Alida van Lith
In De bedelaarskolonie (niet met naam) p 50-51, 70-71, 75. XX is een van de tien Delftse bedelaars die maanden in het Delftse gemeentehuis worden vastgehouden en die uiteindelijk op 8 september 1822 de eerste tien bewoners van de bedelaarskolonie zullen worden. Zij krijgt in het stamboek 'gemerkt A' (Drents Archief, toegang 0137.01, invnr 422) het bedelaarsnummer 2. Volgens die inschrijving is zij geboren in 1795, en heeft zij een ‘peeskneuk’.
Zij is de zus van:
Willemina van Lith die in het boek 'gemerkt A' wordt ingeschreven met bedelaarsnummer 1. Volgens die inschrijving is zij geboren in 1792, en heeft zij een ‘litteken op de regterhand’.
Zij is de moeder van:
Francina Kortlever die in het boek 'gemerkt A' wordt ingeschreven met bedelaarsnummer 6, Volgens die inschrijving is zij geboren in 1810 en heeft zij ‘vlekken op het linkerbeen’. Zij wordt ontslagen 9 november 1825.
Volgens een brief van de Permanente Commissie aan de minister van Binnenlandse Zaken dd 29 maart 1823 heeft Alida van Lithj een ‘onherstelbaar ligchaamsgebrek’. Zij overlijdt op de schans op 9 mei 1824.