Jamaika of Bengal n een uïtiluitei.d voorregt boven het eiland 'Wight genieten zouden; geene andere, dab dat men tot heden toe niet op' eene bilkke wt'ze' een koloniaal [b*iasüngs-] fteifèl heeft weten te regelen.- Ik voel wel; dat het tegenwoordig Ministerie niet in staat is, om dit ftcl, fcl.te vormen; doch ik heb hooien verzekeren, dat Ma pitt een plan te dien einele had ontworpen, hetwelk men 'A-aarfehijnlijk wel zou kunnen wedervindea en zelfs op het gezag van zlnen naaih invoeren,

Vol--


C 66S )

Volgens-dk [ontwerp,'heeft men mij gezegd, hetnattx het Gouvernement de leenheerschappij der Indien van de Kompagnie, die door het zonderlingite toeval in het bezit daarvan geraakt was. Hetzelve ftelde deze rijke landflreken onder de beschenuing van inftellingen, berekend naar den aard dier afgelegene bezittingen. Dat gedeelte der inkomften, hetwelk fefndische adminiftratie zelve vordert, moest daartoe ten vólle bedeed worden ', doch tfet andere, bestemd tot onderhoud der inlandsche Vorfteii, welker dood Engeland niet had afgewacht om hun erfdeel te naasten, — dit gedeelte verviel aan het Moederland, in plaats van te dienen tot de verkwistingen van het ongeregeldfte aller Gouvernementen.

Tot hiertoe zijn de Koloniën wezenlijk niets anders geweest, dan eene ontlasting vcipr de bevolking der Europèsche Staten, en voor de misbruiken van dcrzelvef Gouvernementen» Engeland aileen heeft er belang bij, deze wanorde te doen ophouden, en de koloniale inftellingen op verftandige grondllagen te vestigen.

Overigens, Mijnheer! gewage ik flechts in het Voorbijgaan van het artikel der hulpbronnen, die de hervormingen en verbeteringen kunnen opleveren, omdat deze hulpbronnen toevallig en van tragen gang zijn. Ik ken den langdurigen tegenftand der hervormingen aan het algemeen belang; ik ken de kleine roerfels, die dezelve vertragen, de kleine belangen, die ze belemmeren. Ook weet ik, dat, na het te boven komen dier beleefden, de bezuinigde som op weinig nederkomt; dewijl zij, in tegenftelling van hetgeen met den rollenden fneeuwbal gebeurt, al voortgaande vermindert.

Tevens kenne ik de ongenoegzaamheid der hulpmidde*

pe star, 1820, N°. IX. Y y kn,


( 646 )

len, door verbeteringen op eenen grooten afftand voortgebragt. Ik wil dus niet op den voorgrond der rekening stellen de bezuinigingen, noch de vermeerdering van inkomften, waarvan ik gewaagd heb, omdat ik te weinig vertrouwen ftel op derzelver uitvoering. — Er zijn twee maatregelen, die men fnelwerkenS1 en beflisfend genoeg acht, om het te kort van elf millioenen te dekken, zonder tot een nieuw krediet toevlugt te nemen.

De eerlie dezer maatregelen is het herftel van den In.cometax. Deze belasting kan niet langer worden aangemerkt, dan als eene premie, die de goedbezitters. aan het Gouvernement betalen, voor de 'verzekering van het bezit hunner overige goederen. Die premie moet rijzen of dalen, naarmate de bewaring dezer goederen meer of minder kost, dat is te zeggen, dat de Incometax voort* aan het jaaflijksch deficit, hoe groot dan ook, dekken moet.

Men kan dus de hoegrootheid dezer belasting niet bepalen; men kan er alleen het grondbeginfe! van vastftellen, er de grondflagen van vestigen; voorts zal ieder jaar betlisfen, naarmate der behoeften, over de mate der belasting, waar die noodig zal zijn te innen. Indien het te kort op 11 millioenen bepaald blijft, zal het genoegzaam zijn, een Incometax tot vijf pCt. te vorderen, ten einde door middel daarvan zes millioenen te bekomen; terwijl de tweede maatregel, waarover ik u ga onderhouden, de vijf andere moet opbrengen.

Gij "ziet, Mijnheer! dat ik, volgens lieden, der zake zeer kundig, een pCt. van den Incometax niet hooger schatte dan op 1,200,000 ponden St. Ik weet wel, dat in diezelfde proportie de belasting 200,000 ponden 'St.

meer


C 697 â– )

.meer heeft opgebragt; dan, mtsn moet vooraf rekenen op vermindering van het 'froêiukA door de tegenwoordige omftandigheden.

De Incometu.v, op dejfe wijze tot de 'noodige percett* ten geïnd, zal aan het Gouvernement een hulpmiddel in handen dellen, zoo als er nog geen bestorid. Ongetwijfeld zullen de goedbezitters denzelven voldoen; doch tot hunne verzekering zal dezelve' een waarborg ver* ftrekken voor.de verbindtenis der drie magten, omdat hij aller kracht zal uitmaken. \

Alle aridokratische.regeringen, tot de,'kleinde toe, hebben eene dergelijke belasting beproefd, omdat zij er eenparig de noodzakelijkheid van gevoelden; maar geene heeft ef geiïoegzamen ondérftand in gevonden, dewijl die ligchamen een' al te beperkten omtrek hadden, om aan het hulpmiddel eene genoegzame kracht te geven. Ook in Engeland zou hetzelve van weinig uitwerking zijn, indien de tax alleenlijk betaald werd door de Patriciërs; maar, al: de goedbezitters..van' dfen Staat zijn daaraan, schatpligtig,- omdat, alle..eigendommen er door. getroffen worden, en zulk.een learïitaal kan de daatkundige refuitaten dier belasting volledig maken.: c Wij zagen, dat het van. een. qverwegend.belang is voor het Engelsch Gouvernement, gedurende het naderend heflisfingspunt niet 'af te 'Hangen van het krediet, dewijl de nadering daarvan alleen dit krediet zou kunnen vernietigen. Maar, wanneer men weigert daarvan gebruik te maken, ontzegt men aan de kapitalen de plaatfing, die de geidleeningen hun aanboden. Om daarvoor eene schadeloosdelling' te geven,: zal men de fnelle doorzetting van het amortisfemtnt moeten 'vertragen-»

*y * doof


( f563 )

door het vernietigen van | der gekonfolideerde fondfen, die reeds zijn ingekocht.

De jaarlijksche rente der openbare schuld bedraagt 40 millioenen P. St. Hiervan heeft de amortifatiekas reeds 15 millioenen ingekocht. In dezen Haat van zaken is het in het belang van Engeland, 5 millioenen van deze 15 te verbranden, ten einde het budjet, de schatkist en de natie voor altijd van derzelver betaling te ontlasten. De amortifatiekas zal hare werkingen omtrent de overige 10 millioenen voortzetten.

Ik weet wel, dat door het leenen aan de amortifatiekas, gelijk het Gouvernement reeds gedaan heeft, hetzelfde doel bereikt wordt; doch altijd op eene arglistige manier, die meer geschikt is om de schuldeischers van den Staat te ontrusten, dan om hun vertrouwen in te boezemen.

De vijf verbrande millioenen op den interest der fondfen, die de Staat aan de amortifatiekas verschuldigd is, gevoegd bij de zes millioenen inkomften door de 5 pCt. van den Incometax1, zullen de n millioenen te kort genoegzaam dekken. Ontbreekt daaraan nog iets, dan zal men den Incometax met zoo menig pCt. verhoogen, als men meerdere 1,200,000 P. St. zal noodig hebben.

