Een rijke erfenis

Uit KolonieWiki
Versie door Nieuwenhoven (overleg | bijdragen) op 1 sep 2023 om 11:10 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

EmbleemVerhaalVrijeKolonien.jpg

Kijk voor meer verhalen op
deze pagina.


Zelf een verhaal plaatsen?
Kijk op de hulppagina's bij de
'Handleiding - Een verhaal plaatsen'
hoe dat kan.

door Wil Schackmann

Wat voor de één een beperkte som geld is, is voor de ander een enrom kapitaal. Broer Wijtzes Blom is 29 jaar als hij door de subcommissie van weldadigheid Harlingen naar Willemsoord wordt gezonden. Hij was 'bevorens zeeman'.en is getrouwd met Ike Okkes van der Stok. Ze hebben vier kinderen, ze komen aan op oudejaarsdag 1821 en ze betrekken die dag hoeve 95 van kolonie 3, Willemsoord.

Na twee jaar, november 1823, staan man en vrouw bij de subcommissie van weldadigheid Harlingen op de stoep. Ze vertellen dat 'op hun eene erfenis ware gevallen'. Ze rekenen zichzelf nu niet meer tot de armen die in de kolonie een beter bestaan moeten zoeken en 'zij verlangden in de maatschappij terug te keren en alzoo de kolonie te verlaat­en'.

Dat zien de Harlingse notabelen niet zo zitten. Met name 'daar volgens onze informatien de erffenis zeer klein is'. Ze adviseren het echtpaar om in Willemsoord te blijven. Alleen vrouw Blom keert terug en vermoedelijk om alle formaliteiten rond de nalatenschap te regelen blijft Broer Wijtzes in Harlingen. Vandaaruit schrijft hij ook  briefjes aan de middenstand in Steenwijk. Hij meldt 'dat hij een rijke erfenis had' en dat ze aan zijn vrouw gerust op krediet kunnen leveren.

Dat gebeurt ook volgens de directeur van de kolonie: 'hetgeen ook eenigsints met de daad wierd beweezen'. Hij constateert dat 'vrouw Blom goed leefde, en zelfs een man betaalde, welke eenige noodzakelijke arbeid op hunne hoeve verrigte'.

Na twee maanden gaat ook zij met de kinderen naar Harlingen. Of alle rekeningen van de middenstand in Steenwijk voldaan zijn, is niet bekend.

Twee jaar later blijkt dat de Harlingse notabelen de omvang van de erfenis toch beter hadden ingeschat dat Broer Wijtzes en zijn echtgenote. Het gezin is opnieuw tot armoede vervallen. Ze kloppen aan bij de subcommissie en die plaatst ze in februari 1826 ten tweede male in Willemsoord.