Fenner: Hoofdpagina
Sjabloon:FennerDit is de hoofdpagina over Karl Franz Ludwig Fenner, vanwaar naar verschillende pagina's over hem verwezen wordt.
In het begin wordt hij steeds aangeduid als 'de luitenant Fenner'. Later staat hij op zijn overlijdensakte als Karel Frans Lodewijk Fenner, maar dat zal bij zijn geboorte wel Karl Franz Ludwig geweest zijn. `Volgens die akte is Fenner geboren te 'Sibershausen'. Vermoedelijk wordt bedoeld Sabershausen in Rijnland-Palts. Hij is bij zijn overlijden in 1846 79 jaar oud, dus die geboorte moet rond 1767 hebben plaatsgevonden. Dezelfde akte meldt dat hij een zoon is van Heinrich Christoph Fenner en Marie Philippene Maertens en weduwnaar van Marianne Henriette Cristine Ernestine Schenk.
Hij mag in sommige opzichten een beetje rare kwast zijn, maar met zijn brieven, vooral wanneer hij na zijn ontslag terugblikt op zijn tijd op de Ommerschans, levert hij enorm veel informatie over het leven op de schans tijdens de begindagen van de kolonie. Informatie die elders niet te krijgen is.
Fenner is een hoofdpersoon in De bedelaarskolonie. In dat boek komt hij voor op de pagina's 27-29, 31, 33-36, 38-39, 41-44, 58-59, 66-68, 71, 86, 87, 93, 97, 98-101, 103, 105-106, 107, 113-119, 138, 142-144, 171, 200, 209 en 267-269.
De kennismaking
Fenner is dus ongeveer 52 jaar als de Maatschappij van Weldadigheid in augustus 1819 voor het eerst met hem te maken krijgt. Op dat moment bestaat alleen de proefkolonie Frederiksoord, die dit najaar wordt uitgebreid. Maar de koning al wel de verlaten vesting de Ommerschans aan de Maatschappij gegeven om daar op termijn een bedelaarsgesticht te vestigen.
Voor die Ommerschans zijn mensen nodig en dan komt Fenner in beeld. De stukken over die eerste kennismaking tot aan Fenners aanstelling op 25 september 1819 als onderdirecteur voor de Ommerschans staan op de pagina De kennismaking.
Fenner en Wouter Visser
Na een half jaar gaat Fenner, met zijn dochter, op de Ommerschans wonen, maar het is én de directeur én Johannes van den Bosch duidelijk dat hij een beetje in de gaten gehouden moet worden. Daarom wordt Wouter Visser in augustus 1820 aangesteld als adjunct-directeur. Zie de pagina De superieur.
Fenner heeft er eerst moeite mee om Visser boven zich te dulden, maar na een tijdje gaat hij zijn chef waarderen. Dat leidt in januari 1821 tot heel bijzondere brieven tussen Fenner en de met verlof in Sliedrecht verblijvende Wouter Visser. Zie de pagina Curieuze briefwisseling..
Fenner solliciteert naar zijn ontslag
Deze voor Fenner gelukkige tijd eindigt als Wouter Visser rond 20 april 1821 van de Ommerschans vertrekt om te Frederiksoord directeur der koloniën te worden. Er gaan verschillende geruchten rond wie de nieuwe adjunct-directeur van de schans zal worden en daar schrikt Fenner erg van.
Zo erg dat hij op 27 juni 1821 laat weten dat hij de positie van een onderdirecteur die iemand boven zich moet dulden, eigenlijk te min vindt. Johannes van den Bosch suggereert dat hem voorgesteld moet worden ontslag te nemen, in de verwachting dat dat Fenner een toontje lager zal laten zingen, zie de pagina Onderdirecteur is te min.
De list van Johannes werkt niet. Integendeel, die brieven die Fenner nu op 15 juli 1821 schrijft zijn dusdanig dat het volgens Johannes van den Bosch 'volstrekt nodig word dit waanzinnig mensch zijn ontslag te geven'. Zie de pagina Ontslag..
Door het stof
En dat helpt wel. Fenner keert op zijn schreden terug. Maar hij gaat op 6 augustus 1821 niet genoeg door het stof om het ontslag ongedaan te maken. Zie de pagina Door het stof-1.
Zodat Fenner op 10 augustus 1821 nog dieper door het stof gaat en daarna wordt het ontslag wel teruggedraaid. Tot zijn grote vreugde, zie hier. Maar hij krijgt nog wel een trap na. Zie de pagina Door het stof-2.
Later, in 1823, blikt Fenner nog eens op deze kwestie terug omdat hij denkt dat het een rol gespeeld heeft bij zijn latere en definitieve ontslag, zie de pagina Terugblik.
Uit een latere brief van Fenner (dd 2 december 1823) blijkt dat er vanaf 25 november 1821 een door directeur Visser opgesteld tuchtreglement voor de Ommerschans is. Dit is de enige vermelding van dit reglement dat zal gelden tot het reglement van 28 februari 1829. Zie de pagina Tuchtreglement.
Aankomst adjunct-directeur Hoff
Fenner heeft het een vol jaar alleen op de schans voor het zeggen gehad, als op 16 mei 1822 Georg Friedrich Wilhelm Hoff aantreedt als adjunct-directeur. Hoe Hoff in het vizier van de Maatschappij is gekomen staat elders
Vanaf dat moment begint Fenners bestaan in te storten. In 1823 blikt hij terug hoe vanaf mei 1822 tot december 1822 alles anders werd, waarbij hij ook beschrijft hoe Hoff in de eerste maanden van het bedelaarsgesticht de tucht handhaaft. Zie de pagina Tuchthandhaving.
In 1823 blikt Fenner terug op een diefstal in juni 1822 door twee jonge strafkolonisten, Hendrik van Schie en Anthony Star, die door adjunct-directeur Hoff onbestraft wordt gelaten. Zie de pagina Willekeur.