TIENDE BRIEF.

15 December»

Wij hebben gezien, Mijnheer! hoe de £»gelsche ariftokratie zich beveiligen konde tegen alle onderdrukking,

door


( 669 )

door de wetten te eerbiedigen, zich te harer wettige verdediging te wapenen, aan de magt der Gemeenten een meer nationaal karakter te geven, en in de behoeften van hare schatkist te voorzien, ten einde die onafhankelijk te maken van toevallige uitkomften en van het krediet.

Alsdan zal de ariftokratie hare vastigheden hebbÊn opgerigt, en niet meer aan ongerustheden zijn blootgefteld; maar de natiën, die daarin alleen hare veiligheid vinden, stellen ten val, want het bloed houdt op in derzelver aderen om te vloe'y'en. Het Gouvernement moet er dus toe komen, om de verbindtenis der nietbezitters te ontbinden, door aan hunne werkzaamheid arbeid, en aan hunne hoop voedfel te verschalfen.

Eene krachtdadige oorzaak van beroeringen in Engeland is het aanzijn van 600,000 handwerkslieden, die de industrie had doen ontftaan, en die zij nu verlaat. Men moet het evenwigt herftellen tusschen den mensch en den arbeid, tusschen de belangen en de bevolking; anders zal het' vdlk, door ellende bedwelmd, en door ledigheid vermoeid, in de velden, waar het zijne raadplegingen houdt, altijd menschen vinden, die hunne driften boven hunne belangen ftellen, of die deze niet meer hebben, wijl zij die aan gene hebben opgeofferd. Het zal er menschen aantreffen, die alle foorten van gemoedsbewegingen hebben uitgeput, en voor geene, andere meer vatbaar zijn, dan die van den rampfpoed huns va» derlands.

Wanneer foortgelijke lieden aan dit volk de rijken zullen aanduiden als hunne onderdrukkers, en derzelver berooving als hunne bezitting, welke deugd zal dan hetzelve wedcrhouden? welk ontzag hetzelve ontwapenen?

Yy 3 Het-


. Hetzij de zaak winnende of verliezende „?pu de maatfehappeliike orde immer het flagtoffer van zulk eene crifis, zijn, want zij zou de staatsgefteltenis van Engeland van aard doen veranderen: overwinnende, zou de maatfehappeilike orde een geftreng wetboek en beillooze inftellingen ten waarborg nemen; en overwonnen zijnde, zou zij den Staat ter prooije laten aan 3 millioenen onbezonnene menschen. Lv 1

De éciiige maatregel, waardoor het Gouvernement tot. hiertoe de ellende der handwerkslieden bestreden heeft, is de tax, of liever de önderfiand (Je solde) der armen. Ik wil deze jnHeffing noch laken noch prijzen; de drang der cm Handigheden maakt die onherroepelijk, en zij ia; tevens evenzeer nutteloos voor den toeftand van het oOgenhüjs >, want onder en door den invloed van dezen, tax is de algemeéflé ellende ten top geftegen. Hoe groot (feszelÉa bedreg dan ook zij, zij vermag niets in de tegenwoordige omllandigheden: het is een uitgeput hulp», middel, eene verlamde springveêr. Men moet toevlugt Bsenjfen tot middelen, die hunne volle kracht kunnen oefenen.

Ik heb het getal der ambachtslieden, door het verval der industrie van werk beroofd, op 600,000 begroot. Dit'verlies bedraagt jaarlijks 18 millioenen, de dagloon per hoetfd op si Engelsche scheliicgen berekend zijnde. Ik koude dit getal en deze verlies-rekening voor over» dreven, omdat onvoorziene hulpmiddelen altoos de verlorene eerdgermate vergoeden; maar, die op de helft flellende, zal ik wel beneden de overdrijving blijven.

Het ophouden der dagloonen treft niet alleen de overtollige bandwerkslieclen, maar verbreidt zich over hunne

ge-


( 67i )

geheeie klasfe, door middel der mededinging., die eene

evenredige daling bewerkt in de masfa der daggelden; deze daling is genoegzaam geweest, om dat geheeie volksgedeelte in verlegenheid te brengen, en door hetzelve die aanvallende zamenfpanning te vormen, waarvan de toevallen (fymptómes) zich, met geweld beginnen te vertonnen.

Het is dus van belang, Mijnheer! deze zamenipanning te verbreken, en haar door nieuwe belangen te verdeelen. Men moet nieuwe hoop Icheppen, om door dezelve de verbeelding des volks te treffen. Men moet dus op hetzelve beurtelings door wezenlijke en tooverkrachu'ge middelen werken.

De wezenlijke middelen bestaan, in het volk arbeid en verdbn'ten te verschaffen; de toovermiddelen, in het die te doen verwachten.

Kunnen de wezenlijke middelen bestaan in het herdel der' débouchés, welke de fabrijken verloren hebben? 3\een, want dit verlies is het natuurlijk uitwerkfel der wetten van konkurreniie: wetten, zoo heilig, dat geene menfehéfijke magt die ontzenuwen kan.

Engeland moet op deze uitwegen niet meer rekenen; het zijn niet meer dan uitgedroogde kanalen. Hetzelve moet nieuwe bezigheden vinden voor zijne bevolking.

Engeland zal den alleenhandel der foheeps-kommercie en der handels-overeenkomlten behouden, omdat het de beweegraderen daartoe in handen heeft, welke niemand aan hetzelve ontnemen kan, te weten, zijne vlooten en zijne kapitalen, waardoor het de groote handels-operatiën en den Oceaan gelijkelijk beheerscht.

De laattte oorlog heeft alle Zeemagten vernietigd, behalve de zijne. Het staat in ' de magt van Engeland, Yy 4 der-


( 672 5

derzelver herftel te beletten, want bet kan die vernie»

lei, alvorens zij hetzelve belemmering veroorzaken.

De overmagt waarborgt aan Engeland zoo wel de voordeefën van den zeehandel, als de verzorging der kónsommateurs van de drie werelddeel en, waarvan zijne fbhepen de toenadering aan anderen beletten kunnen. Azië en Afrika bieden hetzelve in dit opzigt flechts een gtx'w.gdébouchi aan, omdat derzelver volken zeden en gewoonten hebben, van de onze #verschilknde, en omdat die volken behooren tot dat ras van menschen, wier karakter in eene eeuwige bewegeloosheid is. Dan, Amerika belooft aan Engeland een met deszelfs bevolking gelijkelijk toenemend vertier.

Amerika is flechts eene Kolonie van Europa (*); het volgt deszelfs gewoonten, en Engeland alleen voorziet hetzelve, omdat deszelfs groote zeemagt aan dit Rijk öaauwe betrekkingen met Amerika vetfehaft. Deze uitvoefingsweg zai voor Engeland lang geopend blijven, dewijl er eeuwen noodig zijn, eer de landbouw der nieuwe Laneien aan de fabrijken overvloedige handen zal kunnen leveren.

Reeds bezit Engeland den alleenhandel van Brazilië, en het heeft de middelen niet verwaarloosd, om dien te behouden, Ais een natuurlijk uitwerkfel van zijnen toeftand, en zonder groote belangllelling van iemand daaromtrent, moet Brazilië elke twintig jaren zijne bevolking verdubbelen, zijnde dit de evenredigheid der voortplanting, overal waar er ruimte voor is, zonder dat eenige omftandigheid er den voortgang van belette.

Min-

«|

(*) Het zal die echter niet altijd blijven.

de red.


