Fenner: 09 Tuchtreglement: verschil tussen versies
koloniewiki>Wil Schackmann (Nieuwe pagina aangemaakt met '{{Fenner}}Dit stuk is een bijlage bij een brief van Fenner dd 2 december 1823, en bevindt zich in invnr 67 de scans 422-424. Dit is de enige vermelding dat het onderstaande reglement bestaan heeft. Het zal van kracht geweest zijn tot de invoering van het reglement van 28 februari 1829.<blockquote>'''Eenige voorloopige bepalingen aangaande de inwendige polisij in de dwangkolonie de Ommerschanz''' '''Art: 1''' Er zal worden angesteld een raad onder de naa...') |
k (1 versie geïmporteerd) |
(geen verschil)
| |
Huidige versie van 1 sep 2023 om 11:10
Sjabloon:FennerDit stuk is een bijlage bij een brief van Fenner dd 2 december 1823, en bevindt zich in invnr 67 de scans 422-424. Dit is de enige vermelding dat het onderstaande reglement bestaan heeft. Het zal van kracht geweest zijn tot de invoering van het reglement van 28 februari 1829.
Eenige voorloopige bepalingen aangaande de inwendige polisij in de dwangkolonie de Ommerschanz
Art: 1Er zal worden angesteld een raad onder de naam van raad van toezigt. Dezelve zal bestaan in den Heer Ond: Direct: President, den boekhouder schreiber, den fongerenden Ond: Directeur van No. 5, den opziender Seijl en Evers leeden.
Art: 2Voor deze raad zullen worden gebragt, alle de kolonisten welke zich hebben schuldig gemaakt aan eene misdaad, die meer dan tweemaal 24 uuren cachot behoort te worden gestraft.
Art: 3Misdaden van eener minderen aart, kunnen door den Heer Ond: Directeur allen naar zijn goedvinden, overeenkomstig de billijkheid en omstandigheeden worden gestrafd.
Art: 4De raad van toezigt zal eenen schuldigen de straf van 4 dagen, met of zonder verzwaaring kunnen opleggen en doen ondergaan; nog zwaarder opgelegde straffen, zullen alvorens die uit te voeren, worden opgezonden aan den Directeur, die daar over zijne orders zal zenden.
Art: 5De misdaaden kunnen zijn brutaliteit tegen den Ond: Directeur of opzichters, het niet behoorig afwerken hunner opgelegden taak; slordigheid in kleeding, onbetaamelijk gedrag tegen andere kolonisten, pogingen om zich uit de kolonie te verwijderen, verkoop van kleedigen enz.
Art: 6Het is als eene vaste regel te beschouwen dat geene verstrekking an kleding nog voedzel word gedaan, dan het geen door arbeid word verdient. Hiervan kan alleen uitzondering worden gemaakt, in geval van ziekte of te jonge jaaren op het niet behoorlijk arbeiden, t volgd dus van zelfs de eerste straf in vermindering van voedzel.
Art: 7Alle de mannelijke kolonisten zullen zoo veel hunne jaren en kragten toelaaten, tot de veldarbeid in de kolonie no.5 worden gebruikt; egter zal men in anmerking nemen dat dit ook gevaarlijk voor de goede ordre en de ontvlugting kan worden.
De bovenstaande artikelen zullen als vaste bepalingen worden beschouwd en striktelijk naargekoomen, tot dat aangaande de inrigting in t generaal der dwang-kolonie door de Permanente Kommissie zelven, vaste bepaalingen zullen zijn gegeven. Mogte in de uitvoering hier van, eenige zwaarigheeden worden gevonden, zal het den Heer Ond: Directeur vrijstaan, daaromtrent een voorstel te doen
De Ommerschanz den 25 november 1821De Directeur der kolonien
Visser