( 6>s );

Minder rekene ik op den toekomftigen aanwas der Spaansche Koloniën; want deze Staten zullen naauwelijks ontheven zijn van de afmatting, hun door de vorderingen van het Moederland veroorzaakt, of zij zullen aan inwendige verdeeldheden zijn blootgefteld. Soortgelijke volken zullen altoos langen tijd verdoken zijn van die zedelijkheid, die de grondflag der Staten is; zij zullea ter prooije blijven van die moeijelijke worlteling, ten koste van welke de vrijheid de zegepraal behaalt over de militaire eerzucht.

Noord-Amerika voegt elk jaar 500,000 konsommateurs toe aan de produkten der Engelsche nijverheid, omdat deszelfs bevolking ieder jaar zoo veel toeneemt. De betrekkingen tusschen deze twee volken is van dien aard» dat Engeland alleen aan Amerika voorraad verschaft. Trouwens, men moet niet vergeten, dat Amerika een Staat is, door Engeland gevestigd; het heeft er de wetten, gebruiken en zeden van behouden; het bootst het Moederland zelfs na in zijnen zeemans-geest, en wanneer deze twee Staten eerlang, als mededingers in dezen geest, het gebied der zeeën elkander betwisten zullen, dan zal Engeland aan Amerika zijnen oorbgstoeftel leveren, en hunne legerbenden zullen elkander bevechten met wapenen, op hetzelfde aanbeeld gefineed.

Engeland zal dus, door de kracht der omflandigbeden, de verzorging van Amerika behouden; doch de aanwas van konsommateurs, hoe fnel ook, is verre van gelijk te ftaan met de voortbrenging der Engelsche fabrijken. Derzelver verlies is plotfelijk geweest, en de vergoeding is flechts langzaam; men moet ruimere kanalen openen,om er het waterpas van te herltellen.

(Het overige in N°. X). â–  Yy5 **


C 674 >

Bcrigt wegens de te Amlterdam opgerigte verkoopplae.ts van kunst- en handwerken, vervaardigd door hulpbehoevende Nederlanders van goeden huize, onder het opzigl van het Genootfehap: Tot beoefening van Deugd en Kunde.

Amflcrdamsche Genootfehap: Tot beoefening van Deugd en Kunde, raadplegende over de middelen, welke tot algemeen nut van de fatfoenlijke, min-vermogende klasfe zouden kunnen worden beproefd, en die boven derzelver eigene krachten gaan, benoemde, na ontwerpen daartoe te hebben aangehoord, eene Kommisfie \ tot onderzoek derzelve, en voorclragt van hetgeen aan:ezelve uitvoerlijk zoude toeschijnen, welke Kommisfie het' volgende voorftel uitbragt.

Am fier dam, den 3 Oktober 1S18.

MIJNE HEEREN!

Door de op ons, in uwe laatstgehoudene vergadering, verfirekte Kommisfie geleid tot eene meer bepaalde overdenking van heigene door ons omtrent en ten nutte van onze verarmde iandgenooten zoude kunnen worden aangewend, en deswege, voorloopig de over het Armenwezen in het licht gckomene Hukken raadplegende, vonden wij in LE jeune's Gjeschiedkundige Nafporingcn, op bl. 196, onder 'Bijlage II, een kort Verslag Wegens

eenen


(675 >

esnen tt Manchester behaande, vertrouwden waren-flapel, ingerigt tot verkoop der handwerken van onbemiddelde lieden van goeden huize, waarvan eene navolging ons toefclieen, hier geenszins overtollig noch onuitvoerlijk te zijn.

Is er ooit een tijdvak geweest, in hetwelk een gedeelte van den fatfoenlijken (land, door opvoeding aan zekere gemakken en kunstbehoeften gewend, aan ontberingen, en zelfs aan gebrek ter prooije was, dan zal zulks echter waarschijnlijk nooit in zulk eene groote mate, a's thans, hebben plaats gehad. Immers, de oorlogsrampen, die Europa, en schoon anders gewijzigd, ook ons Vaderland troffen, griefden alhier voornamelijk den rentenier, den nnddelniatigeo handelaar, en meerdere met hen, in maatschappelijken rang gelijk te schatten ftanden, die, aan ruwen arbeid vreemd, met geleerdheid en kunllen min bekend, na het wegfmelten van hun goud, bijna geene bronnen van bellaan bezitten, en derhalve, bij zielen-wee en ligchamelijk lijden, ten hoogde deerniswaardig zijn. — De mensch is intusschen zeiden zo:> beperkt in verilandehjke of kunstvermogens, of hij ban, door den nood gedrongen, eenig voonfcrengfel vervaardigen, dat geldswaarde bezit, en hem dus, vindt hij slechts onderlteuning en aanmoediging, door bezigheid en opbrengst leniging verschaft. -— Maar, aan deze onderlteuning, aan deze aanmoediging f.dt het meest altijd. Den beginnenden in elk vak, al toom hij z'ch zelfs boven het gewone verheven, valt zij zelden ten deel, en bijna nimmer reikt zij de helpende hand aan den behoeftigen, die bijftand begeert, en daarvoor niet dan dagelijklche gewrochten leveren kan.

In


C 676- )

In vergelijking van de gewone gevolgen onzer tot nu betoonde weldadigheid, schijnen ons die, welke aft eene onderlteuning en aanmoediging van werkzaamheid en veerkracht bij den verarmden fatfoenlijken man zouden kunnen voortspruiten, oneindig schooner en meer beloonende toe. Wie onzer toch zal bepalen, hoe menige vrouw of dochter flechts eene kiesche hulp noodig heeft, om de talenten, die ter harer verfiering ontwikkeld werden, te bezigen, tot onderhoud van het buisgezin, waartoe zij behoort, of tot veraangenaming van harer ouderen leven? Want her heeft voor het, juist door tegenfpoeden schroomvallig geworden, meisje onoverkomelijke zwarigheden in, de vruchten van hare vlijt zelve te koop aan te bieden, of in de beltaande winkels te doen aanbieden.

De overdenking van,dit alles heeft ons genoopt, om aan deze Vergadering mede te deelen, dat de oprigting van een'vertrouwden Waren-Mapei, of Verkoopplaats van alle zoodanige handwerken, ah ons, door lieden van goeden huize, zich in verminderde omftandigheden bevindende, ter veiling mogten aangcboelen worden, naar ons inzien eene wenschelijke en waarlijk weldadige zaak zoude, zijn; en dat wij, indien de Vergadering omtrent het hooflklenkbeeld met ons overeenltemt, ons gaarne willen onledig houden met

t°- het ontwerpen van een Reglement, waarnaar deze iririgting zoude moeten beheerd worden;

a°. de zamenftelling van een advijs, omtrent de oprigting, het toezigt, en wat verder daaraan is verknocht.

Ten


( 6?7 )

Ten einde alzoo meer in de bijzonderheden te leeren inzien, of de zwarigheden, die zich ongetwijfeld ook tegen deze enderneming zullen opdoen,. al dan niet te overwinnen zouden zijn; waarom wij verzoeken, dat de Vergadering over dit punt gelieve te beraadflagen.

De Kommisfie ten deze benoemd.

!H. BOSSCHA. A. J. LASTDRAGER. J. J. VOLLENHOVEN.

De oprigting der verkoopplaats ^ in bovenftaande berigt bedoeld, door het Genootfehap nuttig en oogenschijnlijk mogelijk geoordeeld zijnde, heeft de Kommisfie in de eerfte plaats ontworpen de volgende

j W E T.

(Reeds in ons Nö. Vit mcdegcdecldji

Waarna het Genootfehap een gedrukt berigt Van deszelfs oogmerk onder vrienden en bekenden van deszelfs Leden heeft verfpfeid, tevens inhoudende eene uitnoodigmg, om door bijdragen de kosten, aan deze inrigting verknocht, te helpen beilrijden, welke poging bet goede gevolg had, dat er eene somme is verzameld geworden, toereikende om de bedoelde onderneming daar te (tellen, en gedurende eenigen tijd in (tand te houden.

Alzoo tot eene proefneming in staat gefteld, werden de bovengenoemde ontwerpers, volgens Art. 2 der Wet met het beduur belast, en wendden, door advenentiën in de Kouranten, door het uitnoodigen van geachte Landgenooten als Korrespondenten, en dergelijke middelen, pogingen tot algerneene bekendmaking aan, die, (nadat

1 er '

1


( W )

ef tevens een lokaal gehuurd en eene jufvrouw tot beheer der winkel aangenomen was,) bekroond werden, zoo met de inbrenging van eenige goederen, als met de toetreding der volgende Korrespondenten: Te Alkmaar, Mejufvr.'de gorter.

— Almelo, de Heer renaud.

— Arnhem, de Wel-Eerw. Heeren donker cüR-

tius en overduin.

— Breda, de Heer en Mr. hoppenbrouwers.

— Bommel, de Wcl-Eerw. lieer macalester louP»

— Dordrecht, de lieer a. la COSTE.

— Deventer, de Heer p. bosscha.

â– — Delft, Mevr. de Wed. caseAux, geb. vak

GASTEN.

— 'sGravenhage, Mejufvr. u. van leeuwen, en de Hee¬

ren Mr. c. J. faber van riemsdyk, a. elink sterk en Ml\ c* vollenhoven.

— Groningen, de Wel-Eerw. Heer.mulder, i— Gorkum, de Heer p. c. struyck.

— Kampen, de Heer de kock, Vredercgter,

— Leeuwarden, de Heer Mr. a. van halmael jr.

— Leiden, de Heer Prof. tydeman, Mevr. des¬

zelfs Echrgenoote, en Mevr. la lau, —- Middelburg, de Heër forster, M. D.

— Rotterdam,- de Heer van der dussen van geef*

tinoh. \

*> Utrecht, Mejufvr. e. EckhardT, en de Wel*  Eerw. Heer f. van teutem.

— Woerden en Zwammerdam, de Wel-Eerw. Heer rj,

maas brandt.

— Zwolle, de Wel-Eerw. Heer gregooe,

Al


Al fpocdiè vond deze inrigting een'tamelijken fltit,zóo bij gewonen verkoophals ifi bcdcllingen, waarmede eenige achtingwaardige inwoners van Amjkrdam dezelve wel wilden begunliigèn; hetgeen ten gevolge heeft gehad, dat erin den tijd van een jaar, lóopende tot p°. September 11., is verkocht voor eene fornrna van ruim ƒ3,100:bedragende omtrent f van de waarde der ingebragte voorwerpen.

Het is echter geenszins te ontveinzen, dat deze uitslag beneden de verwachting 'van de ontwerpers is gebleven, die en meerder kunstwerken van allerlei aard, en een'grooteren toevloed van handwerken, dan men ontvangen heeft, verwacht hadden. Het gebrek aan voorraad, om ruimte aan de keuze der koopers te geven, en de weinige goede fmaak, door sommige vervaardigflers betoond, terwijl andere uitmuntende voortbrengfels inzonden," heeft niet anders dan nadeelig kunnen zijn, zoo voor den flijt in het algemeen, als bijzonder voor den verkoop van handwerken, die achterlijk in fmaak of uit te grove ftoffen vervaardigd waren.

Na alles', wat het Genootfehap ren nutte achtte (waaronder een lokaal op een' goeden ftand (*), met eene nette en vrolijke winkelplaats, doch kostbaar in huurprijs), aangewend te hebben, zag het gaarne het bestaan dezer Inrigting meer en meer ter kennisfe komen van

hen,

(*) Op de keizersgracht, bij de Maatschappij Felix Mer;tis: zijnde de tegenwoordige Eeftutirders de Heeren a., j.

LASTDRAGER, J. F. EYBE eil A. BIRRIUS CAMPEN, aail Wlè

men zich aldaar gelieve te adresferen, indien ïnen niet in de nabijheid der Heeren Korrespondenten, of in Jmjlerdam, of in de omftreken woont.


( 68o >

hen, voor wie dezelve is daargefteld, en het noodigt dus al deszelfs Landgenooten uit, om dezelve met de daad te begunffigen, en alzoo mede te werken tot bereiking van bovengemeld edelaardig doel.

Amjlerdam, den 20 Julij 1820.

(Geteekend) b. klyn Bz.

Voorzitter.

N. VAN beeftingh,

Sekretaris.

Ut.


C «ik )

Berigt van vege de Armen-Inrigtiijg in 'sGravenhage (*).

Ieder weldenkende, en ieder, die de belangen der za« menleving betracht, moet zich thans meer en meer overtuigd houden, dat aalmoezen of andere giften, aan verarmde natniirgenooten uitgereikt, het kwaad hoe langer hoe erger maken, bijaldien dezelve niet op de regte wijze worden toegedeeld.

Dc ondervinding heeft maar al te zeer geleerd, dat behoeftigen, die giften Ontvangen, bij gebrek aan aanmoediging, om zich door werkzaamheid uit hunnen vervallen Haat op te heffen, wel verre van hierdoor beweldadigd te worden, veeleer tot een lui en vadzig leven overgaan, en in het einde, voor zich en hiin geflacht, ongeschikte voorwerpen voor de zamenleving wordende, tot eenen doorgaanden last verflrekken voor meervermogenden.

Het was op deze gronden, dat door H. K. H., nu wijlen Mevrouwe de Princesfe Douairière van Oranje-Nasfau, Hoogstloffelijker gedachtenis, en door wier treurig affterven zoo vele door Hoogstdezelve beweldadigde ongelukkigen in den diepften rouw worden gedompeld,

eene

(*) Aangezien de nuttigheid der inftelling, en de gelijkaardigheid van het doel, hebben wij, daartoe verzocht, niet geaarzeld dit Berigt, met de daarop, volgende Prijskourant, in het Tijdschrift de star op te nemen.

DE RED.

. DE STAR., 1820, N°- IX. Zz


/

eëhè'Inrigting werd daargefteld, eensdeels gdchikt tot onderlteuning van oude, gebrekkige en behoeftige ingezetenen, maar vooral om, door tijdelijke orider(leuningen,, ongelukkïgen, die zonder zulke hulp geheel verloren zouden zijn gegaan, weder werkzaam te doen wor-

' den, of aan den arbeid te behouden, ontler verband nog-tans van teruggave der voorgeschoten gelden, zoodra zij zich uit hun tijdelijk verval kunnen opheffen.

Terwijl deze Inrigting voornamelijk (trekt om armoede' voor te komen, is aldus, ter oprigting uit wezenlijke armoede, onder bescherming en krachtige medewerking

"van Z. K. H. Prins fr.eder.ik. de Maqtfèhaffij van Weldadigheid ingelteld j welke den weg heeft gebaand tot die eenige werkzaamheid, die niemand kan benadeelen, en den ïjverigen voor zich en de zijnen, door den tijd een zeker bestaan kan opleveren, zonder iemand verlegen te deen zijn met de voortbrengfelen van zijne vlijt."

Meer andere Inrigtingeh',' van Gouvernementswege gelucht of aangemoedigd, hebben alle de (trekking, om bij' het uitreiken van liefdegaven, tevens den geest van werkzaamheid op te wekken of levendig te houden, en dus het kwaad in den wortel aan te tasten.

Voorlang ook was, dit het doel der door Z. M. begunltigde Armen-Inrigting in 's Gravenhage. Het was tot daartoe onmogelijk, zulke grondllagen.tot gemakkelijk vertier of eigen gebruik der voortbrengfelen aan te

ƒ Wijzen, als waarop de Maatschappij van Weldadigheid berust; maar, reeds zeer lang voordat hiervan eenig denkbeeld was, heeft onze Armen-Inrigting dat zelfde doel,- door aanwending dier middelen, welke onder hare. magt waren, pogen te bereiken, en hoe moeijelijk.het ook valt,"met menschen, welke in' het'diepst verval; , wor-


C 633 )

worden aangetroffen, of.telkens door nieuwelingen worden vervangen, voortbrengfelen te leveren, welke geredelijk tc verkoopen zijn, heeft men echter het genoegen gehad, daarmede vrij wel te Hagen, en de bij-, dragen der zoo weldadige ingezetenen dezer hoofdplaats, in Mede dat ze. veeleer tot nadeel der Armen verkeerden, tot aanmoediging van nutte werkzaamheid te doen ftrekken; waardoor als nu, bij voortduring, de voorichrevene hoogere'bedoelingen,, naarmate zij veld winnen, in de hand worden gewerkt, en men zelfs tot hulp van deze dadelijk werkzaam is. '

- Aldus is er eene groote menigte bij de Armen-ïnrigting

â– bezig tot het vervaardigen van linnens, benevens ook van mans-en vrouwen kleedtngftukken, garens, min kostbare ' voorwerpen tot ligging, en andere artikelen; van alle welke de lijst, met de prijzen er achter, bij de In-

rigting zelve ter bezïgtiging ligt, en, binnenjkort gedrukt zijnde, om niet te verkrijgen zal zijn; bepalende zich de goederen tot.de zoodanige, welke bij de Inrigting' gemaakt worden van Moffen, ook bij dezelve srefa-

'briceerd, zoodat men zich, van die goederen,'voor enkele ' (tukken, of. tot. kleeding of verzorging van tinne personen of huisgezinnen, willende bedienen, eene dubbele' weldaad kan bewijzen, doordien uien hierdoor tevens de werkzaamheid in zijne eigen' Mad aanmoedigt, in Méde dat men z>ch anders ten.voorschreven einde somtijds bedient van goederen, die, van bruter, af, of welligt va* buiten 'sLands, zoo als. veel met dc linnens plaats vindt, worden aangebragt.

Beltuurderen der gemelde Armen-Inrigting hebben gemeend, bij gelegenheid dat zij eene verbeterde Mrekking aan den winkel, hebben trachten te geven, dia bij het

Z Z 2 lo-*


c m o

lokaal op liet Elijdiburg, alwaar Armcn-hingting boven de deur Haat, op alle tijden van den dag open is en uit welke de goederen, volgens voorfclireven lijst, door eene daartoe aangellelde winkelvrouw, onder aanhoudend opzigt, regelmatig worden uitgefleten: deze Inrigting aan de aandacht van de ingezetenen dezer refidentieplaats welmeenend te moeten herinberen, en bun te verzoeken, daar het ons aller wel begrepen belang is, zulke Imlituten, vooral tegenwoordig, met alle kracht voor te liaan, om al het hunnejr, zoowel in hunne huisgezinnen als betrekkingen, vooral ook in Arm en-verzorging, of beduur van Godshuizen eh andere publieke Gedichten, bij voortduring of vernieuwing, te willen bijdragen, ten einde onze pogingen, door het bezorgen van ruime kommisfiën, te onderschragen, welke onder anderen ook daaruit kunnen voortspruiten of vermeerderen, wanneer edele menschenvrienden, die gewoon zijn van het hunne, hier of elders, of bij bijzondere voorvallen, behoeftigen te onderfteunen, zulks meer en meer, in plaats van het onzeker uitreiken in geld, gedeeltelijk ook in kleedingftukken of goedkoope middelen tot ligging, ter bevordering alzoo van de gezondheid hunner natpurgenooten, te willen belleden.

De Hoofd-Kommisfie der Armen-Inrigting voornoemd. v (JVas geteekena") j. x>\ van slingelandt» 's Gfavenhage, den 12 Junij, 1820.

Prijs*


( 685 )

Prijs-Kourant der Goederen, welke in de Jrmen-Inrigtr.ig te 's Gravenhage gemaakt worden, en den geheelen dag door, van 's morgens tot 's avonds, te bekomen zijn, in het lokaal op het Blijenburg.

MANS KLEEDEREN. Gl. St

M r 1 I +

Grijs- of zwart linnen Buis, van de... 2 5-looit. 1 10

I 3J 1 5

1"| 1 14

Lange Broek, dito.. â–   2 Hoort.. 1 10

' li 1 I

Wit linnen Hemd, van de - f^0^'"t' 1 16

4J 1 4

Witte wolle Klompkoufen. 1 8

I-, 10

Dite ordinaire Koufen, van de...., ai-foort. o 15*

3-" o 13

Dftö Sokken 0 'f

Garen Sokken, van de... . affoort. o 10

3J o?

1-1 I 10

Dito Koufen, van de 2 Moort. 1 5

l.  « 3J 1 0

Wit linnen. Slobkoufcn, van iedere taille.... o 11

TIROUWEN KLEEDEREN.

'1 3 5

Jak, van de 2 i-foort. 2 16

, 3J 2 6

. >-> L, 32

Gcftteepte potte-baaije Rok, van de.. 2j ïoort. 2 14

,.; il 28

Wit linnen" Hemd, van dc...... ^ >foort. \ ^

4J 14

. I-, 1 «

Bont linnen Voorschoot, van de.... 2 Hoort, o «S

Piitel..v 1 %

Muts    0 «

I-. O I li

Wolle Koufen, van de  2 Kooi t, o 15

'. 3J o 13

Dito Sokken - 0 11

. 1 -\ o 11

Garen Sokken, van de 2 >foort. o 10

, aJ o I 9

Dito Koufen, van de aJ-foort. 1 °

3J o 11*

Z Z 3 STVK-

N ' J


< 656 )

, STUKKEN..TOP LIGGING,'

Wit linnen Beddelakens, van ii breedte..,.. ƒ3: éiGrijs linnen Strop-Matrasfen», voor twee Menschen, (van een.bijzonder maakfel, welke elastiek, zeer gejond, en ten uiterfte geschikt zijn tot ligging; < vooral met een Deken eï over, als wanneer ze, 'voor. zieken, in Gast-, of.Godshuizen > ^Qer..aan. tc   prijzen zijn, en "zelfs 'beter' kunnen geacht worden., dan gewone Matrasfen) gevuld i 6: 0:-

Een dito voor één'Mensch..: dito ««4: o>

'Eeri Penluw voor twee Menschen... dito * 1:14:» Een dito voor één Mensch'....... dito t l: 5;-

Efn; Matras yoor twee Mcrifclien '. ".'.' ongevuld *.4:Ip'f-

Een flitq voor één Mensch dito *,3: o:-

â– Een Peuluw voor twee Menschen.... dito * 1: 2:Een_ dito' voor é'én Mensen" '..... '. dito 3-0:15:ïvo;r.-e Delams v.oor twee Menschen 'jij a«

pitti dito vqpr één Mensch i 0:17:-

STUKGOEDEREN.

Wit linnen, breed % el,.... van 11 tot 14 ft. per el.

Servetgoed,. .  . - 8- - -14 -  —._.

Grijs dito,. -,5...- 12 - ' *-' V

Zwart dito,. '. - 8 - 12 - '— -

Blaa'uw b'örit Linnen, '.â– .*.'.'.' -.  7- -' 1 z - ' - Grijs Boezel- of JJehangfel-Linnen, - 4 - 7 - - Potten-Linnen, â– ,..'....-' - â–  - 'si- - -

Pak-Linnen,........ - 61- 8 - - -

Dweilen, -... -... 4$ _...,

Singels voor Koeijcn of Paarden, 1 - - -

Koeijen- en Paardenkleden,.. van 12 tot 16 ft. hetihvls-

GARENS.,

'Wit Naai-Garen in foorten

Brei-Garen - - i.,

Grijs dito ' — -r â–  / -  . ct- n=v,: i:uojkt' '.7

; avt dito - -,van onderscheidene prijzen.

Grijs Spinaal, -\  

Wit idem - - \

■ JJegelgarerr_.._..) \ j 1. >,$».;

Aaidappel-Zakken,..... van 10 tot 18 ft. het ftnk.

Staat


C 6S? )

kolonie N°. 3. Staat van Verdienften der Weeskinderen, en veel alleen yan dezulken, welke bij Huisverzorgers ingedeeld zijn  van den. 28 Augustus lot den 3 September 1820. "

NB Eenise begmiftigers der Maatschappij verlangd hebben" * de, dat ook de Staat van Verdienften der Wees- en Armenkinderen door middel der star wierd pnbueic gemaakt, zoo heeft de'Permanente Kommisfie aan aat Verlangen bij dezen gaarn willen voldoen.

NAMEN en VOORNAMEN.

IOÜDERI DOM.

Vercii curie van eei

Auf>. tot! 3 Sept-

Meyer. [Hendrik]........ 16 ƒ 1.60

Kok. [Grietje]]: »4 1.00

Roos. [Geertje} ,. - >* "°

fioas. 14 °-3°

van Dyk. {Barend}:  '13 0.7°

Kanis. [Gerrit] n l--5

Onthuts [B«r.'»rf] 11 IJ5

[Jlblds. [HeYearQ 14 t.jSo.

de Vos. [Harend]  â–  - J5,|«}5

Fet. [Genpt] is '1-3°

Rechter. [Florian] ' .14 '-°?

IJitlsumtt. ~S Jutmis} 13 p-55

van Ëyk. [varend]: 14. 0.45

Smalenbag. [Oiirhtind].:.... 15 1.5?

Brons. [Naatje]' H 0.60

naasfe.[yanj.. '3.-'f

rfa' Munter. [Willem]...... b 1 L2*)

de Munter, rfténdrik]...... '13

Kraam. [PFilhelmïna]...... 16 0.40

Idès. [Tennis]....... a. '15 1 9°

Teekens. [Jakoby....... 17 £Pf

Lebbtng. [Luka's]-. v..*..:.. 17

z&p............ 17 i.7°

Boers. [Becuwe]........ 15 2-°2

Birers. [[Villam]........ 14

#o<?r,s. [?*»J...., i7.

va» Helden. [Henrich]..'...  «

Kaptein. [Pieter]- 13 q-»S

va« Dus jen. [Pieter] r3 i.lj

Schuur maft. iHenrich]  11 1.10

va« Zw&J». [Córnelius]  â–  â–  â–    '3 °-6°

1 Vermeulen. \_Anna]....... 13 °-55

de Moor. [Lathariin-ï]...... 13 0.50

Transporiere'.'... | \ ƒ 32.72 Zz 4


C 688 )

I NAMEN en VOORNAMEN.

OUDERDOM.

1 VerdTën fte van, 28 i Aug. tot j 3 Sept.

r&gt;v&gt; Per Transport ƒ 38.72

[&gt;«], n!.

Thmbete. Zjfrnl......... 14 j.3o

[dNdatjeJ. 8 0.45

Gatterman. [Friederlch]...... 13 0.45

Laan. [OabeJ 12 I 35

Hardeveld, Uiarend]. 1 3 b'*e

Bromdyk. [Jan].....«...; ^ I.SO

van Waaveren. [Teunts] 15 1 óo

â– Volman. [tVilhm],4 3 c0

va» Waveren. \~mifabeth\ 7 0.-5

^*a/ie. f/)oo^/'"].. 17 1 '10

,5 r.rs

j. Str\kften. [l-h-ndtrika] j4 1 20

Bay. zpfwia]:.;;;;.'..,' n O.6o

hamers. [Jnhanna]'....... 6. 0.25

Koeiepian. [ïried'ericii].....; 14 1 60

. Kueleman. [JanX ' 35 290

dSMri'p£%«ï 13 1.60

. Mlhlas. [jan],. -....... 9 e.35

, *&gt; #»or*. [Jjikobl.'.&quot; /.; /,. 10 0.15

de roert. FCëmeftd]..'.., -10 o«

&amp;ir*^. cTasj - r:,8! jo

/urf/vr*. t/T/aa-j;. 33 O.8o

Broeders. [Jaii]........ n 0.8o

.L-adenyk. [Johanna] i» o 45 '

Udewyk. rwejerjyé]....'.,* 10 0*45

<fe Fhfer. [Pieter]........ u 0,55

van den Berg. [Pletèr]'.','.'.. - 13 c.55

van 'den Berg. [Klaas] 12 o 55

Hgttiqnd. [Harwen\......[ 16 i!sS

£%/<?r. [Ja»].,4. j.20

Hamberg. [Jan'] -....,, 10- 0.70

brems, [Jakobvs]'.,'. m v 14 020'

-Pr;»^ [Mrian\ 13 0 80 ■ '

Foarendyn. [WilA.]....... 13 0.20

JJendrikfeU. [Komelius] '.'..',',' j§ - 2.55

Anéves.[_Symen]., ** jg 5.^5

â– fendrikfin. [Henderikd]. '. '. \ * 16 t.og

Höjetts. f Geertje]..', ' - ' 14 0 95

Bendrikjen. TDierkje] &quot;.',',. 14 I.os I

,K&gt;a£. [^/«J»l.',*.&quot;,',A...! 16 1.75 I

^a» Duffelen. [Tryntje~\,&gt;.'. &quot; o p.5? 3

P^T  â–   / ' /!  17 *&quot; I

i-e.rnao. [Nikvlaas]. ' T» ' o 70 I

mnm-zfan]...■..:;;;,4 o.óQ I

Jurgeus, \ Marten] 15  I.'oo I 'Totaal'. |/76.a7 I'

1) E


c m )

BERIGTEN uxt_.de KOLONIE FREDERlKS-OORD.

S e p t e m b er.

De oogst, over het geheel zeer voordeelig, en in sommige opzigten uïtllekend gedaagd, is grootftendeels reeds binnen. Het is te- wenfehen, dat de veelvuldige regens den laten aardappelbouw niet te zeer mogen benadeeld hebben.

In de Kolonie N°. i leveren sommige akkers 2 fehepels aardappelen per roede op. Zea buitengewoon voorbeeld inderdaad van; vruchtbaarheid, hetwelk het produkt eener morgen op meer dan. 50,000 ponden voedfel zoude brengen. Zulk eene vruchtbaarheid behoort echter tot de zeldzaamheden, waarop niet behendig noch algemeen te rekenen is.

De Kinderen, in de Koloniën N°. 2 en 3 ingedeeld, oï onder het opzigt van Huishouders geheld, verdienen reeds!/1.50. tot ƒ 3.00 's weeks, met ipitten, en zij verrigten dien-arbeid trots de beste werklieden. — Wekelijks wordt er dus geld voor de Spaarbank opgelegd.

- De bevolking der Koloniën N°. 2 en 3 is thans genoegzaam voltallig.

Zz 5 De


De noodige 'aankoop van koeijen, gelijk ook van schapen, rer meerdere aanmaking van mist, is grootftendeels volhragt.

Het werk der gebouwen, landontginnïng, greppen en waterleidingen, aan de Ommcrscharu is reeds zeer ver gevorderd. Dit inlfcituut wordt,. onder de loffelijke direktie van den Heer visser, op de beste wijze voortgezet*-—- Spinzaal, Schoolhuis, en de woning voor den,-Spinbaas-, zullen weldra gereed zijn. Het huis voor den â– Onderdirekteur en Boekhouder, — een zeer vervallen.gebouw,; waarin voorheen de Kommandant der Vesting woonde, — is met de meest-mogelijke oekonomie tot een logeabel verblijf gemaakt..

-:;Da geest Van'orde en ondergeschiktheid is tot hiertoe ih'alle de' Koloniën blijven heerschen. Kleine wanorden, hier en daar'door traagheid of loszinnigheid veroorzaakt, cii niet zelden door den nijd van buiten geji. voedfterd, zijn'fteèds in de beginfelen gefluit geworden, en zelfs zijn enkele weggeloopene, befieede Kinderen, die geen lust aan den matigen' arbeid hadden, door hurtne' belleeders naar de Koloniën.teruggezonden, waar zij gewis de zachtfte en biliijkfle behandeling., behoudens het noodig gezag, ondervinden zullen.

De Kolonie N°. 3, door de grootmoedigheid des Prinfen van oranje met een Schoolgebouw vereerd, heeft, in&quot;'onderscheiding van N°. 1, 2, (die, ter hulde aan

- het


( 691 )

.her Vorftelijk Hoofd.der Maatschappij, den naam van freoeriks-oord dragen) den naam van willems-oord ^ontvangen, —- De volgende Koloniën zullen even luisterrijke eernamen, ter herinnering van groote weldaden aan' de Maatschappij.,.bekomen..,....

-&lt;:*;; â–  - ëBabha - Ie'. nwi

Niet weinig aangenaam zijn aan de Permanente Kommisue geweest de menigvuldige bezoeken, dezen zomer aan de- Koloniën gegeven, door een aantal bijzondere Leden of Gekommitreerden, zoo der plaatiëlijke Subkóm misGën,,als van andere. Kollegiün, door welken perionen, huisgezinnen, en wees-..pf..araenkinderen, har.'.zij op den gewonen voet,  of bij â–  kontrakt, „in dë J^ploniën. geplaatst zijn: deels, omdat dezelve daardoor van nabij hebben kunnen overtuigd worden van. de goedar;aide en direktie der geheeie intreding, van dcnbloeijenejan, staat der.te veld, iiaande..geyyasjfin9,eRr;.vana&lt;i§ welvarendheid en,,.tevredenheid hunner, en doorgaans ^aller Belledelingen en Kolonisten.; maar deels ook, &quot;omdat de uitilag van. derzelver onderzoek gewoonlijk zeer, gunftig is geweest,, en dat vele Subkommisiiën, na langs; dezen weg echte berigten te hebben bekomen, zich ge-. haast hebben, om der Permanente Kommisfie, bij.misiiv-e, op eene vereerende wijze., derzelver tevredenheid te betuigen. Zoo ftreelende deze voldoening moest zijn voor de.Kommisfie. zelve,; zoo,, nuttig acht hij het tè« vcr.s,. den zakeljjken inhoud, dezer goedkeurende berigten te brengen tot de kennis yan alie.de Subkommisliën. en bijzondere Leden der Maatschappij, ja, van het' geheeie Publiek, opdat ieder, die bij de zaak eenig belang fielt, wete, waaraan zich te houden, bij het nu

' qF


C W )

of dan booren van min gunftige oordeelvellingen des hlinden vooroordeels. of der kwaadwilligheid, en opdat in het algemeen de zucht en ijver ter&quot; medewerking aan de edele pogingen der Maatschappij meer en meer opgewekt en uitgebreid worden. — Wij znllen daarorrry bij wijze van uittrekfel uit de.originele brieven der Subkommisfiën, eenige Malen laten volgen van dergelijke Vrijwillig gegevene getuigenisfen.

Zoo Tchreef de Subkommisfie van Hoogcveên, onder dagteekening van 21 Juni] 11.: „ Wij kunnen bij deze &quot;„ gelegenheid*niet afzijn, Uw E. G. ons bijzonder ge„ noegen te kennen te geven, over de behandeling, die r,, den door ons opgezondede personen en kinderen we„ dei-Vaart, zullende' het ons aangenaam zijn', dat de„ zelve van hunne zijde zich deze weldaad niet onwaar» „ dig maken.'&quot;'

&quot; Den nden Augustus schrcef de Sekretaris der Subkommisfie te Zaandam in harén &quot; Mam: „ Met dank„ bare vreugde uit de Kolonie huiswaarts gekeerd, ben „ ik bij mijne medeleden de tolk geweest van het wel„ dadige eener inrigting, die wij met Uw Ed. uit al „ ons vermogen wenfehen te onderschragen. Allen, en „ met name. '....., hebben ons hunne tevredenheid betuigd, en heb tijdftip gezegend, waarin zij „ befloten, hunnen jammervollen toeftdnd met den nut„ ttgften&quot; en aangenaam ilen in de Maatschappij te ver„ wïsfelen. Ja, wij gevoelen ons verlegen, om in zoo „ vele bijzonderheden het heil dezer inrigting aan 'te „ wijzen, en bedienen ons'daarom met Uw Ed. van „de zoo zeer pasfende uitdrukking: Komt en ziet T ' Enkhuizen schreef, den iaden Augustus.11.: „ Het „ berigt, dat HH. Direkteuren van bet Burgerweeshuis

„al.'


I

„alhier van de geplaatdeWeezen hebben ontvangen, ^ is ten hoogde gunftig, en die jongelingen schijncn ten ' uiterfte met hunne verplaatfing (naar de kolonie) „ voldaan te zijn.&quot;

Den nden September 11. meldde de Prefident der Rotterdamschc Subkommisfie „ hét niet ondienftig te „ hebben geoordeeld aan de Permanente Kommisfie in te zenden een blaadje trit het zoogenoemde Rotter„ damschc Maandboekje van de maand Augustus, [hou'', dende een' gunftig Verslag van den staat der inschrij„ vingen en bijzondere giften bij dat Maatschappelijk „ Departement, met loffelijke getuigenis wegens den toeHand der Maatschappij en Kolonifatie; waarop Zijn E. G. volgen laat:] met veel genoegen heb ik In de " verledene maand een paar dagen in de Kolonie door-

„ gebragt, hebbende met verder gezelschap

&quot; een' nacht te Westerbeekjloot gelogeerd, en van onze „ 94 Rotterdammers er cirka 70 gesproken. Op ééne

j vrouw na —, welke klaagde, dat zij, (NB.

' op het platte Land) * uurs gaans van de R. Kerk &quot; woonde, heb ik allen fris, gezond en wel te vrede

&quot; gevonden. De aanleg van N8. 3 heeft ons biizon-

„ der bevallen. De star N°. VIII lezende, gaf mij „ dit eene aangename herinnering, daar alles daarin voor„ komt, juist zoo als ik het bevonden heb, hebbende „ ik ook mijn' uur door N°. a ovef de Ronde Blesfe „ naar NV 3. genomen. -Als Lid van den Raad dezer &quot;ftad hoop ik morgen een Verllag in de Vergadering „ te geven van hetgeen ik heb gezien, enzv.&quot;. Het hier boven gemeld Verslag der Sub-Kommisfie van Rotterdam aan hare Medeleden en Donateurs, reeds geplaatst


( 6&amp; )

plaatst in de Staats-Kourant van den lódcn September 1.1., N°. 220, was van den volgenden inhoud:

Verslag yan de Sub-Kommisfie ^ Maatschappij van Weldadigheid, voor de Stad en het Arron3 disfement Rotterdam,

~':!\:&quot; ' -  . ', aan

hare Medeleden. Schoon door het Tijdschrift nE star zeer omflandig ingelicht omtrent den fnellen voortgang der Kolonifarie in Frederïks-oord, de verwijdering der opkomende of voorgewende bezwaren, en het gelukkig lot der Kolonisten, verlangt en verwacht gijlieden ook zekerlijk van ons, eenig, meer. plaatfelijk Verslag van onze werkzaamheden, ulieder giften, en de goede gevolgen van dezelven.

- Om aan dit uw billijk verlangen te voldoen, hebben wij het genoegen, U te informeren, dat

In den jare 1818, binnen deze Stad hebben ingeschreven:

: 490 Leden gewone Kontributie..... ƒ 1274.0c. 20 „ buitengewoon....... 00.6o

Een Zanggezellchap p 10?t3-

: Buiten de Stad', in 2t Gemeenten. 396 Leden gewone Kontributie..... « 1039.60.'Buitengewoon » 137.0?

ƒ2638.62 Be.


C 695 )

Behalve nog eene infehrijving voor Linnen, van 845 ellen binnen de Stad,' en 194 ellen buiten de Stad. 1

In den jare 1819 binnen de Stad.

518 Leden gewone Kontributie.... f 1346.80'' 22 â–  buitengewoon......: * 113.60

Buiten de Stad, in 12 Gemeenten.

119 Leden gewone Kontributie....■ *. 309,40 Buitengewoon. - 73«6o

En in denzelfden jare, nog eens, tot meerdere befpoediging en onderlteuning dezer onderneming, bij eene afzonderlijke Infehrijving, door 6 Leden tot / 100, door n tot/&quot; 50 a ƒ 100, door 20 tot ƒ'25 a ƒ 50, door 89 tot ƒ10 a ƒ 25, en 237 beneden de ƒ 10, in alles 363 Leden. - * 4000. c®

/5°43'°o

Behalve het Linnen, waarvan de 'Kolonie nog geen debiet schijnt re behoeven. '

Voor dezer Stads Armen is gekontrakteerd, ter befieding van 24 Kinderen, waarbij kunnen gevoegd worden 8 Huisgezinnen, van 6 perlbnen ieder, dus, tyr plaatfing van 72 personen, waarvoor, gedurende 16 jaren, (zijnde alsdan Huizen,' Huisraad en-Akkers,1 het eigendom der Stad, zonder verdere Bijdragen) wordt jaarlijks betaald.  &quot;â– ..,..*.... / i,44°«co. V Uit deze uWe eèrfle geringe Bijdragen van ƒ 2.60 per jaar, en hetgene verder als boven, genereuslijk en met aandrift is bijgebragt, is dan de eerde fteen gclcgrj, onafgebroken voortgebouwd, en reeds zoo schoon opge-

trok-


C 696 )

trokken dat aanzienlijk Gefficht van Kblonifatie, hetwelk den vreemdeling tot navolging aanfpoort, ieder aanschouwer bewondert, en den Staat der ingezondene Armen zoo aanmerkelijk bevoordeelt, als in de star breedvoerig en met de grootite juistheid, benevens opgave van ieders vorderingen,, en verdienden, is omschreven.

Uit deze uwe toelage en Stads Bijdragen, zijn reeds uit deze Stad en dit Arrondisiement derwaarts gezonden de navolgende Muisgezinnen en Kinderen, als: in 1818. Gerards, (Antony) te zamen 7 personen, reeds buiten schuld, ongemeen vergenoegd, voorheen arm en nu verdienende per week ƒ 10.05. 1810. Verbeek (Johs.) 8 personen. Deze moet, volgens zijn schrijven, reeds buiten schuld zijn, en verwacht een tweede Koebeest.

1820. Barends, (Elias~) 8 personen. Bcnedictus, (Israël) 5 dito. Beukenkamp, (T.~) 2 dito. Gutsloe, (Dirk Willem) 4 dito. Jeveren, (Dirk van) 6 dito. Jongens uit het Stads

Armhuis. 12 dito. Den 16 junij

op hun verzoek en met vreugde vertrokken, met genoegen van hunne aan, verwanten. Klei], (Cr. van dér) 3 personen. Leeuwenberg, (Ph.) 5 dito.

Pij-


( 69 7 )

&gt; ij pers, (i&gt;.) 6 personen.

Stads BefledeUngen: 12 ^Kinderen. Verhagen, (Lambsj) 5 personen.

Walbroek, Q.tkob). 5 dito. Wiebès., (MichiJ) 5 dito. Zeeuws, fj.) a dito.

Totaal 94 personen. Uit de Buitengemeenten. 1C20, Bulk, (Paulus). van Boskoop, met 7 personen. Engels (Nic.~) van Delftshaven, — 7 dito.

In het geheel en te zamen 108 Zielen.

Wij hebben gemeend, ons bij deze eenvoudige opgave van daadzaken te moeten bepalen, en verlaten ons gerustelijk op uwe bekende weldadigheid, welke deze Sub-Kommisfie zoo bijzonder heeft ondervonden, vertrouwende dat gij, na deze eerfie en groote vorderingen, ook dit jaar, in weldoen niet zult vertragen,

Rotterdam, den 15 Augustus 1820.

G. van GENNEP, Prefidemx

J. HUBERT, Thefaurier.

J. C. VORSTMAN.

W. GERDNER.

A. yan der HEIM.

P. M. van KERCKHOFF.

J. T. EIJMANN.

M. H. van OOSTERZEE, W. Jz., Sekretaris.

Allerbelangrijkst, voorzeker, moet voor de geheeie Maatschappij en voor ons ganfclie Publiek zijn het algemeen Verllag, wegens den flaat der Koloniën, uitgebragf

de star, 1820, N°. IX. Aaa op


C 69s &gt;

op den G-ften September 1. 1., ter vergadering 1er Kommisfie van Toevoorzigt, door die Afdeeling, Wlke fpeciaal gekommitteerd-is geweest, om in loco daarvai kennis te te nemen, en aan de Vergadering rapport te ioen.

Dit Stak, hetwelk waarschijnlijk in N°. X. of-N0. XI. van ons 'Fijdschrift plaats vinden zal, zal het zegel driklien op zoo vele gunffige uitspraken, reeds door partikulieren en belanghebbende Korpordtiën gedaan, en, zoowel als het Financieel Rapport, de kenmerken dragen van dat grondig, regtvaardig, en bescheiden oordeel, hetwelk deze zoo aanzienlijke Vereeniging roemrijk blijft kenschetlen. -&quot; ' -